place

Agnetendal

BergeijkBouwwerk in ValkenswaardVoormalig klooster in Noord-Brabant

Agnetendal is een vrouwenklooster te Dommelen, dat bestond van 1442 tot 1716. Het klooster werd gesticht vanuit het in 1430 ontstane klooster te Achel bij Gheen Beemden of Geenenbroek, dat Catharinadal heette. Dit was een klooster van de Reguliere Derde Orde der Franciscanessen. Ook in Peer ontstond een soortgelijk klooster, dat aan Sint-Agnes was gewijd.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Agnetendal (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs).

Agnetendal
Dommelstraat, Valkenswaard

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: AgnetendalLees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 51.355094444444 ° E 5.4378638888889 °
placeToon op kaart

Adres

Dommelstraat 41
5551 TA Valkenswaard
Noord-Brabant, Nederland
mapOpenen op Google Maps

Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Dommelse Watermolen
Dommelse Watermolen

De Dommelse Watermolen is een watermolen die zich bevindt op de Dommel nabij het dorp Dommelen. Het betreft een dubbele onderslagmolen die zowel de functie van korenmolen en van oliemolen vervult. Verder was de molen in gebruik als schorsmolen. Deze watermolen werd voor het eerst vermeld in de 2e helft van de 14e eeuw. Vermoedelijk zijn de documenten die over de oprichting ervan berichten door brand verloren gegaan. Van 1422 stamt een document waarin Hendrik van Ranst, die Heer was van Boxtel en Liempde, de molen verpachtte. In 1545 was ze eigendom van Jan van Cortenbach, heer van Helmond en Keerbergen, en later kwam ze in handen van de familie Van der Clusen, die heren waren van Waalre, Valkenswaard en Aalst. In 1747 werd de molen bezit van het nonnenklooster te Arendonk, dat het moederklooster was van de voormalige Abdij Agnetendal te Dommelen. Daarop werd het de boeren door de machthebbers van de Republiek verboden om hun graan op deze molen te laten malen. In 1749 werd de molen gekocht door Johannes Janszn. Ceunen. Hij verpachtte de molen aan derden, evenals de korenwatermolens in Valkenswaard en Westerhoven die eveneens in zijn bezit waren. Kleinzoon Joannes Evert Keunen werd burgemeester van Dommelen, twee andere kleinzoons fabrikant in Eindhoven. Toen in 1860 de Dommelse watermolen door de Eindhovense Keunens werd verkocht, wilde Joannes Evert Keunen de watermolen niet meer zien. Maar hij moest er wel iedere dag langs om zijn ambt als burgemeester in Dommelen uit te kunnen oefenen. Daarom liet hij op eigen kosten op 500 meter ten zuiden van de molen een tweede brug bouwen, de zogenaamde burgemeestersbrug die nu niet meer bestaat. Deze geschiedenis is opgetekend door de schrijver Uri Noteboom in het na zijn overlijden door Antoon Coolen uitgebrachte boek: Het land der Sniedersen (1948). In 1916 ging de beheerder van de molen, Fons Willems, op 56-jarige leeftijd plotseling het Trappistenklooster Lilbosch te Echt in, waar zijn dorpsgenoot Cornelis van den Eijnden als Dom Victor abt was. Toen viel Ceel van den Eijnden, de knecht, voor hem in. In 1900 pachtte hij de molen en, samen met zijn zoon Pau, wist hij de molen tijdens de Tweede Wereldoorlog te benutten als onderduikadres en om illegaal graan te malen voor de bevolking. In 1938 was de vervallen oliemolen afgebroken. Door huwelijk van dochter Alda Willems met Willem Snieders, mede-eigenaar van de Dommelsche Bierbrouwerij, kwam de molen in eigendom van deze brouwerij. Doch toen de brouwerij in 1968 werd overgenomen door Brouwerij Artois wilde de laatste de molen niet onderhouden, tenzij het een horecagelegenheid zou worden. Dit leidde tot een rechtszaak waarbij Pau van den Eijnden won en de molen als rijksmonument werd veiliggesteld. Stella verkocht de molen voor 1 gulden aan de gemeente Valkenswaard. Tot 1977 produceerde de molen nog meel voor bakkerijen en mengvoeders. Het accent verlegde zich daarna naar de productie en de verkoop van consumptiemeel voor thuisbakkers en hobby- en speciaalvoeders. In 1977 werd het westelijke molengebouw, de korenmolen, opnieuw van planken voorzien, maar het houtskelet, dat vermoedelijk uit de 19e eeuw stamt, bleef ongewijzigd. Het oostelijke molengebouw, de oliemolen, werd opnieuw opgebouwd, ditmaal als woonhuis. Pau overleed echter in 1983, maar zijn weduwe is er blijven wonen. Hun zoon Maurice van den Eijnden werd nadien molenaar. Hoewel de molen niet meer in gebruik is, is hij volkomen maalvaardig. Ook vanuit landschappelijk oogpunt is hij belangwekkend.

Loondermolen

De Loondermolen was een watermolen op de Dommel, ten zuiden van Waalre en ten noorden van Valkenswaard. Ze diende als korenmolen. De watermolen bevond zich op de plaats waar de heerlijkheid Waalre, Valkenswaard en Aalst haar hoofdkwartier had. De Dommelseweg gaat hier via de Loondermolenbrug over de Dommel. De heren van Waalre waren tevens heren van Herlaar en nog andere plaatsen, en ze woonden aanvankelijk niet bij de Loondermolen. Het kasteel van Loon zou, als adelijcks huijsinghe (slotje) pas in de eerste helft van de 15e eeuw zijn gebouwd. Dit huis werd in 1867 gesloopt en verbouwd tot boerderij. Deze werd in 1934 getroffen door brand en opnieuw opgebouwd in gewijzigde vorm. Ze heet nog steeds Het Kasteel. Een deel van de naar de Loonderweg gekeerde gevel is nog een restant van het oude kasteel. De Loondermolen bestond vermoedelijk niet voor 1368, aangezien een document van toen wel over de nabijgelegen Keersoppermolen, maar niet over de Loondermolen repte. Pas in 1384 werd de molen voor het eerst vermeld als zijnde in bezit van de heerlijkheid. Het was een dwangmolen voor de inwoners van bepaalde nabijgelegen gehuchten. In 1545 kwam een commissie in opdracht van keizer Karel V de stuwhoogten vaststellen bij de diverse watermolens. In 1703 stelde de heer van Waalre enz., Gerard Hubert van der Clusen, voorwaarden op voor de verpachting van de molen aan een molenaar. Deze bevatte vele verplichtingen. Vanaf 1793 kwam de molen in eigendom van de molenaars, vanaf 1888 was ze vaak in bezit van tabaksfabrikanten als Swane en in 1937 kwam ze in het bezit van Waterschap De Dommel. De molen was bedekt met leien, die mogelijk bij de sloop van het Kasteel beschikbaar zijn gekomen. Het gebouw was van hout. De molen werd gesloopt, maar het molenhuis bleef bewaard. Het werd herbouwd na een brand in 1907, en het werd sterk gewijzigd in 1966.

Keersoppermolen
Keersoppermolen

De Keersoppermolen was een watermolen op de Keersop, gelegen nabij de plaatsen Riethoven en Dommelen. Hij lag in de buurtschap Keersop, ook Kerspe geheten. De molen fungeerde oorspronkelijk als korenmolen en was eigendom van de Heer van Herlaar, die tot 1368 ook Heer was van Waalre, Valkenswaard en Aalst. Hij bezat in de 14e eeuw ook die moelen te Kerspe met allen toebehoirten ende alle die visscherije vander moelen opwairt tot des boevenbempt toe. Ook in een document uit 1441 werd de molen genoemd. In 1670 kwam de molen in bezit van de adellijke familie Prouveur, en in 1711 in bezit van de familie Verhoeven, toen dochter Hendrica Prouveur met Hendrick Verhoeven trouwde. De laatste mulder van dit geslacht overleed in 1957. In 1873 werd de molen uitgebreid met een oliemolen, die in hetzelfde gebouw werd ondergebracht. Hiervoor werden onderdelen van een rosoliemolen uit Walik gebruikt. Hij zou door een stoommachine aangedreven zijn. In 1929 was de molen de tweede in de reeks 'De watermolens op den Dommel' die de architect en pentekenaar Johan Dionysius Looyen beschreef en tekende in de Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche courant. In 1938 kwam een einde aan het functioneren van de molen, want de stuwrechten werden door het waterschap afgekocht. Het rad werd gesloopt en, na het overlijden van mulder Frans (Franciscus) Verhoeven, raakte de molen in verval. In 1977 werd de molen verkocht aan een nieuwe eigenaar, die er horeca wilde beginnen. Weduwe Jans Verhoeven-Waterschoot vertrok in 1981 en korte tijd later stortte het molenhuis op raadselachtige wijze in, en werd vervolgens verder vernield. Een brand maakte een eind aan de molen. De historische gevelboerderij naast de molen die eeuwenlang als woonhuis diende, is na het vertrek van de weduwe Verhoeven-Waterschoot leeg komen staan en in verval geraakt. Het gebouw is in de jaren negentig van de vorige eeuw uiteindelijk gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. Jans Verhoeven-Waterschoot overleed in 1987 en is samen met haar man begraven in Riethoven op de Rooms-katholieke begraafplaats. Waterschap De Dommel onderhoudt ter plaatse een stuw. In 2003 is deze voorzien van een vistrap.