place

Zaagpoort

Brug in Amsterdam-Centrum
Zaagpoortbrug
Zaagpoortbrug

De Zaagpoort (brug nr. 161) is een vaste brug tussen het centrum van Amsterdam en het stadsdeel Amsterdam-West. De brug verbindt enerzijds het Marnixplein en de Marnixstraat met anderzijds het Frederik Hendrikplantsoen en de Nassaukade. Ze voert over de Singelgracht. Naast de brug lag het overdekte Marnixbad, dat gesloopt werd en vervangen werd door het zwembad Het Marnix. Een eerste brug hier in de omgeving was een dubbele ophaalbrug. Die sneuvelde tijdens de sloop van de stadswal hier rond 1858. Toen kwam op de huidige plek een vaste brug van hout. Die brug was nog voorzien van afsluitbare hekken want tot 1868 werd er accijns geheven op toegang tot de stad. De brug had toen nog een lengte nodig van bijna 80 meter, hetgeen door landhoofden ingekort kon worden tot 38 meter. In 1907 was versterking van de brug noodzakelijk, maar die bleek alleen tijdelijk houdbaar. In 1913 kwam er een vernieuwde en bredere brug naar een ontwerp van architect J.M. van der Mey uit 1913. Hij schreef ijzeren liggers voor en de voor hem gebruikelijke uitkragende pijlers van graniet te vergelijken met de bruggen Raampoort en Weesperpoort. Toen ook kwamen er op pijlers sierlijke lantaarns te staan, vermoedelijk uit de koker van Van de Mey’s opvolger Piet Kramer. De stad breidde flink uit naar het westen en ook deze brug werd te smal. In 1928 werd de brug met circa 15 meter verbreed en op 25 meter gebracht. In 2004/2005 werd de brug volledig gerenoveerd en was geruime tijd voor al het verkeer afgesloten. Tijdens die renovatie werd een kleine welving (porring) in de brug toegepast om de brug op dezelfde hoogte te brengen als andere bruggen over de Singelgracht (volgens de uit 1996 stammende IJsnota). Tegelijkertijd werden in de werkplaats van de afdeling KunstWerken replica’s gemaakt van de vier bruglantaarns. In begin 21e eeuw rijden Tramlijn 3 en 10 en buslijn 18 en 21 over de brug en hebben er in één richting een halte. De halte in de andere richting ligt in de Marnixstraat. Op 22 juli 2018 werd lijn 10 opgeheven en vervangen door tramlijn 5. De naam van de brug verwijst naar de in 1857 gesloopte Zaagpoort, daar lag de Zaagbarrière, die bestond uit een hek met twee commiezenhuisjes waar, tot de afschaffing in 1868, stadsaccijnzen werden geïnd.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Zaagpoort (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Zaagpoort
Marnixplein, Amsterdam Centrum

Geografische coördinaten (GPS) Adres Externe links Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: ZaagpoortLees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.378519444444 ° E 4.8781 °
placeToon op kaart

Adres

Zaagpoort (Zaagpoortbrug)

Marnixplein
1015 ZD Amsterdam, Centrum
Noord-Holland, Nederland
mapOpenen op Google Maps

linkWikiData (Q3208330)
linkOpenStreetMap (452338600)

Zaagpoortbrug
Zaagpoortbrug
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Marnixplein 2C-8M
Marnixplein 2C-8M

Marnixplein 2C-8M is een wooncomplex aan het Marnixplein ingeklemd tussen de Marnixstraat en de Lijnbaansgracht in Amsterdam-Centrum, de Jordaan. Van origine zitten er 20 eenkamerwoningen en 16 tweekamerwoningen in. Een aantal jaren na oplevering kwam ten zuiden van het complex een wijkgebouw Na het slechten van de stadswal, en de verbreding van de Marnixstraat rond 1862 met delen van de langs de Lijnbaansgracht gelegen lijnbanen, was ruimte ontstaan voor de bouw van woningen. Veel kavels werden uitgegeven aan particulier initiatief. Woningbouwverenigingen bouwden er arbeiderswoningen en beleggers in vastgoed zetten er revolutiebouw neer voor de verhuur. Ten noorden van de ingang van de Westerstraat en ten zuiden van de voormalige Zaagbarrière, aan het Marnixplein, bouwde de Remonstrantsche Stichting in 1875 een complex met 36 arbeiderswoningen. De architect was Gerlof Salm. Hij bracht de woningen onder in vier huizen, 2 smalle in het midden met tweekamerwoningen en twee bredere, iets vooruitspringende, aan weerszijden met vier rug-aan-rug-woningen van één kamer per verdieping, twaalf per portiek. De bouw van deze woningen door een kerkgenootschap was een rechtstreeks gevolg van een rapport dat was geschreven in 1870 door Henrick S. van Lennep, J.B. Stokvis en G.H. Kuiper, waarin kerkelijke instanties werden uitgenodigd eenvoudige woningen te bouwen voor de minstbedeelden. Niet als investering, maar met een minimaal rendement op het geïnvesteerde vermogen om de huren betaalbaar te houden voor de doelgroep. De Remonstrantsche Gemeente werd over de streep getrokken door Everdina Wilhelmina de Lanoy-van Manen, weduwe van de in 1874 overleden Frans de Lanoy. Uit zijn nalatenschap deed zij een schenking van 72.000 gulden voor de bouw. De woningen moesten worden verhuurd door de Remonstrantsch Gereformeerde gemeente. Leden van deze gemeente zouden de voorkeur hebben, maar gezinnen met een andere geloofsbelijdenis zouden niet worden uitgesloten. De helft van de zuivere opbrengst zou ten gunste moeten komen van diaconie, de andere helft voor een weduwen- en wezenfonds. De eerste bewoners waren 26 remonstrantse gezinnen en 10 niet-remonstrantse, die wekelijks fl. 1,75 tot fl. 3,- huur betaalden. Tot 1976 werd het blokje beheerd door de Remonstrantsche gemeente. Aangezien deze stichting niet was erkend als woningcorporatie en daarom geen aanspraak kon maken op broodnodige rijkssubsidies voor renovatie tot hateenheden, verkocht de stichting het blok in 1976 aan de gemeente Amsterdam. De Stichting HUIS (Huisvesting Uit Ideëel Oogpunt) verhuurde de woningen nog een aantal jaar aan jongeren, voordat het Gemeentelijk Woningbedrijf Amsterdam een renovatie uitvoerde in 1982. Sindsdien worden de 36 "burger- en werkmanswoningen" verhuurd aan één- en tweepersoonshuishoudens. Het Gemeentelijk Woningbedrijf Amsterdam werd in 1994 geprivatiseerd in de Stichting Het Woningbedrijf Amsterdam. Tussen 2004 en 2014 fuseerde deze stichting met woningcorporaties in Almere, Amsterdam, Alkmaar, Haarlem, Haarlemmermeer en Weesp tot de huidige Stichting Ymere, waardoor een van de grootste woningcorporaties van Nederland ontstond. De woningen worden tegenwoordig verhuurd door deze woningcorporatie (gegevens 2017).

De stam
De stam

De stam is een vijfdelig artistiek kunstwerk dan wel een beeldengroep in Amsterdam-West. Het is (deels) toegepaste kunst. De titel verwijst naar twee betekenissen, de boomstam en de volksstammen die hier gewerkt hebben voor de volksstammen in het groeiende Amsterdam. Kunstenaar Joep van Lieshout en zijn atelier ontwierpen en maakten deze beelden specifiek voor het Frederik Hendrikplantsoen. In de jaren tien van de 21e eeuw vond er een herinrichting van het plantsoen plaats onder beheer van Buro Sant en Co. Het park werd gemoderniseerd; een oude speelplaats werd vervangen etc. Aan Van Lieshout werd gevraagd om met een kunstwerk te komen. Hij greep daarbij terug op de geschiedenis van de buurt voordat er sprake was van plantsoen en bewoning. Tot diep in de 19e eeuw lagen hier alleen weilanden; de stadsgrenzen werden nog gevormd door eerst de Lijnbaansgracht en later de Singelgracht. De bevolking bleef groeien en zorgde ervoor dat de industrie als eerste buiten die stadsgrenzen hun heil moest zoeken. De buurt aan het eind van de Anjeliersgracht (na demping Westerstraat) bleek uitermate geschikt voor de houtindustrie. Vanaf het agrarisch land had men constante aanvoer van wind en in de Jordaan waren voldoende (goedkope) arbeidskrachten. Aan die industrie kwam in de 19e eeuw een eind, want de stadsbebouwing stak de Singelgracht over en de inrichting van de Frederik Hendrikbuurt begon. Molens en houtbewerking verdwenen om plaats te maken voor woningen en een plantsoen. Die houtbewerking is weinig meer te vinden, op drie zaken na. Aan de Kostverlorenvaart draait nog altijd molen De Otter, ook al kwamen er af en toe voorstellen op die toch af te breken vanwege gebrek aan windkracht. De in de buurt liggende Zaagmolenstraat en de Zaagpoortbrug verwijzen ook naar de geschiedenis. Van Lieshout was binnen zijn werk(en) in die jaren wel vaker bezig met het verwerken van de industriële revolutie. Van Lieshout kwam met polyester (vaak gebruikt materiaal van de kunstenaar) en glasvezel met vijf beelden waarin hout de voornaamste rol speelt. Geslachtloze figuren slepen en werken met hout, waarbij de menselijke figuren overgaan in de verbeelding van hout en andersom. Twee beelden uit de groep vallen extra op; één is een vier meter hoge paal, die vooral op een herkenningspunt in het plantsoen lijkt en één die een citaat lijkt van De Denker van Auguste Rodin, een peinzend (of juist uitrustend) figuur op een bankje. De beelden worden door de bezoekers zelf gebruikt als zit- en rustbankjes; kinderen klimmen en klauteren erop. De beeldengroep werd aangevuld met een veel groter object: de speelslinger van Carve. Op een afstand lijkt het Droombeeld van Cephas Stauthamer er niets van te moeten hebben. Dat kijkt al sinds de plaatsing in 1965 naar de Jordaan.