place

Großsiedlung Siemensstadt

Bouwwerk in BerlijnCharlottenburg-WilmersdorfWerelderfgoed in DuitslandWooncomplex
Berlin GS Siemensstadt Panzerkreuzer
Berlin GS Siemensstadt Panzerkreuzer

De Großsiedlung Siemensstadt is een woonwijk en Großsiedlung uit de jaren 1920 en 1930 bijna volledig in het huidige Berlijnse stadsdeel Charlottenburg-Nord. De wijk ligt in het district Charlottenburg-Wilmersdorf. Bij de bouw werd de nieuwe wijk, tussen 1929 en 1931, werd de wijk evenwel gezien als een oostelijke uitbreiding van het stadsdeel Berlin-Siemensstadt, deel van het district Spandau, vandaar ook de naam. De twee meest westelijke blokken liggen ook effectief volgens de huidige stadsdeelgrenzen in Siemensstadt. Het bood de arbeiders van de naburige Siemens-fabrieken een woonplek aan. Het algehele beheer was verantwoordelijk voor stadsplanningsfunctionaris Martin Wagner, terwijl Hans Scharoun verantwoordelijk was voor het concept van stedelijke ontwikkeling. Walter Gropius, Otto Bartning, Hugo Häring, Fred Forbát en Paul Rudolf Henning, andere bekende architecten uit de Weimarrepubliek, waren betrokken bij de planning van de blokken, die werden gebouwd in de stijl van Neues Bauen, terwijl Leberecht Migge de open ruimtes ontwierp. Omdat alle architecten lid waren van de architectenvereniging Der Ring, kreeg de nederzetting de bijnaam Ringsiedlung. Op 7 juli 2008 werd de woonwijk toegevoegd aan de UNESCO Werelderfgoedlijst, samen met vijf andere Berlijnse modernistische woonwijken.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Großsiedlung Siemensstadt (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Großsiedlung Siemensstadt
Toeplerstraße, Berlijn Charlottenburg-Nord

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: Großsiedlung SiemensstadtLees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.538333333333 ° E 13.28 °
placeToon op kaart

Adres

Toeplerstraße
13627 Berlijn, Charlottenburg-Nord
Duitsland
mapOpenen op Google Maps

Berlin GS Siemensstadt Panzerkreuzer
Berlin GS Siemensstadt Panzerkreuzer
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Siemensdamm (metrostation)
Siemensdamm (metrostation)

Siemensdamm is een station van de metro van Berlijn in het Berlijnse stadsdeel Siemensstadt. Het metrostation bevindt zich onder het plein waar de Nonnendammallee, de Siemensdamm en de Popitzweg samenkomen. Station Siemensdamm werd geopend op 1 oktober 1980 en is onderdeel van lijn U7. De Siemensdamm en het stadsdeel Siemensstadt danken hun naam aan Werner von Siemens, oprichter van het elektronicaconcern Siemens, waarvan zich in de omgeving een aantal fabrieken bevindt. Station Siemensdamm werd ontworpen door de architecten Ralf Schüler en Ursulina Witte en wijkt daarmee af van de andere Berlijnse metrostations uit deze periode, die vrijwel alle van de hand van Rainer Rümmler zijn. In ronde lijsten op de wanden zijn afbeeldingen aangebracht die de geschiedenis van Siemens in beeld brengen. Het oorspronkelijke ontwerp vertoonde met kaal gelaten beton en rode en blauwe wandelementen overeenkomsten met metrostation Schloßstraße, dat eveneens van de hand van Schüler & Witte is. In 2003 onderging station Siemensdamm echter een renovatie, waarbij de wanddecoratie, met uitzondering van de ronde afbeeldingen, werd verwijderd en de wanden groen geschilderd werden. Ook de oude stationsborden verdwenen van de muren, hoewel ze door een vergelijkbaar ontwerp werden vervangen. Een bijzonderheid is dat station Siemensdamm (net als station Pankstraße) in noodsituaties kan fungeren als schuilkelder voor 4500 personen.Station Siemensdamm heeft eilandperron dat via een trappenhuis in het midden is verbonden met een tussenverdieping, vanwaar uitgangen leiden naar alle zijden van het bovenliggende plein. Het station is vooralsnog alleen toegankelijk via trappen en roltrappen, maar moet uiteindelijk zoals alle Berlijnse metrostations over een lift beschikken. Volgens de prioriteitenlijst van de Berlijnse Senaat zal de inbouw van een lift inog voor 2010 plaatsvinden.Ruim honderd meter ten oosten van station Siemensdamm kruist de U7 de Siemensbahn, maar men creëerde hier geen overstapmogelijkheid tussen metro en S-Bahn. Het dichtstbijzijnde S-Bahnstation op de lijn, Wernerwerk, bevond zich dan ook verder naar het zuiden. Een echt overstapstation zou er hoe dan ook nooit hebben kunnen komen, aangezien de dienst op Siemensbahn een maand voor de opening van de verlenging van de U7 naar Siemensstadt definitief werd gestaakt. In station Jungfernheide, gelegen op hetzelfde deel van de U7, ontstond bij de heropening van de eveneens in september 1980 gesloten Ringbahn alsnog een overstap op de S-Bahn.

Rohrdamm (metrostation)
Rohrdamm (metrostation)

Rohrdamm is een station van de metro van Berlijn, gelegen onder de Nonnendammallee, nabij de kruising met de Rohrdamm, in het Berlijnse stadsdeel Siemensstadt. Station Rohrdamm werd geopend op 1 oktober 1980 als voorlopig noordwestelijke eindpunt van lijn U7. Precies vier jaar later verlengde men deze lijn naar zijn huidige eindpunt Rathaus Spandau. Het metrostation bevindt zich op de grens tussen een groot industriegebied en de woonwijken van de Siemensstadt. De Rohrdamm (Buisweg) dankt zijn naam aan een belangrijke waterleiding, die sinds 1873 tussen het Scheepvaartkanaal Berlijn-Spandau en de Spree ligt en het tracé van de huidige weg volgt.Voor het ontwerp van station Rohrdamm tekende architect Rainer Rümmler, die verantwoordelijk was vooral vrijwel alle naoorlogse stations op de U7. In Rümmlers werk spelen verwijzingen naar de omgeving een belangrijke rol en station Rohrdamm is hierop geen uitzondering. De industriële omgeving komt tot uitdrukking in afbeeldingen van buizen en tandraderen, die dicht opeen zijn aangebracht op aan de betonnen wanden bevestigde metaalplaten. Ook het dak draagt met in het zicht gelaten ophangingselementen voor de verlichting bij aan het industriële uiterlijk van het station. De zuilen op het perron zijn bekleed met de vooral in jaren zeventig in de Berlijnse metro populaire aluminiumplaten. Station Rohrdamm heeft eilandperron met uitgangen aan beide uiteinden. Via een tussenverdieping bereikt men beide zijden van de Nonnendammallee ten westen van de kruising met de Rohrdamm. Het station is vooralsnog alleen toegankelijk via trappen en roltrappen, maar moet uiteindelijk zoals alle Berlijnse metrostations over een lift beschikken. Volgens de prioriteitenlijst van de Berlijnse Senaat zal de inbouw van een lift in het niet bijzonder drukke station Rohrdamm pas na 2010 plaatsvinden.

Gipsformerei
Gipsformerei

De Gipsformerei is een instelling die van gips kopieën van beelden maakt voor de Staatliche Museen zu Berlin in Berlijn. Bijvoorbeeld voor het het Pergamonmuseum en het Altes Museum De Gipsformerei begon rond 1820 als 'Köninglich Preußische Gipsabgußanstalt' en is sindsdien niet meer gestopt met het produceren van mallen en kopieën van bekende en/of belangrijke beelden. Bijvoorbeeld de buste van Nefertiti, de Apollo van Belvedère, maar ook beelden in het buitenland die snel beschadigd raken, of die gevoelig zijn voor vandalisme. Andere stukken zijn nagemaakt omdat zij van onschatbare waarde zijn voor de wetenschap, zoals de steen van Rosetta. Het oudste stuk dat anno 2008 is nagemaakt, is de Venus van Willendorf; het origineel is 25.000 jaar oud. Het grootste stuk is de 42 meter hoge afdruk van de Marcus-Aureliuszuil welke in Rome staat. Het kleinste stuk is een afdruk van een Egyptische Scarabee, ter grootte van een vingernagel. De Gipsformerei is de oudste staatsinstelling van Duitsland. Ze werd opgericht door de Pruisische koning Frederik Willem III in 1819, maar pas een jaar later kon het beginnen met werken. De eerste directeur was Christian Daniel Rauch. Het doel van de instelling is het bewaren van belangrijke stukken voor de musea en het verschaffen van studiemateriaal voor universiteiten en kunstacademies. Maar tegenwoordig zijn ook de kunst minnende burgers een doel op zich. Anno 2008 is de Gipsformerei met ruim 7000 modellen de grootste instelling in zijn soort.

Station Westend
Station Westend

Westend is een station van de S-Bahn van Berlijn, gelegen in een uitgraving nabij de Spandauer Damm en parallel aan de stadssnelweg BAB 100 in het gelijknamige Berlijnse stadsdeel Westend. Het station ligt aan de Ringbahn en werd geopend op 15 november 1877, aanvankelijk onder de naam Charlottenburg-Westend. Nadat 1871 het oostelijke deel van de ringspoorlijn om het Berlijnse stadscentrum, die een aantal reeds bestaande kopstations met elkaar moest verbinden, gereed was gekomen, nam men in 1877 ook het westelijke deel van de Ringbahn in gebruik. Een van de nieuwe stations op dit deel van de lijn, die zowel gebruikt werd voor goederenvervoer als door stadstreinen, was Charlottenburg-Westend. De naam van het station verwees naar zijn ligging in het uiterste westen van de stad Charlottenburg, die in 1920 geannexeerd werd door Groot-Berlijn. Het gebied ten westen van het station was nog vrijwel onbebouwd en zou pas aan het begin van de 20e eeuw ontwikkeld worden. Hier ligt nu het stadsdeel Westend. Op 15 oktober 1881 werd het station hernoemd en kreeg het zijn huidige naam. Drie jaar later volgde een grootschalige ombouw van het station, dat voortaan over twee doorgaande en twee kopperrons zou beschikken (zie sporenplan). Tegelijkertijd verrees een roodbakstenen stationsgebouw in neorenaissancestijl van de hand van de architecten Heinrich Kayser en Karl von Großheim, dat inmiddels onder monumentenbescherming staat. Aanvankelijk vond al het vervoer op de Ringbahn plaats met stoomtractie, maar in de jaren 1920 begon men de voorstadslijnen in en om Berlijn te elektrificeren. In november 1928 startte het elektrische bedrijf op het zuidelijke deel van de ringlijn en in februari 1929 was ook de noordelijke Ringbahn, waartoe station Westend behoort, geëlektrificeerd. Een jaar later ging de ring samen met de Stadtbahn en een aantal buitenlijnen het nieuwe S-Bahnnet vormen. Ondertussen was ten noorden van station Westend, langs de sporen richting Jungfernheide, een werkplaats voor het S-Bahnmaterieel aangelegd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de werkplaats dermate beschadigd dat hij na de oorlog gesloten werd. In het S-Bahnstation zelf waren voortaan alleen de perrons met doorgaande sporen nog in gebruik, aangezien het kopperron A na de Tweede Wereldoorlog werd gesloten en het perron D reeds rond de eeuwwisseling afgebroken was. In de zestiger jaren van de twintigste eeuw ontstond stadsringweg 100, die grotendeels parallel aan de S-Bahnring werd aangelegd. Ten zuiden van station Westend verlopen de sporen van de Ringbahn zelfs enige tijd over de middenberm van de stadssnelweg. Langs de snelweg werden enkele bushaltes gecreëerd, die bereikt konden worden via trappen en voetgangerstunnels. Ook onder de Spandauer-Damm-Brücke bij S-Bahnstation Westend bestond een dergelijke halte, die bediend werd door boycot-lijn 65/105. Na de bouw van de Berlijnse Muur in 1961 volgde in West-Berlijn namelijk een grootschalige boycot van de door de Oost-Duitse spoorwegen (Deutsche Reichsbahn) bedreven S-Bahn. Het stadsvervoerbedrijf BVG stelde daarop een aantal parallel aan S-Bahntrajecten verlopende buslijnen in. Ook onder het West-Berlijnse personeel van de S-Bahn bestond een groeiende weerstand tegen de Reichsbahn, die zijn hoogtepunt bereikte met een staking in september 1980. De DR beantwoordde de staking met een massale inkrimping van de dienstregeling. Een aantal trajecten, waaronder de al jaren verwaarloosde Ringbahn, zou helemaal niet meer bediend worden. Station Westend werd gesloten en viel al snel ten prooi aan vandalisme en verval. De hal van het ongebruikte S-Bahnstation kreeg na een restauratie in 1985 een nieuwe functie als kunstenaarscentrum. Er ontstonden zestien ateliers, een kleine concertzaal en een galerie, onderdeel van de Berlijnse Universiteit van de Kunsten. In 1984 had de West-Berlijnse BVG de exploitatie van het westelijke S-Bahnnet van de DR overgenomen. Men heropende een aantal verbindingen, maar de Ringbahn bleef nog altijd onbediend. In september 1989, twee maanden voor de val van de Muur, werd in station Westend het symbolische startschot voor het herstel van de Ringbahn gegeven. Het vroegere perron C voor treinen in zuidelijke richting werd verbreed heraangelegd als eilandperron en iets naar het noorden verschoven, zodat er aan beide zijden van de Spandauer-Damm-Brücke toegangen gecreëerd konden worden. Het oude perron B, waar tot 1980 treinen in noordelijke richting stopten, bleef behouden maar wordt niet meer gebruikt. Op 17 december 1993 werd het station samen het zuidelijke en westelijke deel van de S-Bahnring weer in gebruik genomen. Westend was aanvankelijk het eindstation, maar zou dit niet lang blijven: in 1997 trok men de dienst door naar Jungfernheide en in 1999 en 2002 werden de laatste ontbrekende delen van de noordelijke ring heropend. In 2006 voerde men de Vollring-dienst (doorgaande treinen over de gehele ring) opnieuw in; sindsdien wordt station Westend bediend door de lijnen S41 (ring met de klok mee), S42 (tegen de klok in) en S46 (Königs Wusterhausen - Westend). Tussen 2008 en 2011 zal de verouderde Spandauer-Damm-Brücke over de stadsringweg en de S-Bahnring volledig herbouwd worden. Het is nog niet bekend wat de gevolgen zullen zijn voor de bereikbaarheid van station Westend, waarvan de ingangen zich op deze brug bevinden. Bij eerdere werkzaamheden aan de Spandauer-Damm-Brücke moest een van de toegangen gesloten worden.

Jungfernheide (metrostation)
Jungfernheide (metrostation)

Jungfernheide is een metrostation in de Duitse hoofdstad Berlijn dat in 1980 onder het gelijknamige ringlijnstation werd geopend. Terwijl de S-Bahn in West-Berlijn vanaf de zestiger jaren massaal geboycot werd, groeide de metro als kool. Een van de lijnen waarin flink geïnvesteerd werd was de U7, in 1966 ontstaan door afsplitsing van een van de takken van lijn C (nu U6). In 1978 had de lijn de Richard-Wagner-Platz bereikt, en al vijf jaar eerder was men begonnen met de verdere verlenging van de lijn richting Spandau. Op 1 oktober kwam het traject naar Rohrdamm, inclusief station Jungfernheide, gereed. Eigenlijk had hier een overstapmogelijkheid op de S-Bahn moeten ontstaan, maar aangezien de Ringbahn enkele weken voor de opening van het station was stilgelegd, kon daarvan geen sprake meer zijn. Met de heringebruikname van het S-Bahnstation Jungfernheide in 1997 werd de verbinding tussen metro en S-Bahn alsnog geopend. Tegelijkertijd werd het station van een lift voorzien. De enorme uitbreiding van het West-Berlijnse metronet geschiedde volgens het zogenaamde 200-Kilometer-Plan, dat in 1955 was vastgesteld en in de loop der jaren een aantal maal werd aangepast. In het uitbreidingsplan was ten tijde van de aanleg van het traject Richard-Wagner-Platz - Rohrdamm ook een metrolijn naar luchthaven Tegel opgenomen, die in een later stadium een deel van de U5 zou worden. Jungfernheide, voorzien als cross-platform-overstapstation voor de lijnen 5 en 7, werd daarom aangelegd in twee naar richting gescheiden niveaus met elk twee sporen. Het westelijk spoor wordt op elk van beide niveaus door de U7 bereden; boven stoppen de treinen richting Rudow, onder richting Rathaus Spandau. De westelijke verlenging van de U5 is ruim vijfentwintig jaar na de opening van metrostation Jungfernheide echter nog altijd niet gerealiseerd (zie ook U55). Het oostelijk deel van beide perrons is daarom door middel van hekken afgesloten en wordt door de Berlijnse brandweer gebruikt als oefenlocatie. Zoals vrijwel alle Berlijnse metrostations uit de jaren 1970 en 1980 werd Jungfernheide ontworpen door Rainer Rümmler. De wanden kregen een betegeling in kleurrijk mozaïek, zoals dat ook in de nabije stations Mierendorffplatz en Wilmersdorfer Straße (eveneens lijn U7) te vinden is.