place

Henriëtte van Heukelom-van den Brandelerbrug

BeatrixparkBrug in Amsterdam-Zuid
Brug 496, overzicht
Brug 496, overzicht

Henriëtte van Heukelom-van den Brandelerbrug is een vaste brug in Amsterdam-Zuid. De brug leidt naar de in- en uitgang van het Beatrixpark vanuit/naar de Prinses Irenestraat. De brug is gelegen over een randwater/afwateringstocht van het genoemde park. Ze werd in 1969 ontworpen door architect Dirk Sterenberg werkend bij en voor de Dienst der Publieke Werken. De brug werd in 1970/1971 opgetrokken op een betonnen paalfundering, betonnen landhoofden en een houten brugpijler. Daarover liggen houten liggers met daarop gemonteerd planken en donkerbruine leuningen uitgevoerd in tropisch hardhout. De brug werd aangelegd terwijl men ook bezig was met de bruggen in het Amstelpark. Het voetpad werd na oplevering van de brug verlegd zodat het op de brug aansloot. In 2022 werd de brug gerenoveerd. De brug ging tot najaar 2016 naamloos als brug 496 door het leven. De Henriette van Heukelom-van den Brandelerbrug werd toen vernoemd naar de musicienne Henriëtte van den Brandeler, die trouwde met architect George van Heukelom. Meerdere straten in de buurt zijn vernoemd naar componisten (componistenbuurt). Eerder in 2016 werd ook een andere brug in dat park, de Aron Wolff Berlijnbrug, vernoemd naar een Nederlandse componist, Anton Berlijn.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Henriëtte van Heukelom-van den Brandelerbrug (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Henriëtte van Heukelom-van den Brandelerbrug
Prinses Irenestraat, Amsterdam Zuid

Geografische coördinaten (GPS) Adres Externe links Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: Henriëtte van Heukelom-van den BrandelerbrugLees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.342091666667 ° E 4.8819027777778 °
placeToon op kaart

Adres

Henriëtte van Heukelom-van den Brandelerbrug

Prinses Irenestraat
1077 WT Amsterdam, Zuid
Noord-Holland, Nederland
mapOpenen op Google Maps

linkWikiData (Q28033260)
linkOpenStreetMap (1392205447)

Brug 496, overzicht
Brug 496, overzicht
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Vleugelvormen (Felix van Kalmthout)
Vleugelvormen (Felix van Kalmthout)

Vleugelvormen is een artistiek kunstwerk in Amsterdam-Zuid, Beatrixpark. Het is een beeld van Felix van Kalmthout. De "Vereniging Vrienden van het Beatrixpark" werd in 1981 opgericht en die wilde eigenlijk direct plaatsing van een kunstwerk in het park. Allereerst werd gedacht aan een reiger, destijds symbool van de vereniging en deed een oproep aan kunstenaars, waarbij de uiteindelijke keuze op Kalmthout viel. Financiering kwam uit een geheel ander project. De voet- en fietsbrug brug 416 zou vervangen moeten worden door een verkeersbrug om een betere aansluiting tussen twee delen Minervalaan te krijgen. Het project ging in de ijskast en er kon uit het vrijgekomen potje subsidie aangevraagd en verstrekt worden voor het beeld. Daarna ontspon zich het ingewikkelde traject van plaatsing van een beeld in de open ruimte. Met name de Commissie van Advies voor Beeldende Kunst Amsterdam had bezwaren. Het was te figuratief, maar vooral door de dunne poten vandalismegevoelig ook al stond het in de parksingel. Door dat laatste was de kunstenaar bereid het beeld aan te passen. Het werd een totaal ander beeld, een abstract beeld van vleugelvormen die over het water scheren. In 1986 was het gehele traject afgerond en kon tot plaatsing overgaan. Het werd niet de vijver bij de kastanjebomen met de parksingel. Het beeld was zwaar en zo moesten er drie betonnen heipalen gezet worden om het beeld te kunnen plaatsen; er moest een hijsinstallatie aan te pas komen het op die plek te krijgen.

Pinguïns (Jan Trapman)
Pinguïns (Jan Trapman)

Pinguïns in een kunstwerk van Jan Trapman in Amsterdam-Zuid. Trapman was een van de kunstenaars die in de crisisjaren van rond 1930 opdrachten kreeg van de gemeente Amsterdam voor het leveren van beelden tegen een vergoeding om in het levensonderhoud te kunnen blijven voorzien. Zo maakte hij de Tijger en Beer voor de borstwering tussen de Vierwindstrekenbrug en het Erasmuspark. Het is waarschijnlijk de bedoeling geweest ook deze pinguïns rondom de brug te plaatsen maar in de stukken van de Dienst der Publieke Werken, verantwoordelijk voor de brug, is er niets van terug te vinden (de tijger en beer overigens wel). Wel is terug te vinden dat deze dienst in 1941 een ontwerp heeft gemaakt voor de sokkel van de pinguïns voor plaatsing in het Beatrixpark, al zij het met een plaatsing op een iets andere plek. De tekening daarvan zit in dezelfde map van het ontwerp van de ondergrond voor het beeld Meermin van Leo Braat. Trapman beeldde diverse soorten pinguïns af, die normaliter nooit bij elkaar zouden staan. Bovendien beeldde hij de pinguïns allemaal in dezelfde hoogte af, terwijl in de natuur de diverse soorten pinguïns variëren in grootte. Een van de vogels loopt daardoor met een gebogen nek. Het beeld is voorzien van het monogram van de beeldhouwer, een cirkel met de letters JTR. De sokkel van 120 cm hoogte, waarvan een groot deel onder water, bestaat uit geelbruine bakstenen die in een soort Amsterdamse Schoolstijl zijn gemetseld.

Johnny & Jonesbrug
Johnny & Jonesbrug

De Johnny & Jonesbrug (brug 433) is een vaste brug in de Prinses Irenebuurt in Amsterdam-Zuid. De voetgangersbrug is gelegen over de toegang tot de cirkelvormige centrale grote vijver van het Beatrixpark. Het is gelegen naast de “vaste plantentuin”. In de directe omgeving staat het beeld Pinguïns van Jan Trapman. Het park dateert uit de periode 1936-1938 toen het werd aangelegd volgens een plan van Ko Mulder, architecte bij de Dienst der Publieke Werken. De brug is echter van aanmerkelijke jongere datum, ze dateert uit 1970/1971. Ze is vermoedelijk aangelegd vanwege de Floriade die in 1972 in dit park werd gehouden. Door middel van de brug kon het publiek geheel rond de grote ijver met fontein lopen. De brug overspant de toegang zonder jukken of pijlers en is grotendeels van hout. Het ontwerp is vermoedelijk afkomstig van de Publieke Werken. De brug ging vanaf het begin naamloos door het leven, dat wil zeggen alleen met nummer 433. De gemeente Amsterdam vroeg in 2016 aan de Amsterdamse bevolking om mogelijke namen voor dergelijke bruggen. Veel inzendingen werden niet gehonoreerd, maar deze brug kreeg de naam Johnny & Jonesbrug. Het is een vernoeming naar het duo Johnny & Jones, een befaamd jazzduo van vlak voor de Tweede Wereldoorlog, maar vanwege uitputting gestorven in concentratiekamp Bergen-Belsen. In het park zijn meerdere bruggen vernoemd naar musici. Brugnummer 433 was al eerder gegeven aan een duiker in de Beemsterstraat over een ringsloot naar de Watergangsestraat in Amsterdam-Noord. Het is onbekend of die duiker nog actief is.

Prinses Irenebrug (Amsterdam)
Prinses Irenebrug (Amsterdam)

De Prinses Irenebrug (brug 2169) is een vaste brug in Amsterdam-Zuid. De brug, in principe alleen toegankelijk voor voetgangers (over zwart asfalt) en fietsers (over rood asfalt), geeft toegang tot het Beatrixpark vanuit het verlengde van de Prinses Irenestraat. De brug (en straat) is vernoemd naar Irene der Nederlanden, het park naar haar oudere zus Prinses Beatrix. Over de brug mogen ook vrachtauto’s (belastingmodel BM-1) ter bevoorrading van een plaatselijk horeca-etablissement rijden. Ten noordwesten van de brug staat de Princesseflat, rijksmonument (532211). De brug bestaan uit betonnen landhoofden en een dito overspanning, een toen ook nieuw gegraven sierwater in het park. Eind 2014 werd er door de bouwer een bouwweg aangelegd om zichzelf in de gelegenheid te stellen bouwmaterialen aan te voeren. Daarvoor moesten enkele bomen gekapt worden. De heipalen van het fundament werden op 7 en 8 januari 2015 de zachte ondergrond ingedreven, waarna de brug gezet werd. De brug kreeg een lengte van bijna 26,5 meter uitgevoerd in hogesterktebeton, dat ter plaatse gestort werd. In de lengte heeft de brug en het rijdek een lichte boogconstructie meegekregen, waarvan het achterliggende argument was, dat men een drempel over moet om de drukke stad te verlaten en het rustige park te betreden (en andersom). In het wegdek zijn tijdens het storten openingen voor leidingen en kabels uitgespaard. Het ter plaatse storten van het beton was de enige optie alhier, prefab-betonnen overspanningbalken bleken niet tot de mogelijkheden te behoren, juist door die welving. De brug kreeg vervolgens een groene bekleding om in het parklandschap te passen. De balustrades werden daarbij uitgevoerd in gietaluminium met een bladnerfmotief naar Voronoi-diagram, opnieuw een verwijzing naar het park. Dit motief is ook te vinden bij drie bruggen in Amsterdam-Noord (Hederabrug, Klimopbrug en brug 1000), zij liggen eveneens in een park. Van bovenaf gezien heeft de brug de vorm van een parallellogram.

Future past glory
Future past glory

Future past glory is een kunstwerk van Liet Heringa en Maarten van Kalsbeek in Amsterdam-Zuid. Het roestvaststalen beeld van 8,5 meter breedte en 5,30 meter hoogte staat in het Beatrixpark. Het is een eerbetoon aan architecte Ko Mulder, van 1930 tot 1965 werkend bij de Dienst der Publieke Werken. Zij was verantwoordelijk voor de inrichting van genoemd park, maar was betrokken bij de stedenbouwkundige inrichting van de stad Amsterdam met name die van na de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast was ze ook betrokken bij de inrichting van de vele speelplaatsen met of zonder pierenbadjes, waarvoor architect Aldo van Eyck toestellen en badjes ontwierp. Een dergelijk bouwsel is ook in het Beatrixpark te vinden. De kunstenaars lieten zich beïnvloeden door het leven en werk van Mulder. In het beeld, dat gaandeweg de realisatie steeds aangepast werd, verwerkten zij bijvoorbeeld de jeugd van Mulder, die in Nederlands-Indië opgroeide en zelf aangaf beïnvloed te zijn door de overvloedige versierselen van de Borobudur. Een aantal versierselen op het beeld in het Beatrixpark verwijzen naar de vorming van de stad Amsterdam, gecentreerd rond de Dam vonden en die zich in steeds groter wordende cirkels ontwikkelde. Aan de hand van tekeningen die de kunstenaars leverden werden door lasertechniek uit platen roestvast staal elementen gesneden en vervolgens aan het beeld vastgemaakt. Deze haast tweedimensionale onderdelen vormen door ze achter elkaar te plaatsen een driedimensionaal beeld, al is de diepte niet groot ten opzichte van breedte en hoogte. Een deel lijkt daarbij voorover te hangen, een verwijzing, aldus de kunstenaars, naar de naar voren hangende gevels van Amsterdamse grachtenpanden, die door schoorconstructies op hun plaats worden gehouden. Het is het derde eerbetoon in Amsterdam aan Ko Mulder. In 1990 werd een plein naar haar vernoemd. Op dat plein staat sinds 1997 het Gedenkteken Ir. Jakoba Mulder. Future past glory werd op 12 oktober 2018 onthuld door de toen net aangestelde wethouder Kunst en Cultuur Touria Meliani ter viering van het 80-jarig bestaan van het park. De plannen dateren echter al van 2013, toen het park 75 jaar bestond.

L'après-midi d'un faune
L'après-midi d'un faune

L'aprés-midi d'un faune is een artistiek kunstwerk staande in een vijver van het Beatrixpark te Amsterdam-Zuid. Kunstenares Ellen Beerthuis-Roos kreeg via de gemeentelijke commissie, waarin haar docent Piet Esser zitting had, het verzoek een beeld te scheppen voor het Beatrixpark. Beerthuis-Roos was in 1955 afgestudeerd onder Esser en kreeg dat verzoek een aantal jaren later. Het zou haar eerste opdracht zijn (geweest). Beerthuis-Roos haalde inspiratie uit de Prélude à l'après-midi d'un faune, de compositie van Claude Debussy, en toog aan het werk. Ze had zelf al aangegeven dat ze een beeld annex fontein wilde maken, geschikt om in de eendenvijver te plaatsen. Van steen naar klein en brons ontwierp ze twee vrouwenfiguren, leunend en zitten tegen een boom. Een faun begeleidt de vrouwen op het kunstmatige eiland in de vijver. Het beeld leverde vanwege de figuratieve beeltenis (men wilde destijds liever abstracte beelden) inhoud een flinke discussie over de prijs op. Maar Beerthuis-Roos mocht verder werken en in 1962 kon het beeld geplaatst worden. Net als bij de latere Speelplastiek van Bart van de Weijer moesten er aanvullende maatregelen getroffen worden om het beeld niet te laten verzinken in de zompige ondergrond van het park. Alhoewel er door de Dienst der Publieke Werken een enorm project ingeschat was, bleek de uitvoering stukken eenvoudiger. In plaats van de vijver leeg te pompen, kon volstaan worden met granieten grondplaten als funderingsplaten. Waar geen rekening mee gehouden was, was dat het beeld een prima verblijf- en rustplaats werd voor vogels. Hun uitwerpselen zorgden er regelmatig voor dat de fontein verstopt raakte, die dan weer ontstopt moest worden. Daarom staat er al jarenlang een aparte fontein in dezelfde vijver.