place

Kwibukamonument

Beeld in AmsterdamMonument in Amsterdam
2023 Kwibukamonument, Beatrixpark, Asd (1)
2023 Kwibukamonument, Beatrixpark, Asd (1)

Het Kwibukamonument is een monument in het Beatrixpark, Amsterdam-Zuid. Het monument voert terug op de genocide in Rwanda in 1994. Een aantal vluchtelingen week uit naar Nederland en verenigde zich in Ibuka-Nederland, maar had anders dan elders in de wereld nog geen monument ter nagedachtenis. Ibuka-Nederland is een organisatie die onder andere de herinnering aan de slachtoffers van de genocide op de Tutsi's levend wil houden. Op 2 augustus 2021 richtte de ambassade van Rwanda een verzoek aan burgemeester Femke Halsema van Gemeente Amsterdam een monument te mogen plaatsen; zij stemde daarmee in. Vervolgens werd een plek uitgekozen. De keus viel op het Beatrixpark. Ibuka-Nederland en de Ambassade van Rwanda namen het initiatief tot oprichting van het monument. Het werd op 19 april 2023 onthuld als eerste Kwibukamonument in Nederland. Bij de onthulling waren de ambassadeur Olivier Nduhungirehe, Christine Safari (Ibuka), Marcel Vink (directeur-generaal Ministerie van Buitenlandse Zaken), Flora Breemer (stadsdeel) en Reinier van Dantzig (locoburgemeester Amsterdam) aanwezig. Het monument werd geplaatst nabij de ingang van het park aan de Diepenbrockstraat (tegenover Herman Gorterstraat). Toespraken bij de plaatsing werden mede door het slechte weer gehouden in de Vrijburgkerk aan de overzijde van de Diepenbrockstraat.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Kwibukamonument (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Kwibukamonument
Irenepark, Amsterdam Zuid

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: KwibukamonumentLees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.344916666667 ° E 4.8807027777778 °
placeToon op kaart

Adres

Irenepark
1077 VT Amsterdam, Zuid
Noord-Holland, Nederland
mapOpenen op Google Maps

2023 Kwibukamonument, Beatrixpark, Asd (1)
2023 Kwibukamonument, Beatrixpark, Asd (1)
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

L'après-midi d'un faune
L'après-midi d'un faune

L'aprés-midi d'un faune is een artistiek kunstwerk staande in een vijver van het Beatrixpark te Amsterdam-Zuid. Kunstenares Ellen Beerthuis-Roos kreeg via de gemeentelijke commissie, waarin haar docent Piet Esser zitting had, het verzoek een beeld te scheppen voor het Beatrixpark. Beerthuis-Roos was in 1955 afgestudeerd onder Esser en kreeg dat verzoek een aantal jaren later. Het zou haar eerste opdracht zijn (geweest). Beerthuis-Roos haalde inspiratie uit de Prélude à l'après-midi d'un faune, de compositie van Claude Debussy, en toog aan het werk. Ze had zelf al aangegeven dat ze een beeld annex fontein wilde maken, geschikt om in de eendenvijver te plaatsen. Van steen naar klein en brons ontwierp ze twee vrouwenfiguren, leunend en zitten tegen een boom. Een faun begeleidt de vrouwen op het kunstmatige eiland in de vijver. Het beeld leverde vanwege de figuratieve beeltenis (men wilde destijds liever abstracte beelden) inhoud een flinke discussie over de prijs op. Maar Beerthuis-Roos mocht verder werken en in 1962 kon het beeld geplaatst worden. Net als bij de latere Speelplastiek van Bart van de Weijer moesten er aanvullende maatregelen getroffen worden om het beeld niet te laten verzinken in de zompige ondergrond van het park. Alhoewel er door de Dienst der Publieke Werken een enorm project ingeschat was, bleek de uitvoering stukken eenvoudiger. In plaats van de vijver leeg te pompen, kon volstaan worden met granieten grondplaten als funderingsplaten. Waar geen rekening mee gehouden was, was dat het beeld een prima verblijf- en rustplaats werd voor vogels. Hun uitwerpselen zorgden er regelmatig voor dat de fontein verstopt raakte, die dan weer ontstopt moest worden. Daarom staat er al jarenlang een aparte fontein in dezelfde vijver.

Future past glory
Future past glory

Future past glory is een kunstwerk van Liet Heringa en Maarten van Kalsbeek in Amsterdam-Zuid. Het roestvaststalen beeld van 8,5 meter breedte en 5,30 meter hoogte staat in het Beatrixpark. Het is een eerbetoon aan architecte Ko Mulder, van 1930 tot 1965 werkend bij de Dienst der Publieke Werken. Zij was verantwoordelijk voor de inrichting van genoemd park, maar was betrokken bij de stedenbouwkundige inrichting van de stad Amsterdam met name die van na de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast was ze ook betrokken bij de inrichting van de vele speelplaatsen met of zonder pierenbadjes, waarvoor architect Aldo van Eyck toestellen en badjes ontwierp. Een dergelijk bouwsel is ook in het Beatrixpark te vinden. De kunstenaars lieten zich beïnvloeden door het leven en werk van Mulder. In het beeld, dat gaandeweg de realisatie steeds aangepast werd, verwerkten zij bijvoorbeeld de jeugd van Mulder, die in Nederlands-Indië opgroeide en zelf aangaf beïnvloed te zijn door de overvloedige versierselen van de Borobudur. Een aantal versierselen op het beeld in het Beatrixpark verwijzen naar de vorming van de stad Amsterdam, gecentreerd rond de Dam vonden en die zich in steeds groter wordende cirkels ontwikkelde. Aan de hand van tekeningen die de kunstenaars leverden werden door lasertechniek uit platen roestvast staal elementen gesneden en vervolgens aan het beeld vastgemaakt. Deze haast tweedimensionale onderdelen vormen door ze achter elkaar te plaatsen een driedimensionaal beeld, al is de diepte niet groot ten opzichte van breedte en hoogte. Een deel lijkt daarbij voorover te hangen, een verwijzing, aldus de kunstenaars, naar de naar voren hangende gevels van Amsterdamse grachtenpanden, die door schoorconstructies op hun plaats worden gehouden. Het is het derde eerbetoon in Amsterdam aan Ko Mulder. In 1990 werd een plein naar haar vernoemd. Op dat plein staat sinds 1997 het Gedenkteken Ir. Jakoba Mulder. Future past glory werd op 12 oktober 2018 onthuld door de toen net aangestelde wethouder Kunst en Cultuur Touria Meliani ter viering van het 80-jarig bestaan van het park. De plannen dateren echter al van 2013, toen het park 75 jaar bestond.

De lente
De lente

De lente (in de volksmond Flora) is een artistiek kunstwerk in het Beatrixpark in Amsterdam-Zuid. Het is een standbeeld van godin van de lente Flora. Het beeld is gemaakt met subsidie van de gemeente Amsterdam, een steunproject tijdens het interbellum om kunstenaars enigszins te ondersteunen tijdens de crisis. Hiervan profiteerde onder andere beeldhouwer Fred Carasso, die voor een tentoonstelling in Stedelijk Museum Amsterdam een gipsen beeld maakte (1941). Carasso kreeg in die jaren voor het definitieve beeld van kalksteen 1500 gulden loon en 400 gulden voor de materiaalkosten Frans kalksteen. In januari 1942 was hij nog bezig in zijn atelier. Het werd daarna voor november 1942 geplaatst in het Zuiderpark aan de rand van de speelvijver. Het beeld naast de speelvijver had een dubbele sokkel; eerst een betonnen platform en vervolgens de sokkel en dan het beeld. Met de komst van RAI Amsterdam in 1961 verdween dat Zuiderpark onder het bouwterrein; het beeld overleefde, maar kwam terecht op de gemeentewerf aan het Nieuwe Meer. Men wist niet goed wat men met het beeld aanmoest, maar de familie rond wethouder Han Lammers bleef proberen het beeld ergens te plaatsen. Onder begeleiding van beeldhouwer Auke Hettema (Carasso overleed in 1969) kwam het beeld in januari 1972, met een nieuwe sokkel aan de noordrand van het Beatrixpark te staan; het is bereikbaar via de Cornelis Dopperkade van het Zuider Amstelkanaal en Aron Wolff Berlijnbrug; het staat aan een voet- en fietspad. De huidige plek sinds 1972 ligt op een steenworp afstand van de oude plek; het Zuiderpark en Beatrixpark werden gescheiden door de Boerenwetering.

Diepenbrockstraat 46
Diepenbrockstraat 46

Diepenbrockstraat 46 is een kerkgebouw aan de Diepenbrockstraat in Amsterdam-Zuid. De zijgevel staat aan de Herman Gorterstraat. Hier werd in de periode tussen 1931 en 1933 een kerkgebouw neergezet voor de Remonstrantse Gemeente in Amsterdam. Zij hadden al een kerk een de Keizersgracht, maar zagen ook dat de stadsuitbreiding aan de zuidkant van Amsterdam rijp was voor een kerk. De kerk werd eigenlijk nog in het niets gebouwd; de straat had nog geen definitieve naam; de kerk zou gebouwd worden op een geplande hoek aan de Verlengde Diepenbrockstraat. Hier lagen tot de jaren twintig nog landerijen, maar in het volgend decennium kwam de stadsbebouwing naar hier. In 1931 werd een zanderig terrein in de punt Zuider Amstelkanaal, Boerenwetering en Verlengde Diepenbrockstraat vrijgehouden voor het Vossius Gymnasium en ten noorden daarvan een kerk. De kerk kwam echter zuidelijk van gymnasium te liggen. In de winter 1931/1932 werd de bouw aanbesteed; een aannemer zag kan het gebouw voor 105.500 gulden te bouwen. Er moest gebouwd worden op een 1500 m² groot terrein. Op 18 juni 1933 kon de inwijdingsceremonie gehouden worden tijdens de eerste dienst. Dat het nog “in het niets lag” blijkt uit dat de brug die beide delen Diepenbrockstraat met elkaar zou moeten verbinden nog gebouwd moest worden. De kerk werd gebouw naar een ontwerp van architect Jordanus Roodenburgh, een vertegenwoordiger van de bouwstijl Amsterdamse School. Het was echter niet zijn eerste ontwerp, dat tot uitvoer zou worden gebracht. Roodenburgh dacht eerst aan een veel kleinere kerk met bijgebouwen, dat ingebed zou worden tussen de stadsvilla’s die hier gebouwd waren/werden. De kunstredactie van De Telegraaf van 19 juni 1933 omschreef dat als middeleeuws eenvoudig. Het werd heel anders. Er kwam een spits gebouw van eigenlijk slechts één bouwlaag met daarbovenop een puntgevel met zadeldak, die duidelijk boven de omgeving uitsteekt. In die gevelwand, grotendeels opgetrokken uit baksteen met hier en daar wat natuursteen, is een toegang onder een boogconstructie geplaatst, met daarboven een groot kruis in diepliggend glas in lood. Dit hoge puntdak wordt, in weerwil van het oorspronkelijke ontwerp, qua hoogte nog overtroffen door de klokkentoren en de daarop staande torenbedekking. In de kerk is gebruik gemaakt van spitsboogconstructies om het dak te ondersteunen. Het baksteen wordt hier en daar onderbroken door bewerkte natuurstenen sluitstenen met beeldhouwwerk van Louise Beijerman. De kerk werd bekend als Remonstrantse Kerk Vrijburg, die in de jaren na oplevering overkwam van Keizersgracht 102, de Rode Hoed. Op 26 september 2005 werd het gebouw opgenomen in het rijksmonumentenregister. Daarbij was niet alleen gekeken naar de architectonisch en cultuurhistorische waarde. Zo werd de kerk ook hoog beoordeeld als overblijfsel van architectuur binnen het protestantisme in het tweede kwart van de 20e eeuw. Enkele kerken uit die periode waren alweer uit het stadsbeeld verdwenen; deze was in 2005 nog puntgaaf. Daarnaast is het gebouw opvallend vanwege de inpassing in het stedenbouwkundig plan in het wijkje, dat tegenover het Beatrixpark werd gebouwd. Bovendien is er in de omgeving niet zo’n hoge kap te vinden met zo’n hoge torenspits. In 2023-2024 krijgen kerkgangers te maken met een “herbeleving”; de Diepenbrockstraat ligt dan in verband met herstelwerkzaamheden een jaar open.