place

Station Zoutkamp

Bouwwerk in Het HogelandVoormalig spoorwegstation in Groningen (provincie)
Station Zoutkamp
Station Zoutkamp

Station Zoutkamp (afkorting: Zkp) is het spoorwegstation van Zoutkamp, het voormalige eindstation van de Spoorlijn Winsum - Zoutkamp (Marnelijn). Het werd geopend op 1 april 1922 en gesloten op 26 oktober 1942, nadat het reizigersvervoer al was beëindigd op 24 november 1940. Het stationsgebouw werd in 1920-1922 gebouwd en behoorde tot het standaardtype WZ van de Utrechtse architect Cornelis de Graaf, bouwkundige bij de Staatsspoorwegen. Na de sluiting van de spoorlijn bleef het voor andere doeleinden in gebruik. Na een brand in 1977 werd het grondig verbouwd, waarbij de bovenverdieping sneuvelde. Het gebouw is nog moeilijk te herkennen als voormalig station, maar aan de perronzijde staat de naam 'Zoutkamp' nog op de gevel. Achter het station staat een goederenloods die bij het station behoorde. Later werd deze loods gebruikt als laswerkplaats en is er een schoorsteen tegenaan gebouwd. Verder naar het noordoosten ligt Camping 'T Ol Gat op de plek van het voormalige emplacement. Hier stond ook een lokomotiefloods en lag een draaischijf. De beheerderswoning van de camping is de voormalige woning van de stationschef. Het station telde in 1925 vier sporen, twee perrons en een los- en laadweg.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Station Zoutkamp (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Station Zoutkamp
Stationsstraat, Het Hogeland

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: Station ZoutkampLees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 53.340925 ° E 6.3011527777778 °
placeToon op kaart

Adres

Stationsstraat 4B
9974 SK Het Hogeland
Groningen, Nederland
mapOpenen op Google Maps

Station Zoutkamp
Station Zoutkamp
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Panser (borg)
Panser (borg)

Panser is een voormalige borg in de Nederlandse provincie Groningen. De voormalige borg Panser lag tussen Zoutkamp en Vierhuizen, nabij de vroegere zeedijk. Waarschijnlijk is de naam van de borg ontleend aan de naam van de bewoners. De familienaam Panser kwam al in het begin van de 16e eeuw voor in de omgeving waar de borg gelegen was. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog was Jochem Panser borgheer. Hij streed beurtelings aan de zijde van de geuzen en aan die van de Spanjaarden. In 1581 werden het schathuis en de keuken van Panser door de geuzen verwoest. In de 17e eeuw kwam de borg met bijbehorende landerijen in het bezit van Anna Lewe, erfvrouwe van Asinga. Zij schonk, als eigenaresse van Panser, een torenklok aan de kerk van Vierhuizen. Haar zoon Evert Lewe was, als borgheer van Asinga en Panser, collector van de kerk van Niekerk, die door hem in 1628 en 1629 ingrijpend werd verbouwd. Zijn zoon Abel Coenders erfde vervolgens de borg Panser. Daarna werd de borg verkocht. Onduidelijk is wanneer de borg werd afgebroken. Bij de kerstvloed van 1717 zou er wellicht nog sprake zijn van een borg op deze plaats. Tijdens deze overstroming zou een dienstmeisje aldaar gered zijn van de verdrinkingsdood:By Ulrum, op de Panster, was een Meyd agter in 't huis en rieds in 't water,dog hier had het waater geen plaats voor deese Meyddies smeet een golf derselver op een losse Koe,die met de Meyd naa 't binnen huus stapte,in 't welk de een soowel als de andere wierd behouden. De rechten die behoorden bij het bezit van de borg bleven tot 1806 in handen van de aan de Lewes verwante familie Van In- en Kniphuisen. Op de plaats van het vroegere borgterrein is een boerderij gebouwd, die eveneens Panser wordt genoemd evenals de buurtschap waar de boerderij is gelegen. (zie afbeelding).

Midhalm

Midhalm of Midhallum is een gehucht in de gemeente Het Hogeland in de provincie Groningen. Het ligt aan het einde van een doodlopende weg ten zuiden van Vierhuizen. Ten zuiden liggen de wierden Oosterhalm en Panser, ten oosten de wierde Beusum en ten westen de Panserpolder. Midhalm bestaat uit twee boerderijen, die allebei Midhalm heten. Beide boerderijen staan aan zuidoostzijde van een afgegraven wierde die gedateerd wordt op het begin van de jaartelling. Aan oostzijde van Midhalm lag vroeger een dobbe, die tegenwoordig gedempt is. De wierde is aan westzijde deels opgenomen in het dijklichaam van de oude Zuiderdijk van de Marne, die in de 13e eeuw over een oude kwelderrug werd aangelegd via Zuurdijk naar Barnegaten. De wierde bestaat uit een ooster- en een westerhoogte, waartussen vroeger mogelijk een watertje stroomde. De naam Midhalm verwijst naar de locatie van beide boerderijen; te midden van twee 'holmen' ("hoogten" of "heuvels"). Omdat er geen wierde Westerhalm bekend is, wordt vermoed door Acker Stratingh en Andreae dat deze verzwolgen moet zijn door de Lauwerszee. Volgens Westerhoff zou dit voor de aanleg van de Zuiderdijk moeten zijn gebeurd, dus in de vroege 13e eeuw of eerder. Volgens Andreae werden er in de eerste helft van de 18e eeuw uit zoden en turf opgebouwde putten en andere sporen van bewoning zijn gevonden op het wad (zie ook Maddenze). In de Westpolder werd later een boerderij 'Westerhalm' vernoemd naar de vermoedelijk verdwenen wierde. In de wierde zijn laatmiddeleeuwse scherven en sporen van kloostermoppen aangetroffen. Welke van beide boerderijen de oudste is, is niet te zeggen. Bij de Slag om Zoutkamp in 1589 werd een van beide boerderijen platgebrand, maar weer herbouwd. De noordelijke boerderij heeft de oudste gebouwen. De zuidelijke schuur daarvan draagt muurankers met het jaartal 1771 en is verlengd in 1864. De noordelijke schuur is van 1889 en werd verbreed in 1986. Een derde schuur verrees rond 2010. Het woonhuis werd in 1907 gebouwd naar een ontwerp van G. Havinga uit Den Hoorn. De zuidelijke boerderij is van 1878. In 1986 is er een aardappelloods bijgebouwd.