place

Vossius Gymnasium

Amsterdamse SchoolbouwwerkBouwwerk in Amsterdam-ZuidBouwwerk van Nicolaas LansdorpGymnasium in NederlandRijksmonument in Amsterdam
School in Amsterdam
Vossiusgymnasium
Vossiusgymnasium

Het Vossius Gymnasium is een openbaar categoriaal gymnasium in Amsterdam-Zuid. Het is opgericht in 1926 en vernoemd naar Gerardus Vossius.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Vossius Gymnasium (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Vossius Gymnasium
Messchaertstraat, Amsterdam Zuid

Geografische coördinaten (GPS) Adres Website Externe links Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: Vossius GymnasiumLees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.345605555556 ° E 4.8841277777778 °
placeToon op kaart

Adres

Vossius Gymnasium

Messchaertstraat 1
1077 WS Amsterdam, Zuid
Noord-Holland, Nederland
mapOpenen op Google Maps

Website
vossius.nl

linkWebsite bezoeken

linkWikiData (Q2803035)
linkOpenStreetMap (2816902154)

Vossiusgymnasium
Vossiusgymnasium
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Diepenbrockstraat 46
Diepenbrockstraat 46

Diepenbrockstraat 46 is een kerkgebouw aan de Diepenbrockstraat in Amsterdam-Zuid. De zijgevel staat aan de Herman Gorterstraat. Hier werd in de periode tussen 1931 en 1933 een kerkgebouw neergezet voor de Remonstrantse Gemeente in Amsterdam. Zij hadden al een kerk een de Keizersgracht, maar zagen ook dat de stadsuitbreiding aan de zuidkant van Amsterdam rijp was voor een kerk. De kerk werd eigenlijk nog in het niets gebouwd; de straat had nog geen definitieve naam; de kerk zou gebouwd worden op een geplande hoek aan de Verlengde Diepenbrockstraat. Hier lagen tot de jaren twintig nog landerijen, maar in het volgend decennium kwam de stadsbebouwing naar hier. In 1931 werd een zanderig terrein in de punt Zuider Amstelkanaal, Boerenwetering en Verlengde Diepenbrockstraat vrijgehouden voor het Vossius Gymnasium en ten noorden daarvan een kerk. De kerk kwam echter zuidelijk van gymnasium te liggen. In de winter 1931/1932 werd de bouw aanbesteed; een aannemer zag kan het gebouw voor 105.500 gulden te bouwen. Er moest gebouwd worden op een 1500 m² groot terrein. Op 18 juni 1933 kon de inwijdingsceremonie gehouden worden tijdens de eerste dienst. Dat het nog “in het niets lag” blijkt uit dat de brug die beide delen Diepenbrockstraat met elkaar zou moeten verbinden nog gebouwd moest worden. De kerk werd gebouw naar een ontwerp van architect Jordanus Roodenburgh, een vertegenwoordiger van de bouwstijl Amsterdamse School. Het was echter niet zijn eerste ontwerp, dat tot uitvoer zou worden gebracht. Roodenburgh dacht eerst aan een veel kleinere kerk met bijgebouwen, dat ingebed zou worden tussen de stadsvilla’s die hier gebouwd waren/werden. De kunstredactie van De Telegraaf van 19 juni 1933 omschreef dat als middeleeuws eenvoudig. Het werd heel anders. Er kwam een spits gebouw van eigenlijk slechts één bouwlaag met daarbovenop een puntgevel met zadeldak, die duidelijk boven de omgeving uitsteekt. In die gevelwand, grotendeels opgetrokken uit baksteen met hier en daar wat natuursteen, is een toegang onder een boogconstructie geplaatst, met daarboven een groot kruis in diepliggend glas in lood. Dit hoge puntdak wordt, in weerwil van het oorspronkelijke ontwerp, qua hoogte nog overtroffen door de klokkentoren en de daarop staande torenbedekking. In de kerk is gebruik gemaakt van spitsboogconstructies om het dak te ondersteunen. Het baksteen wordt hier en daar onderbroken door bewerkte natuurstenen sluitstenen met beeldhouwwerk van Louise Beijerman. De kerk werd bekend als Remonstrantse Kerk Vrijburg, die in de jaren na oplevering overkwam van Keizersgracht 102, de Rode Hoed. Op 26 september 2005 werd het gebouw opgenomen in het rijksmonumentenregister. Daarbij was niet alleen gekeken naar de architectonisch en cultuurhistorische waarde. Zo werd de kerk ook hoog beoordeeld als overblijfsel van architectuur binnen het protestantisme in het tweede kwart van de 20e eeuw. Enkele kerken uit die periode waren alweer uit het stadsbeeld verdwenen; deze was in 2005 nog puntgaaf. Daarnaast is het gebouw opvallend vanwege de inpassing in het stedenbouwkundig plan in het wijkje, dat tegenover het Beatrixpark werd gebouwd. Bovendien is er in de omgeving niet zo’n hoge kap te vinden met zo’n hoge torenspits. In 2023-2024 krijgen kerkgangers te maken met een “herbeleving”; de Diepenbrockstraat ligt dan in verband met herstelwerkzaamheden een jaar open.

Muzenplein
Muzenplein

Het Muzenplein is een plein in Amsterdam-Zuid. Het plein past een gezamenlijk ontwerp van Hendrik Petrus Berlage en Piet Kramer voor de stadsontwikkeling van die wijk. Kramer had voor dit plein nog een klein plantsoen voor ogen, of dat er gekomen is, is onbekend. Het plein is eigenlijk een T-kruising. Het plein ligt ten zuiden van het punt waar de Boerenwetering het Amstelkanaal kruist dat aan de westkant zich splitst in het Noorder Amstelkanaal en het Zuider Amstelkanaal. Hierdoor bevindt zich ten noorden van het plein een vijfsprong van grachten, bekend als De Kom. Het plein zelf vormt de overgang tussen de Churchill-laan via de Kinderbrug in het oosten en de Apollolaan via de Hildo Kropbrug in het westen. Vanuit het zuiden komt de Herman Heijermansweg (op de ontwerptekening nog Parnassuskade geheten) op het plein uit. Tegenover de noordwestzijde van het plein bevinden zich de Apollohal en het Apollo Hotel. Het plein is bij een raadsbesluit van 30 september 1931 vernoemd naar de Muzen, in de Griekse mythologie de dochters van Zeus en de godinnen der kunsten en wetenschappen. Echter, de naam werd al eerder gebruikt. In de routebeschrijving van de marathon van de Olympische Spelen van 1928 komt de naam Muzenplein al voor. Aan de noordoostzijde bevindt zich verdiept een klein rosarium (Kinderhof) met een aantal bankjes met uitzicht op de Kom. De oever van dat parkje met De Kom wordt opgeluisterd door een negental beelden. In eerste instantie wilde de stad Hildo Krop hiervoor inschakelen, maar andere kunstenaars maakten bezwaar. Zij vonden de positie van Krop haast een monopoliepositie. Er kwam vervolgens een negental beelden van verschillende kunstenaars: Een kind met vis op de schouders van Marinus Vreugde Een meisje met bal van Hubert van Lith Een meisje met een kat op haar schouder van Louise Beijerman Een meisje met een kat en een vogel van Frits van Hall Een meisje met poppen van Willem IJzerdraat Een meisje met lam van Frans Werner Een meisje met een slakkenhuis van Theo Vos Een meisje met een hondje van Jaap Kaas Een kind met een bizonkop van Jan Trapman. Twee van de beelden zijn "portretten" van Annemarie en Melisande Kramer, dochters van de architect. Krop leverde overigens wel het grootste beeld aan de noordelijke rand van het plein, grenzend aan de Kinderbrug. Het werk draagt de titel De onbevangenheid der mensen tegenover het leven.

Johnny & Jonesbrug
Johnny & Jonesbrug

De Johnny & Jonesbrug (brug 433) is een vaste brug in de Prinses Irenebuurt in Amsterdam-Zuid. De voetgangersbrug is gelegen over de toegang tot de cirkelvormige centrale grote vijver van het Beatrixpark. Het is gelegen naast de “vaste plantentuin”. In de directe omgeving staat het beeld Pinguïns van Jan Trapman. Het park dateert uit de periode 1936-1938 toen het werd aangelegd volgens een plan van Ko Mulder, architecte bij de Dienst der Publieke Werken. De brug is echter van aanmerkelijke jongere datum, ze dateert uit 1970/1971. Ze is vermoedelijk aangelegd vanwege de Floriade die in 1972 in dit park werd gehouden. Door middel van de brug kon het publiek geheel rond de grote ijver met fontein lopen. De brug overspant de toegang zonder jukken of pijlers en is grotendeels van hout. Het ontwerp is vermoedelijk afkomstig van de Publieke Werken. De brug ging vanaf het begin naamloos door het leven, dat wil zeggen alleen met nummer 433. De gemeente Amsterdam vroeg in 2016 aan de Amsterdamse bevolking om mogelijke namen voor dergelijke bruggen. Veel inzendingen werden niet gehonoreerd, maar deze brug kreeg de naam Johnny & Jonesbrug. Het is een vernoeming naar het duo Johnny & Jones, een befaamd jazzduo van vlak voor de Tweede Wereldoorlog, maar vanwege uitputting gestorven in concentratiekamp Bergen-Belsen. In het park zijn meerdere bruggen vernoemd naar musici. Brugnummer 433 was al eerder gegeven aan een duiker in de Beemsterstraat over een ringsloot naar de Watergangsestraat in Amsterdam-Noord. Het is onbekend of die duiker nog actief is.

Pinguïns (Jan Trapman)
Pinguïns (Jan Trapman)

Pinguïns in een kunstwerk van Jan Trapman in Amsterdam-Zuid. Trapman was een van de kunstenaars die in de crisisjaren van rond 1930 opdrachten kreeg van de gemeente Amsterdam voor het leveren van beelden tegen een vergoeding om in het levensonderhoud te kunnen blijven voorzien. Zo maakte hij de Tijger en Beer voor de borstwering tussen de Vierwindstrekenbrug en het Erasmuspark. Het is waarschijnlijk de bedoeling geweest ook deze pinguïns rondom de brug te plaatsen maar in de stukken van de Dienst der Publieke Werken, verantwoordelijk voor de brug, is er niets van terug te vinden (de tijger en beer overigens wel). Wel is terug te vinden dat deze dienst in 1941 een ontwerp heeft gemaakt voor de sokkel van de pinguïns voor plaatsing in het Beatrixpark, al zij het met een plaatsing op een iets andere plek. De tekening daarvan zit in dezelfde map van het ontwerp van de ondergrond voor het beeld Meermin van Leo Braat. Trapman beeldde diverse soorten pinguïns af, die normaliter nooit bij elkaar zouden staan. Bovendien beeldde hij de pinguïns allemaal in dezelfde hoogte af, terwijl in de natuur de diverse soorten pinguïns variëren in grootte. Een van de vogels loopt daardoor met een gebogen nek. Het beeld is voorzien van het monogram van de beeldhouwer, een cirkel met de letters JTR. De sokkel van 120 cm hoogte, waarvan een groot deel onder water, bestaat uit geelbruine bakstenen die in een soort Amsterdamse Schoolstijl zijn gemetseld.

Future past glory
Future past glory

Future past glory is een kunstwerk van Liet Heringa en Maarten van Kalsbeek in Amsterdam-Zuid. Het roestvaststalen beeld van 8,5 meter breedte en 5,30 meter hoogte staat in het Beatrixpark. Het is een eerbetoon aan architecte Ko Mulder, van 1930 tot 1965 werkend bij de Dienst der Publieke Werken. Zij was verantwoordelijk voor de inrichting van genoemd park, maar was betrokken bij de stedenbouwkundige inrichting van de stad Amsterdam met name die van na de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast was ze ook betrokken bij de inrichting van de vele speelplaatsen met of zonder pierenbadjes, waarvoor architect Aldo van Eyck toestellen en badjes ontwierp. Een dergelijk bouwsel is ook in het Beatrixpark te vinden. De kunstenaars lieten zich beïnvloeden door het leven en werk van Mulder. In het beeld, dat gaandeweg de realisatie steeds aangepast werd, verwerkten zij bijvoorbeeld de jeugd van Mulder, die in Nederlands-Indië opgroeide en zelf aangaf beïnvloed te zijn door de overvloedige versierselen van de Borobudur. Een aantal versierselen op het beeld in het Beatrixpark verwijzen naar de vorming van de stad Amsterdam, gecentreerd rond de Dam vonden en die zich in steeds groter wordende cirkels ontwikkelde. Aan de hand van tekeningen die de kunstenaars leverden werden door lasertechniek uit platen roestvast staal elementen gesneden en vervolgens aan het beeld vastgemaakt. Deze haast tweedimensionale onderdelen vormen door ze achter elkaar te plaatsen een driedimensionaal beeld, al is de diepte niet groot ten opzichte van breedte en hoogte. Een deel lijkt daarbij voorover te hangen, een verwijzing, aldus de kunstenaars, naar de naar voren hangende gevels van Amsterdamse grachtenpanden, die door schoorconstructies op hun plaats worden gehouden. Het is het derde eerbetoon in Amsterdam aan Ko Mulder. In 1990 werd een plein naar haar vernoemd. Op dat plein staat sinds 1997 het Gedenkteken Ir. Jakoba Mulder. Future past glory werd op 12 oktober 2018 onthuld door de toen net aangestelde wethouder Kunst en Cultuur Touria Meliani ter viering van het 80-jarig bestaan van het park. De plannen dateren echter al van 2013, toen het park 75 jaar bestond.