place

Plan West

Amsterdam-WestGeschiedenis van AmsterdamStedenbouwkundig projectWijk in Amsterdam
Wendingen1927 6 7 p5 PlanWestAmsterdam Berlage
Wendingen1927 6 7 p5 PlanWestAmsterdam Berlage

Het Plan West in Amsterdam werd door de gemeente Amsterdam gelanceerd in 1922, na de annexatie van de vroegere gemeente Sloten in 1921 als verlengde van de West Indische buurt en het uiteindelijk te vormen West-Indische buurt Noord. Het was een vervolg op het Plan Zuid van H.P. Berlage uit 1917, op het geannexeerde grondgebied van Nieuwer-Amstel. Beide plannen waren ontworpen om te voorzien in het grote tekort aan woningen na de Eerste Wereldoorlog.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Plan West (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Plan West
Cabotstraat, Amsterdam West

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: Plan WestLees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.367986111111 ° E 4.8539833333333 °
placeToon op kaart

Adres

Cabotstraat 26-1
1057 VR Amsterdam, West
Noord-Holland, Nederland
mapOpenen op Google Maps

Wendingen1927 6 7 p5 PlanWestAmsterdam Berlage
Wendingen1927 6 7 p5 PlanWestAmsterdam Berlage
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Postjeswetering
Postjeswetering

De Postjeswetering in Amsterdam-West werd in de huidige vorm aangelegd in de jaren twintig als onderdeel van Plan West. De gracht ligt sinds 1990 in stadsdeel De Baarsjes (sinds 2010: stadsdeel West). De gracht kreeg zijn naam in 1922 en werd vernoemd naar de vroegere Postjeswetering, waarover groente uit de Sloterpolder naar de stad werd vervoerd. Ook de Postjeskade en de Postjesweg zijn hiernaar vernoemd. Het gedeelte dat omsloten wordt door de Postjeswetering, Postjeskade, Baarsjes en Surinameplein wordt ook wel Postjesbuurt genoemd. De Postjeswetering ontleent haar naam aan de vele bruggetjes die over het water lagen, soms simpele losse planken, om wagens met hooi of tuinbouwproducten te laten passeren en die postjes of ook wel hoofdelingen heten. De gracht loopt van de Kostverlorenvaart en Admiralengracht eerst naar het westen, volgens het oude tracé van de vaart, maar maakt dan bij het Rembrandtpark een hoek naar het zuiden en vormt zo de verbinding naar de Westlandgracht en verder naar de Westelijke Tuinsteden en de Slotervaart. De eerste deel van de gracht wordt gekruist door de Baarsjesweg (brug nr. 186) en Hoofdweg (brug nr. 231) met bruggen in de stijl van de Amsterdamse School. De duizendste brug van Amsterdam (brug nr. 684; in gebruik genomen in 1973) ligt over de Postjeswetering bij het Rembrandtpark. Bij de Cornelis Lelylaan gaat de gracht over in de Westlandgracht. Tot 1954 lag de gracht op het polderpeil van de Sloterpolder (NAP -2,10 m). Daarna werd de gracht verbonden met de Kostverlorenvaart en verhoogd naar het stadsboezempeil (NAP -0,40 m). Voordien was er vanaf 1916 een elektrische scheepslift voor transport van kleine groenteschuiten over de Baarsjesweg heen. Deze scheepslift verving op zijn beurt de beide overtomen bij de buurtschap De Baarsjes en bij de Overtoomse Buurt. De scheepslift deed nog tot 1959 dienst voor groenteschuiten op de plaats waar de Postjeswetering tegenwoordig bij het Rembrandtpark uitkomt, waarna deze werd gesloopt na het verdwijnen van de laatste tuindersbedrijven in de Overtoomsepolder. Op de plaats van samenkomst van de Postjeswetering, Admiralengracht en de Kostverlorenvaart ligt het gebouw van de vroegere 4e Ambachtsschool, later School voor Edelsmeden, thans Het Sieraad, een mooi voorbeeld van de Amsterdamse School.

Brug 231 (Postjeswetering)
Brug 231 (Postjeswetering)

Brug 231 is een vaste brug in Amsterdam Oud-West. Ze is gelegen in de Hoofdweg. Ze overspant daarbij de Postjeswetering. De brug heeft, nadat de officieuze benaming Postjesbrug per april 2016 door de gemeente was ingetrokken, vooralsnog geen vernoeming gekregen. Amsterdam kent wel een Hoofdbrug, maar die ligt over de Geldersekade in het centrum. De brug dateert uit de periode rond 1918. De aanleg geschiedde in het beheer van Bouwgrond Exploitatie Maatschappij De Hoofdweg met als architect Hendrik van der Vijgh (1868-1930). Die 30 meter brede Hoofdweg, ook van de tekentafel van Van der Vijgh zou in eerste instantie de verbinding vormen tussen het Surinameplein en de Haarlemmerweg, maar zou uiteindelijk bij het Bos en Lommerplein ophouden. De brug was daarbij meteen in steen uitgevoerd, andere bruggen in de buurt bleven nog enige tijd van hout. Er waren namelijk al plannen om over de Hoofdweg alhier een elektrische tram te laten rijden. De woonblokken in de omgeving van de brug volgden pas later. De brug werd destijds verhoogd aangelegd omdat Amsterdam toen al van plan was het waterpeil van de (toekomstige) grachten hier te verhogen naar het peil in de binnenstad, het zou tot omstreeks 1955 duren. In 1928 werd de brug verstevigd. Het ontwerp van de nieuwe brug werd daarbij gemaakt door de Dienst der Publieke Werken, maar de architect zelf bleef onbekend. De brug vertoonde kenmerken van de Amsterdamse School. De vier bouwblokken ten noorden van de brug (hoek Hoofdweg en Postjesweg) werden ontworpen door Piet Kramer, een van de vertegenwoordigers van die stijl. De brug had toen drie doorvaarten, maar aangezien de walkanten nog niet verstevigd waren kon van de linker en rechter doorvaart geen gebruik gemaakt worden door scheepvaart. Die walkanten waren wel voor langere tijd het domein van waterratten, waarop ook wel gejaagd werd. Opvallend aan de brug waren de lantaarns. In 1954 werd de brug in twee fases vernieuwd waarbij tram 17 tijdelijk enkelspoor reed. Een foto van september 1959 laat een geheel andere brug zien met een betonnen overspanning, vernieuwde balustrades; de lantaarns werden waarschijnlijk toen ook verwijderd. Door het plaatsen van een bakstenen bolwerk aan de noordwestelijke walkant bleef men binnen de bouwstijl. De natuurstenen blokjes die hier en daar te vinden zijn en het zitje bij de brug waren een van de kenmerken van bruggen van Piet Kramer, maar die had toen de Publieke Werken al verlaten. Zijn opvolgers lieten zich regelmatig inspireren door zijn werk; in dit geval vermoedelijk Cornelis Johannes Henke. De halte Hoofdweg/Postjesweg van bus 15 en tram 17 staduitwaarts loopt door tot op de brug wat bij lijn 17 in de jaren vijftig niet het geval was omdat de halte kort kon zijn omdat met losse motorwagens werd gereden.