place

Speelplastiek (Bart van de Weijer)

Beeld in Amsterdam-Zuid
Plastiek van Bart van der Weijer in Beatrixpark, Amsterdam, Bestanddeelnr 924 0840
Plastiek van Bart van der Weijer in Beatrixpark, Amsterdam, Bestanddeelnr 924 0840

Speelplastiek is een artistiek kunstwerk in het Beatrixpark in Amsterdam-Zuid. Volgens de Vrienden van het Beatrixpark kreeg beeldhouwer Bart van de Weijer in 1969 van de gemeente Amsterdam de opdracht om specifiek voor dit park een beeld te ontwerpen. Hij kwam met een abstract beeld, dat het best omschreven kon worden als Speelplastiek. Nadat in maart 1970 de kunstcommissie haar zegje erover had gedaan werd het beeld werden voorbereidende werkzaamheden verricht. Er kwam een betonnen plaat, waarna onderdelen van het beeld konden worden geplaatst. De kunstenaar moest het zelf nog ter plekke aan elkaar lassen. Het beeld is van cortenstaal, een staallegering die maar langzaam roest, maar in weerwil van haar titel absoluut niet geschikt is als speelobject. Alles wat ermee in aanraking komt wordt roodbruin. Op 11 december 1970 werd het beeld onthuld; het had 35.000 gulden gekost. Dezelfde dag werd ook Noordenwind van Hendrik van Leeuwen onthuld in Amsterdam-Noord. De kunstenaar kon zich later geen officiële onthulling herinneren.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Speelplastiek (Bart van de Weijer) (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Speelplastiek (Bart van de Weijer)
Irenepark, Amsterdam Zuid

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: Speelplastiek (Bart van de Weijer)Lees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.344063888889 ° E 4.8803888888889 °
placeToon op kaart

Adres

Irenepark
1077 VT Amsterdam, Zuid
Noord-Holland, Nederland
mapOpenen op Google Maps

Plastiek van Bart van der Weijer in Beatrixpark, Amsterdam, Bestanddeelnr 924 0840
Plastiek van Bart van der Weijer in Beatrixpark, Amsterdam, Bestanddeelnr 924 0840
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

L'après-midi d'un faune
L'après-midi d'un faune

L'aprés-midi d'un faune is een artistiek kunstwerk staande in een vijver van het Beatrixpark te Amsterdam-Zuid. Kunstenares Ellen Beerthuis-Roos kreeg via de gemeentelijke commissie, waarin haar docent Piet Esser zitting had, het verzoek een beeld te scheppen voor het Beatrixpark. Beerthuis-Roos was in 1955 afgestudeerd onder Esser en kreeg dat verzoek een aantal jaren later. Het zou haar eerste opdracht zijn (geweest). Beerthuis-Roos haalde inspiratie uit de Prélude à l'après-midi d'un faune, de compositie van Claude Debussy, en toog aan het werk. Ze had zelf al aangegeven dat ze een beeld annex fontein wilde maken, geschikt om in de eendenvijver te plaatsen. Van steen naar klein en brons ontwierp ze twee vrouwenfiguren, leunend en zitten tegen een boom. Een faun begeleidt de vrouwen op het kunstmatige eiland in de vijver. Het beeld leverde vanwege de figuratieve beeltenis (men wilde destijds liever abstracte beelden) inhoud een flinke discussie over de prijs op. Maar Beerthuis-Roos mocht verder werken en in 1962 kon het beeld geplaatst worden. Net als bij de latere Speelplastiek van Bart van de Weijer moesten er aanvullende maatregelen getroffen worden om het beeld niet te laten verzinken in de zompige ondergrond van het park. Alhoewel er door de Dienst der Publieke Werken een enorm project ingeschat was, bleek de uitvoering stukken eenvoudiger. In plaats van de vijver leeg te pompen, kon volstaan worden met granieten grondplaten als funderingsplaten. Waar geen rekening mee gehouden was, was dat het beeld een prima verblijf- en rustplaats werd voor vogels. Hun uitwerpselen zorgden er regelmatig voor dat de fontein verstopt raakte, die dan weer ontstopt moest worden. Daarom staat er al jarenlang een aparte fontein in dezelfde vijver.

De lente
De lente

De lente (in de volksmond Flora) is een artistiek kunstwerk in het Beatrixpark in Amsterdam-Zuid. Het is een standbeeld van godin van de lente Flora. Het beeld is gemaakt met subsidie van de gemeente Amsterdam, een steunproject tijdens het interbellum om kunstenaars enigszins te ondersteunen tijdens de crisis. Hiervan profiteerde onder andere beeldhouwer Fred Carasso, die voor een tentoonstelling in Stedelijk Museum Amsterdam een gipsen beeld maakte (1941). Carasso kreeg in die jaren voor het definitieve beeld van kalksteen 1500 gulden loon en 400 gulden voor de materiaalkosten Frans kalksteen. In januari 1942 was hij nog bezig in zijn atelier. Het werd daarna voor november 1942 geplaatst in het Zuiderpark aan de rand van de speelvijver. Het beeld naast de speelvijver had een dubbele sokkel; eerst een betonnen platform en vervolgens de sokkel en dan het beeld. Met de komst van RAI Amsterdam in 1961 verdween dat Zuiderpark onder het bouwterrein; het beeld overleefde, maar kwam terecht op de gemeentewerf aan het Nieuwe Meer. Men wist niet goed wat men met het beeld aanmoest, maar de familie rond wethouder Han Lammers bleef proberen het beeld ergens te plaatsen. Onder begeleiding van beeldhouwer Auke Hettema (Carasso overleed in 1969) kwam het beeld in januari 1972, met een nieuwe sokkel aan de noordrand van het Beatrixpark te staan; het is bereikbaar via de Cornelis Dopperkade van het Zuider Amstelkanaal en Aron Wolff Berlijnbrug; het staat aan een voet- en fietspad. De huidige plek sinds 1972 ligt op een steenworp afstand van de oude plek; het Zuiderpark en Beatrixpark werden gescheiden door de Boerenwetering.

Future past glory
Future past glory

Future past glory is een kunstwerk van Liet Heringa en Maarten van Kalsbeek in Amsterdam-Zuid. Het roestvaststalen beeld van 8,5 meter breedte en 5,30 meter hoogte staat in het Beatrixpark. Het is een eerbetoon aan architecte Ko Mulder, van 1930 tot 1965 werkend bij de Dienst der Publieke Werken. Zij was verantwoordelijk voor de inrichting van genoemd park, maar was betrokken bij de stedenbouwkundige inrichting van de stad Amsterdam met name die van na de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast was ze ook betrokken bij de inrichting van de vele speelplaatsen met of zonder pierenbadjes, waarvoor architect Aldo van Eyck toestellen en badjes ontwierp. Een dergelijk bouwsel is ook in het Beatrixpark te vinden. De kunstenaars lieten zich beïnvloeden door het leven en werk van Mulder. In het beeld, dat gaandeweg de realisatie steeds aangepast werd, verwerkten zij bijvoorbeeld de jeugd van Mulder, die in Nederlands-Indië opgroeide en zelf aangaf beïnvloed te zijn door de overvloedige versierselen van de Borobudur. Een aantal versierselen op het beeld in het Beatrixpark verwijzen naar de vorming van de stad Amsterdam, gecentreerd rond de Dam vonden en die zich in steeds groter wordende cirkels ontwikkelde. Aan de hand van tekeningen die de kunstenaars leverden werden door lasertechniek uit platen roestvast staal elementen gesneden en vervolgens aan het beeld vastgemaakt. Deze haast tweedimensionale onderdelen vormen door ze achter elkaar te plaatsen een driedimensionaal beeld, al is de diepte niet groot ten opzichte van breedte en hoogte. Een deel lijkt daarbij voorover te hangen, een verwijzing, aldus de kunstenaars, naar de naar voren hangende gevels van Amsterdamse grachtenpanden, die door schoorconstructies op hun plaats worden gehouden. Het is het derde eerbetoon in Amsterdam aan Ko Mulder. In 1990 werd een plein naar haar vernoemd. Op dat plein staat sinds 1997 het Gedenkteken Ir. Jakoba Mulder. Future past glory werd op 12 oktober 2018 onthuld door de toen net aangestelde wethouder Kunst en Cultuur Touria Meliani ter viering van het 80-jarig bestaan van het park. De plannen dateren echter al van 2013, toen het park 75 jaar bestond.

Prinses Irenebrug (Amsterdam)
Prinses Irenebrug (Amsterdam)

De Prinses Irenebrug (brug 2169) is een vaste brug in Amsterdam-Zuid. De brug, in principe alleen toegankelijk voor voetgangers (over zwart asfalt) en fietsers (over rood asfalt), geeft toegang tot het Beatrixpark vanuit het verlengde van de Prinses Irenestraat. De brug (en straat) is vernoemd naar Irene der Nederlanden, het park naar haar oudere zus Prinses Beatrix. Over de brug mogen ook vrachtauto’s (belastingmodel BM-1) ter bevoorrading van een plaatselijk horeca-etablissement rijden. Ten noordwesten van de brug staat de Princesseflat, rijksmonument (532211). De brug bestaan uit betonnen landhoofden en een dito overspanning, een toen ook nieuw gegraven sierwater in het park. Eind 2014 werd er door de bouwer een bouwweg aangelegd om zichzelf in de gelegenheid te stellen bouwmaterialen aan te voeren. Daarvoor moesten enkele bomen gekapt worden. De heipalen van het fundament werden op 7 en 8 januari 2015 de zachte ondergrond ingedreven, waarna de brug gezet werd. De brug kreeg een lengte van bijna 26,5 meter uitgevoerd in hogesterktebeton, dat ter plaatse gestort werd. In de lengte heeft de brug en het rijdek een lichte boogconstructie meegekregen, waarvan het achterliggende argument was, dat men een drempel over moet om de drukke stad te verlaten en het rustige park te betreden (en andersom). In het wegdek zijn tijdens het storten openingen voor leidingen en kabels uitgespaard. Het ter plaatse storten van het beton was de enige optie alhier, prefab-betonnen overspanningbalken bleken niet tot de mogelijkheden te behoren, juist door die welving. De brug kreeg vervolgens een groene bekleding om in het parklandschap te passen. De balustrades werden daarbij uitgevoerd in gietaluminium met een bladnerfmotief naar Voronoi-diagram, opnieuw een verwijzing naar het park. Dit motief is ook te vinden bij drie bruggen in Amsterdam-Noord (Hederabrug, Klimopbrug en brug 1000), zij liggen eveneens in een park. Van bovenaf gezien heeft de brug de vorm van een parallellogram.