place

Paramariboplein

Plein in Amsterdam-West
2024 Paramariboplein, Asd overzicht (B)
2024 Paramariboplein, Asd overzicht (B)

Het Paramariboplein is een plein in Amsterdam-West.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Paramariboplein (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Paramariboplein
Paramariboplein, Amsterdam West

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: ParamaribopleinLees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.359805555556 ° E 4.8547166666667 °
placeToon op kaart

Adres

Paramariboplein
1058 AS Amsterdam, West
Noord-Holland, Nederland
mapOpenen op Google Maps

2024 Paramariboplein, Asd overzicht (B)
2024 Paramariboplein, Asd overzicht (B)
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Surinamestraat (Amsterdam)
Surinamestraat (Amsterdam)

De Surinamestraat is een straat in Amsterdam-West. Het maakt deel uit van Stadsroute 106. Ze is gelegen aan de zuidkant van een buurt waarin alle straatnamen verwijzen naar Suriname en de Nederlandse Antillen. De straat begint bij de brug de Overtoomse Sluis over de Kostverlorenvaart en eindigt op het Surinameplein. Zowel de straat als het plein kregen op 22 maart 1922 haar naam. De bebouwing bestaat uit twee in basis identieke bouwblokken met galerij en winkels aan beide zijden van het wegdek. Beide bouwblokken met hun respectievelijke overgang naar Kostverlorenkade (noordelijk blok) en Sloterkade zijn sinds 2013 gemeentelijk monument en in basis ook elkaars spiegelbeeld. De totale bebouwing heeft van bovenaf gezien de vorm van een kelk. Bij de zuidkant is uitgegaan van het ontwerp van Jordanus Roodenburgh, gebouwd in een stijl die gerelateerd is aan de Amsterdamse School. Er is dan ook veel baksteen te zien, afgewisseld met natuursteen met daarin strak uitgevoerde rechthoekige raampartijen. Roodenburghs specifieke kenmerken, de (vijf-)hoekige poortjes/toegangen, zijn ook terug te vinden in bijvoorbeeld de galerijpoorten. Dit blok dateert van de periode eind jaren twintig conform een plattegrondschets uit 1926. Aan de noordzijde kon nog niet gebouwd worden op de geplande plaats. De toenmalige de brug Overtoomse Sluis uit 1924 lag noordelijker dan de huidige, hetgeen nog altijd terug te vinden in de afgesneden hoek Kostverlorenvaart en Overtoom. Er waren wel al plannen voor het vervangen van die brug, maar crisis en Tweede Wereldoorlog hielden de bouw tegen. In 1949 werd de nieuwe brug Overtoomse Sluis naar een ontwerp van Piet Kramer opgeleverd en werd voorzien van tramsporen die echter alleen werden gebruikt ter verkorting van de remiseritten naar de remise Havenstraat. De oude brug, die geen tramsporen had, kon afgebroken worden en de tijdelijke bebouwing aan de noordzijde verdween om plaats te maken voor het spiegelbeeld. Het is dan 1955/1956. De bouwstijl is aanmerkelijk versoberd en gemoderniseerd. De hoeveel baksteen is vrijwel gelijk, maar de vlakverdeling is veranderd. De galerijpoortjes zijn ook veel minder “moeilijk” uitgevoerd, meer richting nieuwe bouwen.

Surinameplein
Surinameplein

Het Surinameplein in Amsterdam-West verbindt de Hoofdweg met de Cornelis Lelylaan en is via de Surinamestraat verbonden met de Overtoom en Amstelveenseweg. Het plein is in 1922 vernoemd naar de sinds 1975 onafhankelijke Nederlandse kolonie Suriname aan de noordkust van Zuid-Amerika. De straten in de buurt ten noorden van het plein zijn eveneens genoemd naar geografische begrippen in Suriname en de (voormalige) Nederlandse Antillen. De buurt werd daarom door de gemeente de Westindische buurt genoemd, maar tegenwoordig staat dit gebied bekend als Postjesbuurt. Sinds 2003 bevindt zich op het plein het beeld Levensboom van Henry Renfurm (1940-2011) als "Monument van besef" (Bon Fu Gron Prakseri) ter herdenking van het Nederlandse slavernij-verleden. Het plein werd aangelegd in de jaren twintig op het grondgebied van de in 1921 geannexeerde gemeente Sloten. Deze gemeente had voordien al plannen gemaakt voor een nieuwbouwwijk ten westen van de Baarsjesweg en Sloterkade, maar de plannen werden in gewijzigde vorm uitgevoerd door de gemeente Amsterdam als onderdeel van het Plan West. De eerste bebouwing, tussen de Hoofdweg en de Surinamestraat, van architect Daan Roodenburgh, dateert van 1927. De eerste brug over de Kostverlorenvaart werd gebouwd in het verlengde van de Surinamestraat in 1925 ter vervanging van de oude brug over de Overtoomse Sluis in de Schinkel in het verlengde van de Andreas Schelfhoutstraat. In 1949 werd de ophaalbrug vervangen door de nog bestaande basculebrug, die toen tevens van tramrails werd voorzien. Aan de zuidwestkant staat het flatgebouw Klokkenhof uit 1962, waarin woningen en het Belforthotel zijn gevestigd. Het is voorzien is van een klokkenspel met 28 klokken; deze Voorslag speelde vroeger alleen automatisch elk uur. De klokken zwijgen al vele jaren. De klokken werden in 1961 gegoten door Eijsbouts in Asten. Ten oosten hiervan bevindt zich een bejaardenhuis uit 1960, waarin sinds januari 2015 een broedplaats van Stichting Urban Resort is gevestigd. Beide gebouwen zijn van de hand van Cornelis Wegener Sleeswijk Het Surinameplein lag tot 1990 in de wijk Overtoomse Veld. Tussen 1990 en 2010 lag het in stadsdeel De Baarsjes. Sinds 2010 vormt het Surinameplein de grens tussen stadsdeel West en stadsdeel Zuid. Het plein zelf hoort bij West. In 2014/2015 werd hier als tijdelijk kunstwerk Zes cirkelelementen van André Volten geplaatst. De bedoeling was plaatsing voor slechts vijf jaar. In 2023 staat de beeldengroep er nog steeds.

Vosmaerstraat 1-321
Vosmaerstraat 1-321

Vosmaerstraat 1-321 te Amsterdam is een gebouw aan de Vosmaerstraat in Amsterdam-West. Het is sinds 14 april 2009 een gemeentelijk monument. De Vosmaerstraat kreeg in 1911 haar naam en werd daarna bebouwd. De even zijde aan de noordkant kreeg portiekwoningen. Aan de oneven zijde aan de zuidkant volgde een "Gesticht voor jongens". In november 1911 werd vanuit burgemeester en wethouders voorgesteld een nog braak liggend terrein van circa 1000 m2 aan de Vosmaerstraat hoek Derde Kostverlorenkade in erfpacht te geven, pachter zou worden de "Vereeniging Hulp voor onbehuisden". Een maand later werd dit goedgekeurd. In het gebouw zou onderdak geboden worden aan jongens (13-17 jaar), die een baan hadden in het Buitengasthuis (voor huisvesting was daar geen plaats meer) en jongens die scholing volgden aan ambachtscholen of al werkzaam waren in de bouw. Voor een tweede categorie jongens werd met dit gebouw ook onderdak geschapen; het waren jongens, die opvoeding moest worden bijgebracht, daar waar ouders of voogden daar niet toe in staan waren. Zij konden hier tevens leren. De laatste categorie was die voor reclassering van jongens die net de gevangenis hadden verlaten en jongens die moesten voldoen aan terbeschikkingstelling. In totaal zouden tachtig jongens ondergebracht worden. De architect Jan de Meijer kwam voor de instelling met een gebouw van circa 45 meter breed, 20 meter hoog (exclusief koepel) en 10 meter diep. Die koepel moest licht brengen in het centraal gelegen trappenhuis; de toegang zou een ronde rondboog zijn. Zo werd het echter niet gebouwd, uit doelmatigheid moest al snel een strook bijgepacht (aan de Busken Huetstraat) worden en een terrein dat geschikt gemaakt kon worden voor een grotere speelplaats. Het Algemeen Handelsblad van 10 maart 1914 spreekt nog over “zal verrijzen”, terwijl het grootste deel dan al is opgeleverd. In april 1914 was de verwachting dat het gebouw midden mei officieel in gebruik kon worden genomen. Het werd 20 mei 1914, maar de bestemming was enigszins aangepast. Er konden jongens terecht die via justitie straf opgelegd hadden gekregen maar voorwaardelijk buiten de gevangenis werden gehouden; de opening zou ook door de minister van Justitie Bastiaan Ort verricht worden. Het gebouw was gefinancierd uit giften en hypotheek, het zou 150.000 gulden hebben gekost. Uiteindelijk had architect Eduard Pieter Messer zijn collega Meijer bijgestaan. Het gebouw werd opgetrokken uit rood baksteen met hier en daar wat versieringen in beton en/of natuursteen. Het gebouw kent een centraal geplaatste toegang die uitgevoerd is in een dubbel risaliet; het gebouwdeel staat naar voren en de toegang daarin weer meer naar voren. Dit centrale deel heeft vier bouwlagen met daarop schilddak met dakkapel (van de koepel is niets terug te vinden). Dit deel wordt aan beide zijden geflankeerd door een vleugels, die een bouwlaag minder hebben. Het gebouw straalde volgens het Algemeen Handelsblad soberheid uit, naar het gebruik van destijds waren er hoge plafonds in gangen, lokalen en slaapzalen. In het gebouw waren aparte zalen en toegangen voor lijders aan besmettelijke ziekten. Om de jongens in het gareel te houden waren muren voorzien van belerende teksten zoals Wees vriendelijk jegens al wat leeft. Voorts waren er een isoleercel en een kapel. Een van de bewoners was Johnny Kraaijkamp sr. (dan nog junior). Ook Emanuel Polak zat er een tijd. In de jaren zeventig kwam het leeg te staan en werd het gekraakt; het werd sinds 1974 bekend als heroïnepand, waarop de politie ingreep. Junkies verjaagd uit het Vondelpark had hier hun heil gezocht, terwijl afgesproken was het gebouw om te bouwen voor jongerenhuisvesting, hetgeen even later zou gebeuren.

Postjesbuurt
Postjesbuurt

De Postjesbuurt of Westindische buurt is een stadsbuurt of wijk in het Amsterdamse stadsdeel West. De buurt is een schiereiland, begrensd door de Kostverlorenvaart (Baarsjesweg), de Postjeswetering (Postjeskade) en het Surinameplein. Tot 1921 maakte het gebied deel uit van de voormalige gemeente Sloten die in dat jaar door Amsterdam werd geannexeerd. Het oudste deel van de buurt is onder verantwoordelijkheid van de gemeente Sloten tot stand gekomen in de jaren voor de annexatie. Het grootste deel van de buurt werd gebouwd in de jaren twintig en dertig. De belangrijkste straat is de Hoofdweg (het zuidelijk deel daarvan). Openbaar vervoer wordt verzorgd door de tramlijnen 1, 7 en 17 en buslijnen 15 en 18. Aan het Surinameplein bevond zich bij de Postjeskade een politiebureau. (Politiebureau is al jaren gesloten.) Aan de Baarsjesweg zijn veel importbedrijven van kleding uit Zuid-Azië gevestigd. Van 1990 tot 2010 vormde de buurt het zuidelijke deel van het stadsdeel De Baarsjes. Sindsdien is de Postjesbuurt het meest zuidwestelijke deel van het grotere stadsdeel West. Ook wel bekend als Westindische buurt Zuid. De benaming Postjesbuurt is ontleend aan de Postjeswetering en de Postjeskade. De Postjesweg ligt overigens net buiten de Postjesbuurt. De Postjeswetering op haar beurt dankt haar naam aan de vele bruggetjes en planken die vroeger over het water lagen om de hooiwagens te laten passeren en die postjes of ook wel hoofdelingen heten. De benaming Westindische buurt refereert aan de straatnamen die ontleend zijn aan Suriname en de (voormalige) Nederlandse Antillen, zoals Surinameplein, Paramaribostraat en Curaçaostraat.

Overtoomse Buurt
Overtoomse Buurt

De Overtoomse Buurt is een vroegere buurt aan het begin van de Sloterkade in Amsterdam-Zuid. Na de aanleg van de overtoom in de Schinkel ontstond hier een levendige buurt met veel bedrijvigheid. Een van de bekendste gebouwen was de herberg de 'Bonte Os' of het Aalsmeerder Veerhuis uit 1634. Sinds 1515 lag hier een overtoom, die de scheiding vormde tussen boezem van het Hoogheemraadschap van Rijnland en die van Amstelland. Deze werd in 1809 door een schutsluis vervangen, de Overtoomse Sluis. Hiermee was een rechtstreekse vaarverbinding tussen de Schinkel enerzijds en de Kostverlorenvaart en de Overtoomse Vaart anderzijds mogelijk geworden. Deze sluis was in het begin van de 20e eeuw een belangrijk obstakel geworden in de scheepvaartroute. De Overtoomse Sluis werd op 1 juli 1942 vervangen door de Schinkelsluis bij de Nieuwe Meer, waarna het water langs de Sloterkade verbreed kon worden. De Schinkel was tot 1896 de grens tussen de gemeente Nieuwer-Amstel (aan de oostkant) en de gemeente Sloten (aan de westkant). Vanuit Amsterdam liep de Overtoomse Vaart tot aan de overhaal. Hier begon ook de weg naar Sloten, de Sloterweg. Omdat deze buurt, vanuit Sloten gezien, bij de Overtoom lag, die de toegang gaf tot Amsterdam, ontstond de naam 'Overtoomse Buurt'. Het gebied ten westen hiervan werd ook wel de Overtoomsepolder of het Overtoomse Veld genoemd, hiernaar is in de jaren vijftig een van de Westelijke Tuinsteden genoemd. Bij de Overtoomse Buurt was er vanaf 1649 tot 1916 nog een tweede kleine overtoom, die vanaf de Kostverlorenvaart toegang gaf tot de vaarweg naar Sloten, de Slotervaart. Ook hiernaar is in de jaren vijftig een van de Westelijke Tuinsteden genoemd Na de annexatie van de gemeente Sloten in 1921 begon de verstedelijking in deze omgeving en daarmee de neergang van de oude buurtschappen. In de jaren twintig werd een deel van de Overtoomse Buurt gesloopt voor de bebouwing aan de zuidkant van het nieuwe Surinameplein, als onderdeel van het Plan West. Ook de aan de andere Schinkeloever liggende Dubbele Buurt verdween voor het grootste deel voor verbreding van het vaarwater en voor de stedelijke bebouwing bij de Amstelveenseweg. De ophaalbrug over de Overtoomse Sluis lag aanvankelijk in het verlengde van de Bosboomstraat, de latere Andreas Schelfhoutstraat. In 1925 werd een nieuwe ijzeren ophaalbrug gebouwd iets ten noorden van de oude, in het verlengde van de Surinamestraat naar het Surinameplein. Van de bebouwing van voor 1921 resteren nog enkele oude kleine huisjes rond het behouden gebleven Aalsmeerder Veerhuis. Na een lange periode van verval werd dit monument in 1965 in oude glorie gerestaureerd. De Overtoomse Buurt was van 1918 tot 1925 vertrekpunt van de tramlijn Amsterdam - Sloten, die de Sloterkade verbond met het dorp Sloten. In 1927 verschenen de eerste elektrische trams van de Gemeentetram Amsterdam op het nieuwe Surinameplein, gebouwd op een deel van de vroegere buurtschap. Van 1927 tot 1962 en van 1971 tot 1988 was dit het eindpunt van lijn 17. Van 1962 tot 1971 en sinds 1988 passeert lijn 17 dit plein op weg naar Osdorp. Sinds de bouw van de nieuwe basculebrug in 1949 liggen er ook tramrails door de Surinamestraat. Sinds 1971 rijdt lijn 1 hierover vanaf de Overtoom naar het Surinameplein en verder naar Osdorp.

Aalsmeerder Veerhuis
Aalsmeerder Veerhuis

Het Aalsmeerder Veerhuis, ook bekend onder de naam 'Herberg De Bonte Os', is een historisch pand uit 1634 aan de Sloterkade 21-22, toen nog in de voormalige gemeente Sloten en tegenwoordig Amsterdam-Zuid en een van de laatste overgebleven huizen van de vroegere Overtoomse Buurt. Na de aanleg van de overtoom in de Schinkel in 1515 ontstond hier een levendige buurt met veel bedrijvigheid. Naast diverse ambachtslieden hadden ook herbergen een plaats in dit gebied buiten de muren, want wie te laat aankwam vond de poort gesloten en moest buiten de stad overnachten. Een van de bekendste gebouwen was de herberg de 'Bonte Os' of het Aalsmeerder Veerhuis uit 1634, waar een gevelsteen op de voorgevel aan herinnert. Het gebouw bestaat uit een dwarshuis met voorhuis met aan beide zijden opkamers en een haaks hierop staande achtervleugel. Van de bebouwing van voor 1921, toen dit gebied bij onderdeel was van de gemeente Sloten, resteren nog enkele kleine huisjes rond het behouden gebleven Aalsmeerder Veerhuis. Na een lange periode van verval werd dit monument in 1965 in oude glorie hersteld. Op 18 februari 1965 kwam de restauratie officieel gereed en werd het overgedragen aan de Vereniging Hendrick de Keyser. Het heeft een passende bestemming gekregen als zetel van de Stichting Diogenes. Ook de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad houdt hier kantoor. Geurt Brinkgreve woonde tot zijn overlijden in 2005 op de bovenverdieping.