place

Ecoduct Leenderbos

Bouwwerk in Heeze-LeendeEcoduct

Ecoduct Leenderbos is een ecoduct over de Nederlandse provinciale weg 396 tussen Valkenswaard en Leende. Het ecoduct verbindt het natuurgebied Valkenhorst aan de noordzijde van de provinciale weg met het Leenderbos aan de zuidzijde. De opdracht voor de bouw is afkomstig van de provincie Noord-Brabant gebouwd en het geheel is op 8 januari 2014 geopend. Het ecoduct maakt deel uit van het programma om de natuurgebieden in noordoost Noord-Brabant met elkaar te verbinden. Naast ecoduct Leenderbos zijn ook ecoduct Maashorst, ecoduct Groote Heide en ecoduct Herperduin met dit programma gerealiseerd, wat tezamen 9,9 miljoen euro heeft gekost. De naam voor de ecoduct is afkomstig van het bosgebied Leenderbos.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Ecoduct Leenderbos (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs).

Ecoduct Leenderbos
Valkenswaardseweg, Heeze-Leende

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: Ecoduct LeenderbosLees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 51.350922222222 ° E 5.5245222222222 °
placeToon op kaart

Adres

Valkenswaardseweg

Valkenswaardseweg
5595 XR Heeze-Leende
Noord-Brabant, Nederland
mapOpenen op Google Maps

Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Groote Heide (oorspronkelijk)
Groote Heide (oorspronkelijk)

De Groote Heide was tot ca. 1900 een groot heidegebied dat zich uitstrekte tussen Heeze, Geldrop, Eindhoven, Valkenswaard en de Achelse Kluis. Het gebied was ongeveer 5000 hectare groot en werd begrensd door Tongelreep en Strijper Aa. In het gebied waren wel wat kleine ontginningen te vinden, de zogenaamde kampjes, geïsoleerde, door houtwallen omgeven akkertjes. Overblijfselen hiervan vindt men in het noordoosten van het later ontstane Leenderbos. Ook werd de heide gebruikt voor de valkenvangst, een belangrijke broodwinning voor de inwoners van Valkenswaard en omgeving. Hiertoe waren vangplaatsen met een zogenaamde tobhut ingericht. Vooral in het begin van de 20e eeuw vonden er grootschalige ontginningen plaats, waarbij vennen werden drooggelegd en voornamelijk naaldbos aangeplant. Bos werd aangeplant in een gebied dat toebehoorde aan de familie Van Tuyll van Serooskerken, kasteelheren van Heeze. Het Groot Huisven werd drooggelegd en omgezet in weidegrond. In de jaren 1930 werd het Leenderbos aangelegd, waarbij een groot deel van het heidegebied met naaldhout werd beplant. Toen in 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbrak werden deze werkzaamheden gestaakt. Versnippering van de Groote Heide vond verder plaats door de aanleg van autosnelwegen, met name de A2 en de A67 (1963-1973), met het knooppunt Leenderheide (1963). Deze wegen en knooppunten werden later nog verbreed. De Groote Heide is verdeeld geraakt over een aantal gebieden met verschillende namen en eigenaren: Groote Heide (Achelse Kluis) is het gebied tussen het Leenderbos en de Achelse Kluis, dat door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nooit met bos beplant is geweest, en in bezit is van Staatsbosbeheer. Leenderheide of Groote Heide is het deel van de voormalige Groote Heide dat in bezit is van de Stichting Brabants Landschap, het is gelegen ten oosten van de A2. Groote Heide (Heeze), gebied dat vroeger in handen was van de kasteelheer van Heeze, en later deels in bezit is van Brabant Water, en deels in bezit van de gemeente Heeze-Leende. Dit gebied ligt ten oosten van de bezittingen van Brabants Landschap. Stratumse Heide, het deel van de Groote Heide tussen Stratum en de A67. De genoemde gebieden maken deel uit van Natuurgrenspark De Groote Heide dat bestaat uit het Nederlandse Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux en Belgische natuurgebieden als Hageven en Beverbeekse Heide.

Leenderbos

Het Leenderbos is onderdeel van Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux. Het maakt deel uit van een uitgestrekt natuurgebied op een aaneengesloten zandrug tussen Eindhoven en het Belgische Achel. Het Leenderbos wordt in het westen begrensd door de Tongelreep, in het noorden door het natuurgebied Valkenhorst, in het oosten door Leenderstrijp en het dal van de Strijper Aa en in het zuiden door het natuurreservaat Groote Heide. Boswachterij Leende is onderdeel van Staatsbosbeheer en ongeveer 1600 ha groot. Het gebied is voornamelijk beplant met naaldbos, grove den die bestemd was voor mijnhout en douglasspar voor de houtverwerkende industrie. Het ontginningsbos werd in de jaren 30 van de 20e eeuw aangelegd als werkverschaffingsproject op het uitgestrekte heidegebied de Groote Heide. Uit deze episode is nog een houten werkkeet bewaard gebleven. Het Leenderbos is een van de eerste bossen die bewust zo zijn aangelegd dat het tevens een aantrekkelijk recreatiegebied zou worden. Kenmerkend voor zijn de licht gebogen dreven, in tegenstelling tot de meeste ontginningsbossen waar de dreven in een dambordpatroon zijn aangelegd. Daarnaast werden een aantal vennen met omgeving gespaard, en wel de Galberg, de Hasselsvennen, het Klein Hasselsven en het Dorven. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak is het bebossingswerk gestopt, waardoor een deel van de Groote Heide heide bleef. Op de grens van bos en heide werd nog een zogeheten tobhut nagebouwd, welke in gebruik was ten behoeve van de valkenvangst, waarin de inwoners van Valkenswaard gespecialiseerd waren.

Sint-Petrus'-Bandenkerk (Leende)
Sint-Petrus'-Bandenkerk (Leende)

De Sint-Petrus'-Bandenkerk in Leende is een laat-gotische kruisbasiliek met ingebouwde toren, die na de brand van 1699, ontstaan door blikseminslag, in 1714 weer opgebouwd is. De toren is bekroond met een blaasvormige bol die in de volksmond de 'Lindse Blaos' wordt genoemd. Dit karakteristieke beeld is al van verre zichtbaar. De toren werd hersteld in 1884, 1905 en 2001. Ze heeft vier klokken, die na de roof van de klokken door de bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog door nieuwe werden vervangen. De toren wordt gesteund door vier overhoekse steunberen, waarvan een de functie van trappentoren heeft en wordt bekroond door een afzonderlijk spitsje. De toren is versierd door lisenen die de vlakken in spaarvelden verdelen, die afgesloten worden door natuurstenen driepasfriezen. De westingang is tijdens de restauratie van 1905 naar neogotische trant vernieuwd. Hoewel de kerk vermoedelijk gereed kwam in 1474 is het priesterkoor ouder. Dit dateert van omstreeks 1400. Het schip is een voorbeeld van Maasgotiek. Dit blijkt uit de zuilen met Maaskapitelen, wat plat tegen de schacht aangedrukte plompebladeren zijn, en uit de door kruinribben onderverdeelde kruisribgewelven. Maaskapitelen zijn zeldzaam in Noord-Brabant, doch komen in Limburg meer voor. Het interieur bevat een hardstenen doopvont uit omstreeks 1500, een 17e-eeuwse preekstoel, een 15e-eeuws triomfkruis en Moeder van Smarten, een 16e-eeuws beeld van Sint-Catharina en Sint-Barbara, en een Sint-Annabeeld uit omstreeks 1750. Het interieur is betrekkelijk kaal en vertoont ook elementen uit de neogotiek. Carl Weber en Pierre Cuypers hebben gewerkt aan diverse verbouwingen, zoals verhoging van het priesterkoor en verplaatsing van de ingang. Architect Cees Geenen ontwierp de zijkapellen die in 1939-1940 gebouwd zijn. In de kerk bevindt zich ook een geheel gerestaureerd orgel uit 1860, van de Mechelse orgelbouwer F.B. Loret, die leefde van 1808-1877. De kerk is van 1648 tot 1798 in gebruik geweest voor de protestante eredienst. Aangezien het aantal hervormden in Leende gering was, werden er ook gemeenteraadsvergaderingen in de kerk gehouden.