place

Speeltoestel Van Eesteren Museum

Aldo van EyckAmsterdam Nieuw-WestKunst in AmsterdamToegepaste kunst
2020 Speeltoestel (Van Eesteren Museum) (1)
2020 Speeltoestel (Van Eesteren Museum) (1)

Speeltoestel Van Eesteren Museum is toegepaste kunst in Amsterdam Nieuw-West. Architect Aldo van Eyck ontwierp voor Amsterdam talloze speeltoestellen die op circa 700 speelplaatsjes werden neergezet. Veelal waren het losse toestellen zoals de iglo en tunnel. Voor een enkele speelplaats maakte hij grotere installaties, zie bijvoorbeeld Aldo van Eyck aan het Bertelmanplein. De speelplaatsen werden vanaf de jaren negentig van de 20e eeuw opnieuw ingericht en ook veiliger gemaakt. De toestellen en installaties van Van Eyck verdwenen (weer) uit het straatbeeld. Een van de grotere installaties uit de Stoomgemaalstraat in Osdorp moest ook plaatsmaken voor een nieuw terrein. In samenwerking met allerlei instanties als ook crowdfunding wist het Van Eesteren Museum 6000 euro bijeen te brengen om het gevaarte van de sloop te redden. Het bestaat uit drie torens met daartussen de varianten van duikelrekken. Het werd in 2018 aan de oostzijde van het genoemde museum geplaatst en op 23 november 2018 onthuld door Touria Meliani, wethouder Erfgoed, Kunst & Cultuur van Gemeente Amsterdam. Het zou volgens het museum een aanzet zijn voor de inrichting van een beeldentuin ter plaatse. In 2020 kreeg het speeltoestel gezelschap van het kunstwerk Played rack van Maze de Boer dat mede geïnspireerd is op de speeltoestellen van Van Eyck. In 2024 werd aan een soortgelijke installatie aandacht besteed in Geheimen van het museum. In de laatste aflevering van 2024/2025 waren medewerkers van het CollectieCentrum Nederland bezig met het in elkaar zetten van een speeltoestel afkomstig uit de Inlaagstraat. Het Rijksmuseum Amsterdam heeft in haar tuinen een aantal toestellen permanent in expositie, maar kon deze vanwege de grootte daar niet kwijt.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Speeltoestel Van Eesteren Museum (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Speeltoestel Van Eesteren Museum
Noordzijde, Amsterdam Nieuw-West

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: Speeltoestel Van Eesteren MuseumLees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.372866666667 ° E 4.8264638888889 °
placeToon op kaart

Adres

Noordzijde
1064 GB Amsterdam, Nieuw-West
Noord-Holland, Nederland
mapOpenen op Google Maps

2020 Speeltoestel (Van Eesteren Museum) (1)
2020 Speeltoestel (Van Eesteren Museum) (1)
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Played rack
Played rack

Played rack is een artistiek kunstwerk in Amsterdam. De scheppend kunstenaar Maze de Boer liet zich voor dit werk inspireren door de klimrekken Iglo en Klimboog van Aldo van Eyck (Engels voor klimrek is Play rack) en de druiprekken die Jan van der Togt ontwierp voor Tomado (Engels voor afdruiprek Plate rack). De Boer combineerde deze drie structuren tot een nieuwe, waarbij de visie op het afdruiprek ondersteboven werd geplaatst. Toch blijven kinderen het klimrek zien en volwassenen meest het (af)druiprek. Het kunstwerk uit 2010 meet 550 bij 400 bij 100 centimeter en is gefabriceerd van roestvast staal. Het stond in eerste instantie in Amsterdam in een oude metaalbewerkingfabriek voor onder andere sterilisatiemachines. Maze de Boer beschouwt zichzelf als kunstenaar die kunst maakte die plaatsgebonden was dan wel kunst die een reactie was op de plaats. Tegelijkertijd wil hij dat een opgeleverd kunstwerk op willekeurig welke plaats dan ook neergezet kan worden. Het Parool omschreef het rek in 2022 als zijnde op zoek naar het behoudt van de essentie van een object terwijl De Boer het ontwerp steeds verder figuurlijk uitkleedt. Na die eerste plaats verhuisde de constructie regelmatig en stond bijvoorbeeld tijdelijk in een park en ook voor het Cobra Museum voor Moderne Kunst Amstelveen. Het werd in de zomer van 2019 geplaatst aan de Amstelveenseweg tussen het voormalige Burgerweeshuis en kantoorcomplex Tripolis, beide ontworpen door Aldo van Eyck, de eerste in het begin, de tweede aan het eind van zijn architectenloopbaan. Het kwam "te liggen" nabij het toen net geplaatste metershoge werk Spiegel van de hemel van André Volten. Sinds de (voor)zomer van 2020 is het opgesteld op de terreinen rondom het Van Eesteren Museum (waarvan de coördinaten); het is daar geplaatst naast zijn voorbeeld: een klimrek van Aldo van Eyck.

Dirk de Waterduikerbrug
Dirk de Waterduikerbrug

De Dirk de Waterduikerbrug (brug 617) is een vaste brug in de wijk Slotermeer in het stadsdeel Amsterdam Nieuw-West. De brug is gelegen in de straat Noordzijde en voert over een duiker, die het water van de jachthaven aan de noordkant van de Sloterplas verbindt met een smalle gracht die in noordelijke richting loopt. De brug en gracht maakten nog geen deel uit van het ontwerp dat Cornelis van Eesteren in 1939 voor de woonwijk maakte. De brug dateert van de midden jaren vijftig toen de woonwijk ten noorden van de Sloterplas verrees. Het uiterlijk van deze brug doet enigszins aan de Amsterdamse Schoolstijl denken. De walkanten en landhoofden zijn uitgevoerd in baksteen en heeft hier een dito overspanning met ontspanningsboog. De brug heeft aan de zijkanten boven de uiteinden van de duiker een natuurstenen rand met natuurstenen balusters, waarin een metalen balustrade hangt. De brug is ontworpen door de Dienst der Publieke Werken, toegewezen aan Dick Slebos. Het vele baksteen lijkt daarbij wel van de hand te zijn van Piet Kramer, die in 1952 bij de dienst vertrok. Van zijn opvolgers Dirk Sterenberg en Dirk Slebos is bekend, dat zij soms zijn ontwerpen aanpasten, maar er wel mee verder gingen. De brug ging vanaf de aanleg anoniem door het leven; ze was alleen bekend onder haar nummer. Sinds april 2016 nodigt de gemeente Amsterdam actief mensen uit om voorstellen aan te dragen voor dergelijke naamloze bruggen. Het voorstel om deze brug de Dirk de Waterduikerbrug te noemen werd in november 2017 goedgekeurd, zodat de brug aldus in de Basisregistraties Adressen en Gebouwen wordt opgenomen. Dirk de Waterduiker was de bijnaam van Dirk Rietveldt (1858-1940), die naar zeggen meer dan 60 mensen en huisdieren uit de Amsterdamse grachten gered heeft van de verdrinkingsdood. De vernoeming werd goedgekeurd omdat direct ten oosten van de brug ook drie straten naar redders zijn genoemd: Jan Cupidohof (naar Jan Cupido, die schipper was op reddingsboot De Brandaris op Terschelling), Dorus Rijkershof (naar Dorus Rijkers) en Frans Naerebouthof (naar Frans Naerebout).

Ferdinand Bordewijkbrug
Ferdinand Bordewijkbrug

De Ferdinand Bordewijkbrug (brug 616) is een vaste brug in de wijk Slotermeer in het stadsdeel Amsterdam Nieuw-West. De brug over een duiker vormt de verbinding tussen de Louis Couperusstraat en de Henriëtte Roland Holststraat. Aan de westzijde staat het gebouw en gemeentelijk monument Louis Couperusstraat 133, Amsterdam. De brug en gracht maakten nog geen deel uit van het ontwerp dat Cornelis van Eesteren in 1939 voor de woonwijk maakte; hij had hier geen water ingetekend, maar een groenstrook. De brug dateert van 1954/1955 toen de woonwijk ten noorden van de Sloterplas verrees. Het uiterlijk van deze brug doet enigszins aan de Amsterdamse Schoolstijl denken. De walkanten en landhoofden zijn uitgevoerd in baksteen en de brug heeft hier een dito overspanning met ontspanningsboog. De brug heeft aan de zijkanten boven de uiteinden van de duiker een natuurstenen rand met natuurstenen balusters, waarin een metalen balustrade hangt. De brug, die veel overeenkomsten vertoont met de Dirk de Waterduikerbrug, is ontworpen door Dick Slebos van de Dienst der Publieke Werken. Het vele baksteen lijkt daarbij wel van de hand te zijn van Piet Kramer, die in 1952 bij de dienst vertrok. Van zijn directe opvolgers, waaronder Slebos, is bekend, dat zij zich soms door Kramers werk lieten inspireren. De brug werd samen aanbesteed met brug 614 en de Dirk de Waterduikerbrug. De brug ging vanaf haar oplevering naamloos door het leven als brug 616. De gemeente Amsterdam vroeg in 2016 aan de Amsterdamse bevolking om mogelijke namen voor dergelijke bruggen. Een voorstel deze brug te vernoemen naar schrijver Ferdinand Bordewijk werd in maart 2018 goedgekeurd en opgenomen in de Basisadministratie Basisregistraties adressen en gebouwen. De straten die de brug met elkaar verbindt zijn eveneens vernoemd naar schrijvers (Henriëtte Roland Holst en Louis Couperus).

Burgemeester Röellstraat
Burgemeester Röellstraat

De Burgemeester Röellstraat is een straat in Amsterdam Nieuw-West. De straat loopt van het metrostation Jan van Galenstraat en ligt in het verlengde van de Jan van Galenstraat. De straat loopt vervolgens in westelijke richting tot het Lambertus Zijlplein. De familienaam Röell wordt uitgesproken als Reu-el, daarom staat het trema op de letter o. Een veelgemaakte fout is de uitspraak Ro-el door mensen die denken dat het trema op de e staat zoals in Joël. De straat kreeg zijn naam in 1952 en werd vernoemd naar Antonie baron Röell (1864-1940), burgemeester van Amsterdam van 1910 tot 1915, daarna commissaris van de Koningin voor Noord-Holland. De straat is, net als de Cornelis Lelylaan, gedeeltelijk verhoogd aangelegd met ongelijkvloerse, maar ook gelijkvloerse, kruisingen. Over de Burgemeester Cramergracht en de Burgemeester Van de Pollstraat liggen een brug en een viaduct van Piet Kramer uit 1953; brug nr. 604 staat sinds 2011 op de gemeentelijke monumentenlijst. Bij de kruising met de Slotermeerlaan is er een rotonde, het Burgemeester Röellcircuit met voor het tramverkeer net als een Grand Union afslaande bewegingen in alle richtingen. Het gedeelte tussen de Slotermeerlaan en de Burgemeester Van Leeuwenlaan werd opengesteld in 1954 en de aansluiting op de Colijnstraat kwam in 1961 tot stand. Na de bouw van Brug 650 kwam er aan de zuidzijde een weg voor bestemmingsverkeer. In 1974 bij de komst van tramlijn 13 werd de hooggelegen weg opengesteld tot het Lambertus Zijlplein maar was alleen bestemd voor bestemmingsverkeer. In 1984 kwam dit gedeelte voor het doorgaande verkeer in gebruik bij de aansluiting op de Abraham Kuyperlaan. Nauwelijks 12 jaar later werd het voor het doorgaande verkeer alweer buiten gebruik gesteld en het verhoogd liggende deel tussen de Van Leeuwenlaan en het Lambertus Zijlplein is in 2000 afgegraven waarbij de viaducten zijn gesloopt. Sinds 2001 ligt hier een gelijkvloerse trambaan. In 1991 vestigde de Hersteld Apostolische Zendingkerk zich in het bankgebouw(tje) Burgemeester Röellstraat 199. Tussen de Slotermeerlaan en het Lambertus Zijlplein rijdt tramlijn 13 sinds 1974. Tussen de Jan van Galenstraat en de Slotermeerlaan rijdt lijn 13 sinds 1989 door de straat. In 2019 werd door de kunstenaar Bastardilla een muurschildering getiteld Memories geplaatst op de flat op de kruising met de Dr. H. Colijnstraat. In 2024 volgde de muurschildering Drie zeilschepen van Matthieu Pommier op een blinde gevel aan de Burgemeester Van Leeuwenlaan. Eind 2022 werd begonnen met de herinrichting van de straat waarbij de rijbanen worden versmald, de trambaan wordt rechtgetrokken met meer ruimte voor fietsers en voetgangers, groen en extra woningen. Er is een 30 kilometer zone gerealiseerd.

Tineke Guilonardbrug
Tineke Guilonardbrug

De Tineke Guilonardbrug is een vaste brug in Slotermeer in Amsterdam Nieuw-West. Ten noordoosten van de brug ligt het Gerbrandypark. De liggerbrug is gelegen in de Burgemeester Eliasstraat en overspant de Burgemeester van Tienhovengracht. De brug is aangelegd ter ontsluiting van Slotermeer-Noord. De brug komt al voor op de plattegrond uit 1939 van Cornelis van Eesteren voor het uitbreidingsplan Slotermeer. Uitvoering van dit plan werd in verband met de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog met tien jaar vertraagd. Het ontwerp stamt uit de jaren 1955/1956 toen de Dienst der Publieke Werken nog de bruggen voor de stad ontwierp. Het Piet Kramertijdperk was toen net achter de rug, maar zijn opvolgers lieten zich nog vaak door Kramers werk inspireren bij hun ontwerpen. Het ontwerp voor deze brug is toegewezen aan Dick Slebos, die meerdere bruggen voor deze wijk heeft ontworpen. De brug vertoont een hoge graad van gelijkenis met Kramers bruggen, waarvan brug 609 in de buurt ligt. Slebos nam enigszins de Amsterdamse Schoolstijl van Kramer over. Deze is hier niet in de gehele brug doorgevoerd, maar zeker te herkennen in de landhoofden van baksteen; de afwisseling van horizontaal en verticaal geplaatst metselwerk en de afwisseling tussen baksteen en graniet. Wat dat betreft lijken ook de brugpijlers van Kramers hand. Als extraatje zijn nabij de brug ook zitjes te vinden, die uitkijken over de brug en het water. De modernisering van de bouwmaterialen is voornamelijk terug te vinden in het betonnen brugdek. De smeedijzeren balustrades zijn hier eenvoudig gehouden. Het geheel wordt gedragen voor 126 betonnen heipalen. De brug was vanaf haar bouw aangeduid met een nummer 611. De gemeente Amsterdam vroeg in 2016 aan de Amsterdamse bevolking om mogelijke namen voor dergelijke bruggen. Veel inzendingen (onder andere J.C. Bloembrug) werden niet gehonoreerd, maar deze brug kreeg de naam Tineke Guilonardbrug. Het is een vernoeming naar verzetsheld Tineke Guilonard (1922-1996), lid van verzetsgroep CS-6, werd opgepakt en overleefde diverse concentratiekampen. Meerdere bruggen en straten in deze buurt werden naar verzetshelden vernoemd.