place

Brug 870

Brug in Amsterdam-Zuid
Brug 870, overzicht (2)
Brug 870, overzicht (2)

Brug 870 is een kunstwerk in Amsterdam-Zuid. De brug verzorgt de verbinding tussen de Amsteldijk en het Rozenoordpad en Dr. C.W. Ittmannpad, een wandel- en fietsstrook ten noorden van de Ringweg-Zuid. De brug is in 1975 ontworpen door Dirk Sterenberg werkend bij en voor de Dienst der Publieke Werken. Hij hield daarbij rekening met de brug 841, ook van zijn hand, die ongeveer 50 meter zuidelijker ligt. Zij is geheel van beton met een overspanning van twintig meter lang, een brugpijler in het midden, en een breedte van ongeveer 8 meter. Het geheel wordt gedragen door een betonnen paalfundering. De brugleuningen kregen de kleur groen mee, die vaker voorkomt in de wijk Buitenveldert. Sterenberg had als kleur oranje op het oog. Voor de aanleg van de brug moest een aantal bomen gerooid worden. De brug ligt vast in het landschap terwijl de grond onder de op- en afritten langzaam slinkt, waardoor het wegdek van de brug niet meer goed aansluit op de aanvoerpaden. Eind jaren zeventig kreeg de brug gezelschap van de veel grotere en drukkere Rozenoordbrug, zij voert de Rijksweg 10 over de Amstel. Deze brug was al ingetekend op het ontwerp van brug 870.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Brug 870 (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Brug 870
Massachusetts Avenue Northwest, Waszyngton Dupont Circle

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: Brug 870Lees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.333719444444 ° E 4.8985777777778 °
placeToon op kaart

Adres

Massachusetts Avenue Northwest 2131
20526 Waszyngton, Dupont Circle
Dystrykt Kolumbii, Stany Zjednoczone
mapOpenen op Google Maps

Brug 870, overzicht (2)
Brug 870, overzicht (2)
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Brug 841
Brug 841

Brug 841 is een kunstwerk in Amsterdam-Zuid. De brug vormde de ingang van het Amstelpark vanaf de Amsteldijk. Het park werd aangelegd rond 1970 (opening 1972) en er werden voor de toegangen enkele bruggen gebouwd. De hoofdingang wordt gevormd door brug 840, die tegelijkertijd met deze brug werd gebouwd in 1970/1971. Het ontwerp van beide bruggen is afkomstig van Dirk Sterenberg werkend bij en voor de Dienst der Publieke Werken. Hij kwam voor brug 841 met een ontwerp waarin twee toegangsdeuren geïntegreerd waren op de oostelijke landhoofden. Om in- en overklimmen tegen te gaan werden aan weerszijden van die toegangsdeuren gladde betonnen borstweringen geplaatst. Het geheel wordt gedragen door een paalfundering van 28 betonnen heipalen. De toegang tot het park werd later verplaatst naar een positie dieper in het park en de toegangsdeuren werden verwijderd. Daardoor doen die betonnen borstweringen aan als moderne plastieken met enkele uitstulpingen. Overigens plaatste Sterenberg wel vaker niet in het oog springende plastieken bij bruggen, zie bijvoorbeeld de Theophile de Bockbrug met haar betonnen kubus. Brug 840 en 841 werden tegelijk aangelegd, toch zit er een opvallend verschil tussen. Brug 840 is uitgevoerd in de standaardkleuren blauw en wit van Amsterdam brug 841 is uitgevoerd in de kleuren groen en wit, kleuren die teruggevonden worden bij meerdere bruggen in Buitenveldert. Eind jaren zeventig kreeg de brug gezelschap van de veel grotere en drukkere Rozenoordbrug, zij voert de Rijksweg 10 over de Amstel

't Lalibellum
't Lalibellum

't Lalibellum is een onderdeel van Begraafplaats Zorgvlied in Amsterdam/Amstelveen. De begraafplaats werd eind 19e eeuw opgetuigd in landelijk gebied op het grondgebied van gemeente Nieuwer-Amstel. Gemeente Amsterdam knabbelde steeds meer grondgebied van die uitgebreide doch weinig bewoonde gemeente. Echter, de begraafplaats bleef behoren tot Amstelveen, maar werd door annexaties geheel omsloten door Amsterdam met haar oprukkende bewoning. Dit leidde in de 21e eeuw tot problemen. De begraafplaats lag, ondanks een stijging van het aantal crematies vol; er was geen plek voor nieuwe graven. Om toch de verzoeken te kunnen honoreren werden ‘t lalibellum gebouwd. De titel verwijst naar de rotskerken van Lalibela, alwaar een aantal kerken niet boven de grond werd gebouwd, maar ze waar ze in de rotsachtige bodem werden uit gehouwen en gegraven. In tegenstelling tot de rotsachtige bodem daar is er op het terrein (behalve kunstmatig) geen rots te vinden. Om een grafkelder te kunnen maken, moest dus veen en zand worden afgegraven, totdat een ruimte gecreëerd kon worden voor toekomstige graven. Daarbij hanteerde de begraafplaats een nieuw reglement. Er worden stoffelijke resten in kisten voor tien jaar geplaatst waarna alsnog crematie of herbegraving elders plaatsvindt. Na de crematie wordt de urn met inhoud weer in ’t lalibellum geplaatst. De ruimte dient dus op termijn (ook) tot columbarium. De kelder wordt ook gebruikt voor gemeenschappelijke graven. Bezoekers kunnen er niet in, maar de namen van de doden kunnen worden opgelicht en er is de mogelijkheid om een filmpje van overledenen te projecteren. Landschapsarchitecte Ada Wille ontwierp een grafkelder met daarop een kleine grafheuvel. De kelder, eigenlijk meer een souterrain met plek voor ruim 2200 graven, is namelijk deels ondergronds gebouwd met daarboven een terrasvormige bovenbouw. Er moest 4000 m³ afgegraven worden; tevens moesten 325 heipalen de grond in. De “stevige onderlaag” in dit gebied lag op circa 14 meter diepte. De twaalf terrassen en kolommen verwijzen naar de twaalf maanden. Door die terrasachtige structuur ontstond meteen een ruimte om (in de buitenlucht) te herdenken. De opstapjes van de terrassen laten de namen van de begravene(n) zien. Het terrein wordt in één hoek afgesloten met een symbolische “eeuwige vlam”. Op 20 juni 2012 vond de opening plaats voor deze toen in Nederland en verre omstreken nieuwe vorm van begraven. Het terrein wordt afgesloten door een grote legplaat met een gedicht van Kees Koot.

Toegangshek Amstelrust
Toegangshek Amstelrust

Het Toegangshek Amstelrust levert de toegang tot de voormalige buitenplaats Amstelrust, gelegen langs de Amsteldijk, Amsterdam. Het hek in de vorm van een poort dateert uit het begin of midden 18e eeuw en sluit aan op een vanaf de dijk liggende toerit over een bruggetje dan wel duiker. Het vierkante hekwerk is samengesteld uit twee hekvleugels tussen de stijlen en ligger. Boven de ligger is de tekst Amstelrust te lezen. Daarboven is een “kuif” met een ovaal met een symmetrisch ornament geplaatst, dat lijkt qua stijl met de kalligrafie van de letters te maken te hebben. Grote delen van het hek ademen de Lodewijk XIV-stijl uit, maar niet het ovaal en de letters. Buiten het hekwerk/poort is het geheel afgewerkt met zijstukken in de vorm van voluten. Alles is uitgevoerd in smeedijzer en zwartkleurig , behalve de goudkleurige letters en versiering. In de jaren vijftig bevonden het landgoed en het hekwerk zich in deplorabele toestand. Onder leiding van architect Cornelis Johannes Henke, dan werkzaam bij de Dienst der Publieke Werken werden beide gerestaureerd/gerenoveerd. Dit had tot resultaat dat het etablissement weer voor bewoning geschikt werd. Op 22 mei 2007 werd het hekwerk in het monumentenregister opgenomen vanwege algemeen cultuurhistorisch belang onder de redenen: de ouderdom van het hekwerk de markering van toegang tot het landgoed de vormgeving de relatie tot het complex. Het terrein wordt ook afgesloten door middel van een kleiner hekwerk in dezelfde stijl. Het is niet bekend of dit hekwerk tot het rijksmonument behoort.

Your life is calling
Your life is calling

Your life is calling, met bijnamen Vuisten of De handjes, is een kunstwerk in Amsterdam-Zuid. Het is een beeldengroep van uit de grond rijzende gebalde vuisten van gewapend beton. Het formaat is 2 bij 2 bij 1,8 meter; het gewicht ruim 5000 kilo. De kunstenaars Paul Pieck en Benno Réwinkel hebben het zelf gemaakt in hun atelier aan de Admiraal de Ruyterweg. Ze protesteerden met deze verzameling tegen de vercommercialisering van de musea aan het Museumplein. Daar was in 1990 een Van Gogh-tentoonstelling in het Van Goghmuseum bezig (het Vincent van Gogh-jaar); de kunstenaars noemden het frietkraamkermis. De beeldengroep stond er in eens; er was geen opdrachtgever of eerder bericht; de kunstenaars hebben het kunstwerk zelf laten ingraven op het Museumplein. Een opmerkelijk detail daarbij is dat de kunstenaars gewoon hun gang konden gaan, ondanks dat er strikte veiligheidsmaatregelen rondom het plein golden. Men dacht dat het bij het evenement hoorde. Dat plein, ook wel de kortste snelweg van Nederland genoemd, ging rond 1998 op de schop. Het beeld verdween voor even in de opslag van de gemeente. De kunstenaars tekenden (opnieuw) protest aan; het was de bedoeling dat het beeld zichtbaar zou blijven. In eerste instantie werd gekeken of het op het Roelof Hartplein herplaatst kon worden. Dat bleek niet haalbaar. De kunstenaars namen vervolgens contact op met de Stichting/Vereniging Vrienden van het Beatrixpark. Zij zagen de adoptie van het beeld wel zitten. De stichting/vereniging wilde het beeld gebruiken als protest tegen (weer) een afslag van de Rijksweg 10, die een deel van het park zou afsnoepen. In september 2007 raakte de beeldengroep zwaar beschadigd, maar restauratie bleek mogelijk. Pieck en Rewinkel bleven protesteren. Een half jaar later volgde een protest tegen Holland Casino aan het Max Euweplein; de vorm was dit maal een kogelvrij glazen kubus met daarin een wapperend briefje van honderd gulden. Weer een half jaar later werden ze op het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad opgepakt, omdat ze aldaar een kunstwerk wilden plaatsen in de vorm van een betonnen sokkel met daarop een houten kruis met weer daarop een bloedend runderhart, bevestigd door goudkleurige spiezen; dat alles onder de titel Deo Volente.