place

Stuyvesantstraat

Straat in Amsterdam-West
2019 Stuyvesantstraat 56 (2)
2019 Stuyvesantstraat 56 (2)

De Stuyvesantstraat is een straat in Amsterdam-West, De Baarsjes, Westindische Buurt.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Stuyvesantstraat (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Stuyvesantstraat
Stuyvesantstraat, Amsterdam West

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: StuyvesantstraatLees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.363233333333 ° E 4.8570888888889 °
placeToon op kaart

Adres

Stuyvesantstraat 33-1
1058 AK Amsterdam, West
Noord-Holland, Nederland
mapOpenen op Google Maps

2019 Stuyvesantstraat 56 (2)
2019 Stuyvesantstraat 56 (2)
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Arend Westermanbrug
Arend Westermanbrug

De Arend Westermanbrug (brug 186) is een vaste brug in Amsterdam-West. De brug overspant de Postjeswetering en ligt in de Baarsjesweg, die hier de kade vormt van de Admiralengracht. Ten noordwesten van de brug ligt een parkje zonder naam, waarin het beeld Europa van Hans Kuyper staat. Aan de overzijde van de Admiralengracht staat het rijksmonument Het Sieraad, de voormalige ambachtsschool. De Baarsjesweg vormde hier lang de scheiding tussen het hoge waterpeil in de stad en het lage polderpeil daarbuiten. De Postjeswetering had wel een doorgang naar de Admiralengracht, maar niet direct naar de Kostverlorenvaart. De stad breidde haar plannen 1922-1927 echter uit en al in de jaren twintig kwam er bebouwing tussen Baarsjesweg en Hoofdweg (en verder). Om vaartuigen van hoog naar laag en omgekeerd te kunnen takelen was er in 1916 een scheepslift geplaatst. Bij het bebouwen van het gebied alhier was al bepaald dat de gebouwen zodanig gebouwd (of aangepast) moesten worden, zodat zij ook bij het verhoogde waterpeil geen natte kelders kregen. Toen de bebouwing voldoende westwaarts was opgerukt werd besloten ook de scheepslift verder naar het westen te leggen, ten westen van de Hoofdweg en de brug over Postjeswetering in aldaar (brug 231). In 1954 werd vervolgens de brug aanbesteed en moest er flink gebouwd worden. De bouw van de brug is op foto’s vastgelegd, die laten de bouw van de brug bij een laag waterpeil zien. Nadat de brug klaar was en de scheepslift verplaatst begon de gemeente met het doorgraven van de verbinding tussen Postjeswetering en Admiralengracht enerzijds en Kostverlorenvaart anderzijds (over die opening zou geen brug komen). Frans V. Smit meldde dat de brug afkomstig zou zijn van bruggenarchitect Piet Kramer, gedurende het tijdvak 1922-1937, de bebouwing van de Postjesweg is van zijn hand. Deze brug kwam er echter pas in 1954 en toen was Kramer al vertrokken bij de Dienst der Publieke Werken. Zijn opvolgers, eerst Dirk Sterenberg en daarna ook Dick Slebos en Cornelis Johannes Henke lieten zich in het begin behoorlijk beïnvloeden door Piet Kramer. De brug heeft dan ook nog delen die aan Kramer doen denken, zoals de afwisseling tussen baksteen en natuursteen. De landhoofden aan de oeverkant met hier en daar een trap doen ook nog denken aan Kramers Amsterdamse Schoolstijl en zeker het vele baksteen daar. Opvallend is de stijgende trapwand aan de waterkant, die trapsgewijs met baksteen stijgt, maar met natuursteen vloeiend is gemaakt. Echter de landhoofden aan de brugzijde lijken niet van Kramer, het zijn grote granieten burchten, waartussen een betonnen overspanning ligt die meer aan Sterenberg en Slebos doet denken. Ook de balustrades zijn strak uitgevoerd (zonder sierwerk) en dat wijst op bemoeienissen van genoemd duo. De brug ging vanaf haar oplevering naamloos door het leven als brug 186. De gemeente Amsterdam vroeg in 2016 aan de Amsterdamse bevolking om mogelijke namen voor dergelijke bruggen. Een voorstel deze brug te vernoemen naar architect Arend Jan Westerman, de architect van de tegenover de brug staande voormalige Ambachtsschool, werd in december 2017 goedgekeurd en opgenomen in de Basisadministratie Basisregistraties Adressen en Gebouwen. Het nummer 186 werd bij de brugnummering hergebruikt. Het stond eerder voor een voetbrug uit 1905 in de Houthaven, aldus een onderhoudslijst uit 1913. Brug en later ook de Houthaven zelf zijn geheel verdwenen.

Postjeswetering
Postjeswetering

De Postjeswetering in Amsterdam-West werd in de huidige vorm aangelegd in de jaren twintig als onderdeel van Plan West. De gracht ligt sinds 1990 in stadsdeel De Baarsjes (sinds 2010: stadsdeel West). De gracht kreeg zijn naam in 1922 en werd vernoemd naar de vroegere Postjeswetering, waarover groente uit de Sloterpolder naar de stad werd vervoerd. Ook de Postjeskade en de Postjesweg zijn hiernaar vernoemd. Het gedeelte dat omsloten wordt door de Postjeswetering, Postjeskade, Baarsjes en Surinameplein wordt ook wel Postjesbuurt genoemd. De Postjeswetering ontleent haar naam aan de vele bruggetjes die over het water lagen, soms simpele losse planken, om wagens met hooi of tuinbouwproducten te laten passeren en die postjes of ook wel hoofdelingen heten. De gracht loopt van de Kostverlorenvaart en Admiralengracht eerst naar het westen, volgens het oude tracé van de vaart, maar maakt dan bij het Rembrandtpark een hoek naar het zuiden en vormt zo de verbinding naar de Westlandgracht en verder naar de Westelijke Tuinsteden en de Slotervaart. De eerste deel van de gracht wordt gekruist door de Baarsjesweg (brug nr. 186) en Hoofdweg (brug nr. 231) met bruggen in de stijl van de Amsterdamse School. De duizendste brug van Amsterdam (brug nr. 684; in gebruik genomen in 1973) ligt over de Postjeswetering bij het Rembrandtpark. Bij de Cornelis Lelylaan gaat de gracht over in de Westlandgracht. Tot 1954 lag de gracht op het polderpeil van de Sloterpolder (NAP -2,10 m). Daarna werd de gracht verbonden met de Kostverlorenvaart en verhoogd naar het stadsboezempeil (NAP -0,40 m). Voordien was er vanaf 1916 een elektrische scheepslift voor transport van kleine groenteschuiten over de Baarsjesweg heen. Deze scheepslift verving op zijn beurt de beide overtomen bij de buurtschap De Baarsjes en bij de Overtoomse Buurt. De scheepslift deed nog tot 1959 dienst voor groenteschuiten op de plaats waar de Postjeswetering tegenwoordig bij het Rembrandtpark uitkomt, waarna deze werd gesloopt na het verdwijnen van de laatste tuindersbedrijven in de Overtoomsepolder. Op de plaats van samenkomst van de Postjeswetering, Admiralengracht en de Kostverlorenvaart ligt het gebouw van de vroegere 4e Ambachtsschool, later School voor Edelsmeden, thans Het Sieraad, een mooi voorbeeld van de Amsterdamse School.

Brug 231 (Postjeswetering)
Brug 231 (Postjeswetering)

Brug 231 is een vaste brug in Amsterdam Oud-West. Ze is gelegen in de Hoofdweg. Ze overspant daarbij de Postjeswetering. De brug heeft, nadat de officieuze benaming Postjesbrug per april 2016 door de gemeente was ingetrokken, vooralsnog geen vernoeming gekregen. Amsterdam kent wel een Hoofdbrug, maar die ligt over de Geldersekade in het centrum. De brug dateert uit de periode rond 1918. De aanleg geschiedde in het beheer van Bouwgrond Exploitatie Maatschappij De Hoofdweg met als architect Hendrik van der Vijgh (1868-1930). Die 30 meter brede Hoofdweg, ook van de tekentafel van Van der Vijgh zou in eerste instantie de verbinding vormen tussen het Surinameplein en de Haarlemmerweg, maar zou uiteindelijk bij het Bos en Lommerplein ophouden. De brug was daarbij meteen in steen uitgevoerd, andere bruggen in de buurt bleven nog enige tijd van hout. Er waren namelijk al plannen om over de Hoofdweg alhier een elektrische tram te laten rijden. De woonblokken in de omgeving van de brug volgden pas later. De brug werd destijds verhoogd aangelegd omdat Amsterdam toen al van plan was het waterpeil van de (toekomstige) grachten hier te verhogen naar het peil in de binnenstad, het zou tot omstreeks 1955 duren. In 1928 werd de brug verstevigd. Het ontwerp van de nieuwe brug werd daarbij gemaakt door de Dienst der Publieke Werken, maar de architect zelf bleef onbekend. De brug vertoonde kenmerken van de Amsterdamse School. De vier bouwblokken ten noorden van de brug (hoek Hoofdweg en Postjesweg) werden ontworpen door Piet Kramer, een van de vertegenwoordigers van die stijl. De brug had toen drie doorvaarten, maar aangezien de walkanten nog niet verstevigd waren kon van de linker en rechter doorvaart geen gebruik gemaakt worden door scheepvaart. Die walkanten waren wel voor langere tijd het domein van waterratten, waarop ook wel gejaagd werd. Opvallend aan de brug waren de lantaarns. In 1954 werd de brug in twee fases vernieuwd waarbij tram 17 tijdelijk enkelspoor reed. Een foto van september 1959 laat een geheel andere brug zien met een betonnen overspanning, vernieuwde balustrades; de lantaarns werden waarschijnlijk toen ook verwijderd. Door het plaatsen van een bakstenen bolwerk aan de noordwestelijke walkant bleef men binnen de bouwstijl. De natuurstenen blokjes die hier en daar te vinden zijn en het zitje bij de brug waren een van de kenmerken van bruggen van Piet Kramer, maar die had toen de Publieke Werken al verlaten. Zijn opvolgers lieten zich regelmatig inspireren door zijn werk; in dit geval vermoedelijk Cornelis Johannes Henke. De halte Hoofdweg/Postjesweg van bus 15 en tram 17 staduitwaarts loopt door tot op de brug wat bij lijn 17 in de jaren vijftig niet het geval was omdat de halte kort kon zijn omdat met losse motorwagens werd gereden.

Vosmaerstraat 1-321
Vosmaerstraat 1-321

Vosmaerstraat 1-321 te Amsterdam is een gebouw aan de Vosmaerstraat in Amsterdam-West. Het is sinds 14 april 2009 een gemeentelijk monument. De Vosmaerstraat kreeg in 1911 haar naam en werd daarna bebouwd. De even zijde aan de noordkant kreeg portiekwoningen. Aan de oneven zijde aan de zuidkant volgde een "Gesticht voor jongens". In november 1911 werd vanuit burgemeester en wethouders voorgesteld een nog braak liggend terrein van circa 1000 m2 aan de Vosmaerstraat hoek Derde Kostverlorenkade in erfpacht te geven, pachter zou worden de "Vereeniging Hulp voor onbehuisden". Een maand later werd dit goedgekeurd. In het gebouw zou onderdak geboden worden aan jongens (13-17 jaar), die een baan hadden in het Buitengasthuis (voor huisvesting was daar geen plaats meer) en jongens die scholing volgden aan ambachtscholen of al werkzaam waren in de bouw. Voor een tweede categorie jongens werd met dit gebouw ook onderdak geschapen; het waren jongens, die opvoeding moest worden bijgebracht, daar waar ouders of voogden daar niet toe in staan waren. Zij konden hier tevens leren. De laatste categorie was die voor reclassering van jongens die net de gevangenis hadden verlaten en jongens die moesten voldoen aan terbeschikkingstelling. In totaal zouden tachtig jongens ondergebracht worden. De architect Jan de Meijer kwam voor de instelling met een gebouw van circa 45 meter breed, 20 meter hoog (exclusief koepel) en 10 meter diep. Die koepel moest licht brengen in het centraal gelegen trappenhuis; de toegang zou een ronde rondboog zijn. Zo werd het echter niet gebouwd, uit doelmatigheid moest al snel een strook bijgepacht (aan de Busken Huetstraat) worden en een terrein dat geschikt gemaakt kon worden voor een grotere speelplaats. Het Algemeen Handelsblad van 10 maart 1914 spreekt nog over “zal verrijzen”, terwijl het grootste deel dan al is opgeleverd. In april 1914 was de verwachting dat het gebouw midden mei officieel in gebruik kon worden genomen. Het werd 20 mei 1914, maar de bestemming was enigszins aangepast. Er konden jongens terecht die via justitie straf opgelegd hadden gekregen maar voorwaardelijk buiten de gevangenis werden gehouden; de opening zou ook door de minister van Justitie Bastiaan Ort verricht worden. Het gebouw was gefinancierd uit giften en hypotheek, het zou 150.000 gulden hebben gekost. Uiteindelijk had architect Eduard Pieter Messer zijn collega Meijer bijgestaan. Het gebouw werd opgetrokken uit rood baksteen met hier en daar wat versieringen in beton en/of natuursteen. Het gebouw kent een centraal geplaatste toegang die uitgevoerd is in een dubbel risaliet; het gebouwdeel staat naar voren en de toegang daarin weer meer naar voren. Dit centrale deel heeft vier bouwlagen met daarop schilddak met dakkapel (van de koepel is niets terug te vinden). Dit deel wordt aan beide zijden geflankeerd door een vleugels, die een bouwlaag minder hebben. Het gebouw straalde volgens het Algemeen Handelsblad soberheid uit, naar het gebruik van destijds waren er hoge plafonds in gangen, lokalen en slaapzalen. In het gebouw waren aparte zalen en toegangen voor lijders aan besmettelijke ziekten. Om de jongens in het gareel te houden waren muren voorzien van belerende teksten zoals Wees vriendelijk jegens al wat leeft. Voorts waren er een isoleercel en een kapel. Een van de bewoners was Johnny Kraaijkamp sr. (dan nog junior). Ook Emanuel Polak zat er een tijd. In de jaren zeventig kwam het leeg te staan en werd het gekraakt; het werd sinds 1974 bekend als heroïnepand, waarop de politie ingreep. Junkies verjaagd uit het Vondelpark had hier hun heil gezocht, terwijl afgesproken was het gebouw om te bouwen voor jongerenhuisvesting, hetgeen even later zou gebeuren.

Postjesbuurt
Postjesbuurt

De Postjesbuurt of Westindische buurt is een stadsbuurt of wijk in het Amsterdamse stadsdeel West. De buurt is een schiereiland, begrensd door de Kostverlorenvaart (Baarsjesweg), de Postjeswetering (Postjeskade) en het Surinameplein. Tot 1921 maakte het gebied deel uit van de voormalige gemeente Sloten die in dat jaar door Amsterdam werd geannexeerd. Het oudste deel van de buurt is onder verantwoordelijkheid van de gemeente Sloten tot stand gekomen in de jaren voor de annexatie. Het grootste deel van de buurt werd gebouwd in de jaren twintig en dertig. De belangrijkste straat is de Hoofdweg (het zuidelijk deel daarvan). Openbaar vervoer wordt verzorgd door de tramlijnen 1, 7 en 17 en buslijnen 15 en 18. Aan het Surinameplein bevond zich bij de Postjeskade een politiebureau. (Politiebureau is al jaren gesloten.) Aan de Baarsjesweg zijn veel importbedrijven van kleding uit Zuid-Azië gevestigd. Van 1990 tot 2010 vormde de buurt het zuidelijke deel van het stadsdeel De Baarsjes. Sindsdien is de Postjesbuurt het meest zuidwestelijke deel van het grotere stadsdeel West. Ook wel bekend als Westindische buurt Zuid. De benaming Postjesbuurt is ontleend aan de Postjeswetering en de Postjeskade. De Postjesweg ligt overigens net buiten de Postjesbuurt. De Postjeswetering op haar beurt dankt haar naam aan de vele bruggetjes en planken die vroeger over het water lagen om de hooiwagens te laten passeren en die postjes of ook wel hoofdelingen heten. De benaming Westindische buurt refereert aan de straatnamen die ontleend zijn aan Suriname en de (voormalige) Nederlandse Antillen, zoals Surinameplein, Paramaribostraat en Curaçaostraat.

Surinamestraat (Amsterdam)
Surinamestraat (Amsterdam)

De Surinamestraat is een straat in Amsterdam-West. Het maakt deel uit van Stadsroute 106. Ze is gelegen aan de zuidkant van een buurt waarin alle straatnamen verwijzen naar Suriname en de Nederlandse Antillen. De straat begint bij de brug de Overtoomse Sluis over de Kostverlorenvaart en eindigt op het Surinameplein. Zowel de straat als het plein kregen op 22 maart 1922 haar naam. De bebouwing bestaat uit twee in basis identieke bouwblokken met galerij en winkels aan beide zijden van het wegdek. Beide bouwblokken met hun respectievelijke overgang naar Kostverlorenkade (noordelijk blok) en Sloterkade zijn sinds 2013 gemeentelijk monument en in basis ook elkaars spiegelbeeld. De totale bebouwing heeft van bovenaf gezien de vorm van een kelk. Bij de zuidkant is uitgegaan van het ontwerp van Jordanus Roodenburgh, gebouwd in een stijl die gerelateerd is aan de Amsterdamse School. Er is dan ook veel baksteen te zien, afgewisseld met natuursteen met daarin strak uitgevoerde rechthoekige raampartijen. Roodenburghs specifieke kenmerken, de (vijf-)hoekige poortjes/toegangen, zijn ook terug te vinden in bijvoorbeeld de galerijpoorten. Dit blok dateert van de periode eind jaren twintig conform een plattegrondschets uit 1926. Aan de noordzijde kon nog niet gebouwd worden op de geplande plaats. De toenmalige de brug Overtoomse Sluis uit 1924 lag noordelijker dan de huidige, hetgeen nog altijd terug te vinden in de afgesneden hoek Kostverlorenvaart en Overtoom. Er waren wel al plannen voor het vervangen van die brug, maar crisis en Tweede Wereldoorlog hielden de bouw tegen. In 1949 werd de nieuwe brug Overtoomse Sluis naar een ontwerp van Piet Kramer opgeleverd en werd voorzien van tramsporen die echter alleen werden gebruikt ter verkorting van de remiseritten naar de remise Havenstraat. De oude brug, die geen tramsporen had, kon afgebroken worden en de tijdelijke bebouwing aan de noordzijde verdween om plaats te maken voor het spiegelbeeld. Het is dan 1955/1956. De bouwstijl is aanmerkelijk versoberd en gemoderniseerd. De hoeveel baksteen is vrijwel gelijk, maar de vlakverdeling is veranderd. De galerijpoortjes zijn ook veel minder “moeilijk” uitgevoerd, meer richting nieuwe bouwen.