place

Drossaerdhuis

GeleenHerenhuis in NederlandRijksmonument in Sittard-GeleenWoning in Sittard-Geleen
Huis Corten
Huis Corten

Het Drossaerdhuis, ook wel Huis Corten of Cortenhuis genoemd, is gelegen aan de Geenstraat in de Geleense wijk Lutterade, een wijk van de gemeente Sittard-Geleen.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Drossaerdhuis (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Drossaerdhuis
Geenstraat, Sittard-Geleen

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: DrossaerdhuisLees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 50.976111111111 ° E 5.8280555555556 °
placeToon op kaart

Adres

Geenstraat 36
6162 XZ Sittard-Geleen
Limburg, Nederland
mapOpenen op Google Maps

Huis Corten
Huis Corten
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Mauritsstadion
Mauritsstadion

Het Mauritsstadion was een Nederlands voetbalstadion in de voormalige Limburgse gemeente Geleen. In het stadion, gelegen in de wijk Lutterade, werd achtereenvolgens gespeeld door de voetbalvereniging Maurits, de Geleense profclub Fortuna '54 en de latere fusieclub Fortuna SC, tegenwoordig bekend als Fortuna Sittard. Het Mauritsstadion werd kort na de Tweede Wereldoorlog gebouwd voor de bedrijfsclub van de Staatsmijn Maurits. Op 10 september 1947 werd de eerste steen gelegd. De bouwkosten waren relatief laag, mede dankzij de medewerking van werknemers van de Staatsmijn Maurits en de leden van de club. Ook werd gebruikgemaakt van oud bouwmateriaal, onder andere afkomstig van het oude voetbalterrein van V.V. Maurits aan de Ringovenstraat. Op 14 augustus 1949 werd de opening verricht door Hans Hopster, de vicevoorzitter van de KNVB. Hierna speelden Maurits en het Belgische RFC Liégeois de openingswedstrijd. De club werd in 1950 afdelingskampioen, waardoor zij met vijf andere afdelingskampioenen mocht deelnemen aan de competitie om het landskampioenschap van Nederland. SV Maurits eindigde hierin als derde; landskampioen in dat jaar werd SV Limburgia, de club van Staatsmijn Hendrik uit Brunssum, de afdelingskampioen van de andere zuidelijke afdeling. SV Maurits degradeerde in 1954 echter uit de Eerste klasse. Maurits kwam vervolgens tot een overeenkomst met het door de Geleense bouwondernemer Egidius Joosten opgerichte Fortuna '54 voor het gezamenlijke gebruik van het Mauritsstadion. Omdat Fortuna '54 uitkwam in de door de KNVB niet erkende nieuw opgerichte profcompetitie van de NBVB, werden, als straf voor deze samenwerking, alle elftallen van Maurits uit de competitie genomen. Nadat de KNVB en de NBVB in november 1954 overeenkwamen om samen één landelijke profcompetitie te gaan organiseren, trad Fortuna '54 toe tot deze competitie en kreeg S.V. Maurits haar licentie terug en kwam voortaan uit in de hoogste afdeling van het amateurvoetbal. In 1957 werd Maurits landskampioen. Desondanks ging de club in 1958 op in Fortuna '54 en het stadion werd in de volksmond omgedoopt in Fortunastadion. In 1959 werd het stadion voorzien van een lichtinstallatie, op dat moment de modernste van Nederland en die kon wedijveren met de lichtinstallatie van het Bernabeustadion van Real Madrid CF. Op 5 mei 1959 werd de lichtinstallatie in gebruik genomen bij een wedstrijd tussen Fortuna '54 en het Braziliaanse Botafogo. Inmiddels was de capaciteit van het stadion uitgebreid van circa 21.000 toeschouwers bij de opening in 1949 naar 27.000. Bij competitiewedstrijden, maar ook bij de vele vriendschappelijke wedstrijden die Fortuna '54 tegen gerenommeerde buitenlandse tegenstanders speelde, stroomde het stadion regelmatig vol. Fortuna'54 speelde aanvankelijk mee in de top van de Nederlandse Eredivisie en eindigde tussen 1956 en 1959 op respectievelijk een tweede, vierde en derde plaats. In die tijd speelden veel bekende internationals voor Fortuna in het stadion (Frans de Munck, Cor van der Hart, Jan Notermans, Coy Koopal, Jan Lauers, Bram Appel, Faas Wilkes, Spitz Kohn, Bart Carlier). In de loop van de jaren zestig werden de sportieve resultaten echter steeds minder, mede doordat het bouwbedrijf van Joosten in problemen kwam en er zodoende minder topspelers konden worden aangetrokken. In 1968 leidde dit tot de degradatie van de club. Echter na een fusie met het eveneens gedegradeerde RKSV Sittardia mocht de nieuw gevormde club Fortuna SC (Fortuna Sittardia Combinatie) toch in de Eredivisie blijven spelen. De thuisduels werden de eerste jaren afwisselend in het Mauritsstadion in Geleen en het destijds nieuwe stadion De Baandert in Sittard gespeeld. De kampioenswedstrijd van het seizoen 1966/67 werd op 30 april 1967 gespeeld in het Mauritsstadion. Het was dat jaar de wedstrijd Fortuna '54 - AFC Ajax, waarbij de Amsterdammers met een 2-3 overwinning het kampioenschap hebben veiliggesteld. De toeschouwersaantallen in het Mauritsstadion waren echter sterk afgenomen en in maart 1970 werd besloten dat Fortuna SC vanaf het nieuwe seizoen enkel nog in De Baandert zou spelen. De laatste wedstrijd in het stadion, op zaterdag 16 mei 1970 tegen HVC, werd gespeeld voor slechts 750 toeschouwers. Hierna kwam het stadion zonder vaste bespeler te zitten en viel ten prooi aan vandalisme. In 1971 ging de hoofdtribune door een brand verloren. In 1981 werd het Mauritsstadion gesloopt om plaats te maken voor woningen (eerste steen 1990) en een park, het Fortunapark. Stenen van het stadion zijn verwerkt in trappen en verhogingen in het park. De oude lichtmasten zijn vanaf 1981 tot de sloop in 2000 jaren gebruikt door SV Limburgia op het sportterrein aan de Venweg te Brunssum. Aan de Henri Hermanslaan, op de plek waar vroeger de toegangspoort van het Maurits stadion was, staat tegenwoordig een monument met onder andere de eerste steen van het oude stadion en de namen van alle bekende voetballers van zowel S.V. Maurits als Fortuna '54.

Julianatunnel
Julianatunnel

De Julianatunnel in Geleen is een verkeerstunnel onder de spoorlijn Maastricht-Sittard, de bedrijfsspoorweg komend van het expeditieterrein van het bedrijventerrein Chemelot en de randweg Geleen-West. De tunnel werd noodzakelijk nadat in 1926 in Geleen de Mijn Maurits en in 1929 het nevenbedrijf SBB aan de westzijde van Geleen werden geopend en aansluitend de tussen beide bedrijven gelegen nieuwe volkswijk Lindenheuvel tot ontwikkeling kwam. Veel mijnwerkers die naar de mijn gingen kwamen per trein naar Geleen en stapten uit op het station Geleen-Lutterade. Dit leidde vaak tot gevaarlijke situaties doordat de gehaaste arbeiders na het verlaten van de trein veelvuldig over het spoor liepen om tijdig op hun werk te komen. In 1929 werden plannen ontvouwd om het spoor ter plaatse te ondertunnelen en in het najaar werd aangevangen met de bouw. Opdrachtgever was de Nederlandse Spoorwegen, de ontwerper was ir. Ankersmit van de NS en de uitvoerder de gebr. Huitzing te Winsum en Coevorden. De financiering werd door de NS, de Staatsmijnen in Limburg en de Gemeente Geleen gedaan. De eigenlijke tunnel heeft een totale lengte van 75 m en bestaat uit drie aparte werken, elk met een tussenruimte voor lichtinval. Het eerste deel is bestemd voor het autoverkeer vanaf het Station Lutterade richting Geleen-Centrum en Krawinkel (later werd hierover de Westelijke randweg voor Geleen geprojecteerd). Over het tweede deel loopt de spoorweg Maastricht-Sittard, over het derde deel loopt een bedrijfsspoorweg, aanvankelijk voor de kolentreinen komende van de voormalige Staatsmijn Maurits en later voor ketel- en kunstmestwagons komende van het SBB en de bedrijfsexpeditie van Chemelot. De breedte van de tunnel is ruim 16 m en heeft drie doorgangen. Aanvankelijk was de middelste met een breedte van 10 meter bestemd voor het autoverkeer en fietsers en de beide andere aan weerszijden gelegen doorgangen met elk een breedte van 3 meter voor voetgangers. Later, toen het autoverkeer aanmerkelijk toenam en na meerdere ongelukken, werden de voetgangerstunnels uit veiligheidsoverweging ook bestemd voor fietsers. Tussen de tunneldelen onderling zijn honingraatvormige lichtgaten aangebracht. De tunnel is voorzien van een wateropvang met pompinstallatie om hemelwater af te voeren. Oorspronkelijk werd aan beide ingangen van de tunnel een trap voorzien als verbinding voor voetgangers met enerzijds het station en anderzijds met de ingang van de Mijn Maurits. Later toen de Maurits overstapte naar groepsvervoer van de mijnwerkers met zo genoemde koelbösse (mijnbussen), werden deze trappen minder relevant en werden deze zelfs deels gesloopt. De tunnel werd op prinsessedag 30 april 1931 feestelijk geopend, vandaar de naam Julianatunnel. In het bijzijn van alle belanghebbende partijen, de NS, de Staatsmijnen, de Gemeente Geleen en de aannemer werd er tweemaal een lint doorgeknipt. Eenmaal aan de zijde van Geleen Centrum door burgemeester Damen en eenmaal aan de westzijde waar gelijktijdig de nieuwe Mijnweg naar de Maurits en de tunnelopgang richting Burgemeester Lemmensstraat, de weg naar het verder gelegen SBB, waren aangelegd. Hier werd het lint doorgeknipt door de directeur van de Staatsmijnen, Ir. van Iterson. Aansluitend aan de bouw van de tunnel werd ter ontlasting van het spoor en de spoorwegovergang door mijnwerkers naar Geleen-West tevens een nieuw spoorwegstation gerealiseerd voor Geleen-Lutterade. Dit station werd een jaar later in gebruik genomen en verving het oude gebouw uit 1863. De tunnel is door de gemeente Sittard-Geleen als gemeentelijk monument 2883/GM096 aangemerkt. Met de aanleg van de Westelijke Randweg is de tunnel aangepast en gerestaureerd.

Wilhelminamonument (Geleen)
Wilhelminamonument (Geleen)

Het Wilhelminamonument is een aan koningin Wilhelmina gewijd monument op de Markt in Geleen. Het monument werd in 1958 onthuld door haar dochter koningin Juliana. Het monument is vervaardigd door de Limburgse beeldhouwer Peter Roovers. Het werd oorspronkelijk geplaatst op de Nieuwe Markt met het gezicht gericht op het stadhuis op de Oude Markt. In 1972 werd het verplaatst naar de andere zijde van de Nieuwe Markt en in 1992 werd het nogmaals verplaatst, nu naar de huidige plek voor het voormalige stadhuis. In 1958 was dit beeld het eerste Wilhelminamonument in Nederland. De plannen voor het beeld ontstonden rond de viering van het vierde eeuwfeest van de Heerlijkheid Geleen. Het feestcomité dat belast was met de organisatie van de feestelijkheden, leek het passend om bij de gelegenheid van dit grote jubileum een beeld aan te bieden aan de stad. Weliswaar had het Oranjehuis niets met de Heerlijkheid Geleen uit te staan gehad, maar het comité wilde op deze wijze herdenken dat Geleen onder de regering van Wilhelmina was uitgegroeid van overwegend agrarische gemeente tot het industriële en culturele centrum van de Westelijke Mijnstreek. De kennelijke Oranjegezindheid van Geleens burgemeester mr. dr. J.P.D. van Banning zal ook een rol hebben gespeeld bij de keuze van het onderwerp. Toen men in 1957 het vierhonderdjarig bestaan vierde, was het beeld evenwel nog niet klaar. Niet lang na de viering evenwel maakte de hoofdarchivaris van het Rijksarchief in Maastricht bekend dat de stichting van de Heerlijkheid Geleen niet in 1557 maar in 1558 moest worden gedateerd. Aldus van de nood een deugd makend, besloot men het jubileum in 1958 opnieuw te vieren. Nu kon het Monument op 16 juni 1958 worden onthuld door koningin Juliana. Het monument - gemaakt uit brons - toont de vorstin op een 5 meter hoge sokkel, gezeten op een troon en geflankeerd door een landbouwer met zeis en een mijnwerker met lamp. De troon is hoger geplaatst dan de twee mansfiguren. Dit geheel werd geplaatst in een bassin met fontein.