place

Corentin Cariou (metrostation)

19e arrondissement (Parijs)Station van de metro van Parijs
Station Corentin Cariou
Station Corentin Cariou

Corentin Cariou is een station van de metro in Parijs langs metrolijn 7, in het 19e arrondissement.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Corentin Cariou (metrostation) (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Corentin Cariou (metrostation)
Early Street, Shire of Macedon Ranges

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: Corentin Cariou (metrostation)Lees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 48.894166666667 ° E 2.3816666666667 °
placeToon op kaart

Adres

Platform 1

Early Street
3438 Shire of Macedon Ranges, New Gisborne
Victoria, Australia
mapOpenen op Google Maps

Station Corentin Cariou
Station Corentin Cariou
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

La Géode

La Géode is een bioscoop in het Parc de la Villette in het 19e arrondissement van de Franse hoofdstad Parijs uitgerust voor het IMAX filmformaat, met een capaciteit van 400 zitplaatsen. Het bouwwerk is een duidelijk herkenbaar landmark in de wijk omwille van de vormgeving. La Géode is een geodetische koepel die met 6.433 vlakken de vorm van een bol zeer dicht benadert. De bol heeft een diameter van 36 m. In de zelfdragende constructie bevindt zich een platform van gewapend beton met een gewicht van 6.000 ton dat gedragen wordt door een 17 m hoge centrale pilaar. Op dit platform is de bioscoopinfrastructuur geïnstalleerd. De constructie- en inrichtingskost liep op tot 130 miljoen Franse frank. Het beeldscherm heeft een diameter van 26 m en een oppervlakte van 1000 m². De geluidsinstallatie heeft een vermogen van 21.000 watt. Het gebouw werd ontworpen door architect Adrien Fainsilber en ingenieur Gérard Chamayou en werd op 6 mei 1985 ingehuldigd tijdens een plechtigheid bijgewoond door de Franse president François Mitterrand. De bioscoop opende als een zelfstandige bioscoop, en ook een jaar voor het aangrenzende wetenschapsmuseum Cité des sciences et de l'industrie maar maakt er tegenwoordig wel deel van uit. De technische vooruitgang en standaardisatie van nieuwe technologie in beeldprojectie maakt dat de aantrekkelijkheid van La Géode snel daalde. Waar in 1985 nog 1.000.000 toeschouwers de bioscoop bezochten, zakte die aantal rond de eeuwwisseling naar de helft en ging het in 2016 nog maar om 300.000 bezoekers. Zelfs met een reductie van het aantal personeelsleden van 65 naar 12 en een omzetcijfer van drie miljoen euro is de bioscoop al meerdere jaren verlieslatend. Daarom lanceerde het museum in januari 2017 een vraag naar nieuwe projectvoorstellen om La Géode een nieuwe bestemming en aantrekkingskracht te geven. Om te diversifiëren waren reeds nieuwe voorstellingen aan het aanbod toegevoegd, waaronder rechtstreekse captatie via communicatiesatelliet van live concerten uit de Metropolitan Opera van New York.

La Villette (slachthuis)
La Villette (slachthuis)

La Villette, ook beestenmarkt van La Villette of slachthuizen van La Villette (Frans: abattoirs de la Villette, maar ook marché aux bestiaux de la Villette) was sinds de oprichting in 1867 een Franse veemarkt en slachthuis eerst in de gemeente La Villette, na annexatie door Parijs in het Quartier of wijk Quartier du Pont-de-Flandre, samen met Quartier de la Villette in het 19e arrondissement van de Franse hoofdstad gelegen. De slachthuizen speelden in de logistiek van de Parijse voedselmarkt een even grote rol als onder meer Les Halles. Keizer Lodewijk Napoleon wilde evenwel ruimte in de stad creëren en als onderdeel daarvan de slachthuizen in de Parijse binnenstad liquideren. Hij gaf stedenbouwkundige Georges-Eugène Haussmann de opdracht dit uit te werken als onderdeel van de Verbouwing van Parijs. Haussman koos om meerdere reden voor een grote slachthuissite aan de rand van de stad. De beslissing tot de bouw in La Villette werd genomen in 1859. Het grote centrale slachthuis diende de plaats in te nemen van vijf kleinere slachthuizen die in 1810 door Napoleon Bonaparte waren gecreëerd om de wilde en ongecontroleerde slachtingen verspreid over de stad tegen te gaan. Die vijf waren: de Abattoirs de Montmartre (ook Abattoirs de Rochechouart genoemd) in het 9e arrondissement, vlak ten zuiden van Montmartre en ten zuiden van de huidige Boulevard de Rochechouart op een site waar nu het Collège et Lycée Jacques Decour gevestigd is. de Abattoirs de Ménilmontant (ook Abattoirs de Popincourt genoemd) in het 11e ten noorden van de rue du Chemin Vert waar nu nieuwe straten en het kleine park Square Maurice-Gardette liggen. de Abattoirs du Roule (ook Abattoirs de Miromesnil genoemd) in het 8e ten noorden van de latere Boulevard Haussmann aan de Place du Pérou. de Abattoirs de Grenelle (ook Abattoirs des Invalides of Abattoirs de Vaugirard genoemd) in het 15e ten noorden van de huidige Boulevard Garibaldi en ten westen van de Avenue de Breteuil. de Abattoirs de Villejuif (ook Abattoirs d'Ivry genoemd) in het 13e op een site aan de Boulevard de l'Hôpital waar nadien de École nationale supérieure d'arts et métiers zich vestigde. Met het grote slachthuis kon men ook beter de markt overnemen van de slachthuizen van Poissy en Sceaux die mee de Parijse binnenstad bedienden. Hun impact was door toenemend transport van levend vee per trein tot in Parijs al gedaald, een groot slachthuis in Parijs met eigen treinstation maakte deze twee slachthuizen eigenlijk overbodig. De bouw onder leiding van de architect Jules de Mérindol, geassisteerd door Louis-Adolphe Janvier, nam een aanvang in 1860 en werd zeven jaar later afgerond. Voor de aanvoer van het levend vee werden dus twee stations aangelegd, die aansloten op de Petite Ceinture. De gare de Paris-Bestiaux aan de veemarkt ten zuidoosten van het canal de l'Ourcq en de gare de Paris-Abattoirs ten noordwesten van het kanaal waar het eigenlijke slachthuis gelegen was. Doordat het vee ook niet meer lange afstanden zelf zich moest verplaatsen, werd ook de verkoop van kalveren vanuit het platteland tot in Parijs haalbaar, en kon ook vlees van op grotere afstand tot in Parijs gebracht worden. De treinen die toekwamen in Paris-Abattoirs waren het eindstation voor het vee, van het vee dat verhandeld werd in Paris-Bestiaux ging een deel na verkoop terug de trein op voor verwerking in andere landsdelen. In het begin van de 20e eeuw kwamen elke verkoopdag (in de regel elke maandag en dinsdag) zo'n 48 treinen met tussen de 1.100 en 1.200 wagons toe, zo'n 200 wagons verlieten dagelijks ook terug gevuld het station. In de jaren die volgden steeg dit aandeel nog. De jaarlijkse omzet in La Villette liep op tot meer dan 2.700.000 dieren per jaar. In 1949 werden de installaties als verouderd bestempeld en werd een modernisering opgestart. Dit proces sleepte tientallen jaren aan en was bijzonder geldverslindend. Bij gebrek aan financiële middelen werd het zelfs in 1967 stopgezet. Het werd een financieel schandaal dat onderzocht werd door de Franse senaat en waarvan de malversaties de geschiedenis ingingen als het scandale de la Villette. Op 15 maart 1974 werden alle activiteiten van vee en slachting op de site stopgezet. Onder meer de Grande halle de la Villette waar de veemarkt in plaatsvond, werd behouden, en in 1979 erkend als monument historique, veel andere bouwwerken werden afgebroken en op de site herrees vijf jaar later het Parc de la Villette waarin nadien onder meer de Cité des sciences et de l'industrie en de Cité de la Musique werden ingehuldigd. De slachthuizen leven wel nog verder in foto's, romans en muziek (een nummer van Boris Vian uit 1954, Les Joyeux Bouchers, en uiteraard het nummer van Jacques Dutronc uit 1968, Il est cinq heures, Paris s'éveille waarin Dutronc vermeldt hoe het spek wordt versneden :"À la Villette on tranche le lard.")

Bassin de la Villette
Bassin de la Villette

Het Bassin de la Villette is een Frans langgerekt kanaaldok dat vier kanalen in het noordoosten van Parijs met elkaar verbindt, te weten het Canal Saint-Martin aan het ene uiteinde en het Canal Saint-Denis, het Canal de l'Ourcq en het korte kleine kanaaldok Darse du fond de Rouvray. Het kanaaldok ligt in het 19e arrondissement. Het is het grootste artificieel wateroppervlak van Parijs. Het werd onder water gelaten op 2 december 1808. Bedoeling was om met het water van het kanaal de fonteinen van Parijs te voeden, ook in tijden van droogte. Daarom werd het water van vijf rivieren afgeleid naar de rivier Ourcq. Deze werd gekanaliseerd naar het bassin de la Villette. Langs het Canal de l'Ourcq wordt van bijna 100 km verder water van de Ourcq aangevoerd. Het bassin ligt 25 meter hoger dan het niveau van de Seine en was dus geschikt om de openbare fonteinen van Parijs te voeden. Vanuit dit bassin voerde het Canal Saint-Martin het water Parijs binnen. Anno 2020 wordt het water van het kanaal nog gebruikt om de Parijse parken te irrigeren en de straten en riolen te reinigen. Samen met het Canal Saint-Martin en het Canal Saint-Denis vormt het een verbinding tussen twee delen van de Seine. Zo kan twaalf kilometer van de route over de Seine worden afgestoken. Tegenwoordig wordt het echter vrijwel niet meer gebruikt behalve voor rondvaarten. Het breedste deel van het kanaaldok is circa 700 meter lang op 70 m breed en heeft een diepgang van 2,60 m. De kop van het dok ligt aan de Place de la Bataille-de-Stalingrad en de Rotonde de la Villette, het voormalig tolhuis of barrière aan de doorgang in de Muur van de Belastingpachters, met het dok buiten de tolmuren. De noordwestelijke kaai is de quai de la Seine, de zuidoostelijke de quai de la Loire, halfweg het dok is er een voetgangerspasserelle, de Passerelle de la Moselle. De oorspronkelijke passerelle stamt uit 1882, had een hoogte van 11,60 m en was met een enkele boog en een lengte van 86 meter gebouwd, deze werd evenwel vervangen door een nieuwe brug in 1966. Het smallere deel van het kanaaldok, door het eerste gescheiden door de overbrugging van de Pont de Flandre, is 730 m lang en 30 m breed. Dit deel van het bassin eindigt op een rondpunt van kanalen waar Canal Saint-Denis, Canal de l'Ourcq en Darse du fond de Rouvray samenkomen. Dit tweede deel van het bassin de la Vilette wordt soms ten onrechte reeds aangeduid als het Canal de l'Ourcq. Sinds 2002 organiseert de stad Parijs elke zomer Paris Plage, waarbij een recreatiezone langs de rechteroever van de Seine wordt opgebouwd. Sinds 2007 wordt ook het Bassin de la Vilette in deze actie betrokken en worden de kaaien van het dok aangekleed met zand, ligzetels, speelpleintjes voor kinderen, petanquebanen, terrasjes, popup restaurants. Sinds 2017 worden in het Bassin drie zwembaden geïnstalleerd gevoed met gezuiverd en verwarmd water uit het dok. Deze baden aan de zijde van de quai de la Loire hebben een gezamenlijke lengte van 90 meter en een breedte van 16 meter. Tot 300 zwemgasten worden gelijkertijd toegelaten. De diepte van de baden is respectievelijk 2 m, 1,2 m en 40 cm. De zwembaden worden bewaakt door redders en douches en omkleedruimtes werden geplaatst. De zwembaden zijn geopend van 15 juli tot 15 september, dagelijks van 11 tot 21 uur en hebben deels tot doel in de aanloop naar de Parijse kandidatuur voor de Olympische Zomerspelen 2024 het Internationaal Olympisch Comité te demonstreren dat Parijs echt de capaciteit heeft zwemactiviteiten in en rond de Seine te organiseren.