place

Mercurius (Henk Tieman)

Beeld in Amsterdam Nieuw-West
Mercurius, Tieman (2)
Mercurius, Tieman (2)

Mercurius of Hermes is een kunstwerk in Amsterdam Nieuw-West. Het is een reliëf aangebracht op het in 1956 opgeleverde gebouw Burgemeester Röellstraat 40 te Amsterdam. Het reliëf bevindt zich echter aan de gevel van de Jacobus van Looystraat. Kunstenaar Henk Tieman ontwierp hier voor kruideniersketen De Gruyter een beeltenis van God van de Handel Mercurius/Hermes te herkennen aan het gevleugelde schoeisel dat hij draagt en zijn staf. Het reliëf werd vervolgens gefabriceerd door aardewerkfabriek De Porceleyne Fles uit Delft (Tieman was van 1938 tot 1982 verbonden aan de fabriek). De naam van de ontwerper en de fabrikant zijn rechtsonder van het reliëf te lezen.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Mercurius (Henk Tieman) (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Mercurius (Henk Tieman)
Burgemeester Röellstraat, Amsterdam Nieuw-West

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: Mercurius (Henk Tieman)Lees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.3748 ° E 4.8269777777778 °
placeToon op kaart

Adres

Burgemeester Röellstraat 40
1064 BP Amsterdam, Nieuw-West
Noord-Holland, Nederland
mapOpenen op Google Maps

Mercurius, Tieman (2)
Mercurius, Tieman (2)
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Speeltoestel Van Eesteren Museum
Speeltoestel Van Eesteren Museum

Speeltoestel Van Eesteren Museum is toegepaste kunst in Amsterdam Nieuw-West. Architect Aldo van Eyck ontwierp voor Amsterdam talloze speeltoestellen die op circa 700 speelplaatsjes werden neergezet. Veelal waren het losse toestellen zoals de iglo en tunnel. Voor een enkele speelplaats maakte hij grotere installaties, zie bijvoorbeeld Aldo van Eyck aan het Bertelmanplein. De speelplaatsen werden vanaf de jaren negentig van de 20e eeuw opnieuw ingericht en ook veiliger gemaakt. De toestellen en installaties van Van Eyck verdwenen (weer) uit het straatbeeld. Een van de grotere installaties uit de Stoomgemaalstraat in Osdorp moest ook plaatsmaken voor een nieuw terrein. In samenwerking met allerlei instanties als ook crowdfunding wist het Van Eesteren Museum 6000 euro bijeen te brengen om het gevaarte van de sloop te redden. Het bestaat uit drie torens met daartussen de varianten van duikelrekken. Het werd in 2018 aan de oostzijde van het genoemde museum geplaatst en op 23 november 2018 onthuld door Touria Meliani, wethouder Erfgoed, Kunst & Cultuur van Gemeente Amsterdam. Het zou volgens het museum een aanzet zijn voor de inrichting van een beeldentuin ter plaatse. In 2020 kreeg het speeltoestel gezelschap van het kunstwerk Played rack van Maze de Boer dat mede geïnspireerd is op de speeltoestellen van Van Eyck. In 2024 werd aan een soortgelijke installatie aandacht besteed in Geheimen van het museum. In de laatste aflevering van 2024/2025 waren medewerkers van het CollectieCentrum Nederland bezig met het in elkaar zetten van een speeltoestel afkomstig uit de Inlaagstraat. Het Rijksmuseum Amsterdam heeft in haar tuinen een aantal toestellen permanent in expositie, maar kon deze vanwege de grootte daar niet kwijt.

Played rack
Played rack

Played rack is een artistiek kunstwerk in Amsterdam. De scheppend kunstenaar Maze de Boer liet zich voor dit werk inspireren door de klimrekken Iglo en Klimboog van Aldo van Eyck (Engels voor klimrek is Play rack) en de druiprekken die Jan van der Togt ontwierp voor Tomado (Engels voor afdruiprek Plate rack). De Boer combineerde deze drie structuren tot een nieuwe, waarbij de visie op het afdruiprek ondersteboven werd geplaatst. Toch blijven kinderen het klimrek zien en volwassenen meest het (af)druiprek. Het kunstwerk uit 2010 meet 550 bij 400 bij 100 centimeter en is gefabriceerd van roestvast staal. Het stond in eerste instantie in Amsterdam in een oude metaalbewerkingfabriek voor onder andere sterilisatiemachines. Maze de Boer beschouwt zichzelf als kunstenaar die kunst maakte die plaatsgebonden was dan wel kunst die een reactie was op de plaats. Tegelijkertijd wil hij dat een opgeleverd kunstwerk op willekeurig welke plaats dan ook neergezet kan worden. Het Parool omschreef het rek in 2022 als zijnde op zoek naar het behoudt van de essentie van een object terwijl De Boer het ontwerp steeds verder figuurlijk uitkleedt. Na die eerste plaats verhuisde de constructie regelmatig en stond bijvoorbeeld tijdelijk in een park en ook voor het Cobra Museum voor Moderne Kunst Amstelveen. Het werd in de zomer van 2019 geplaatst aan de Amstelveenseweg tussen het voormalige Burgerweeshuis en kantoorcomplex Tripolis, beide ontworpen door Aldo van Eyck, de eerste in het begin, de tweede aan het eind van zijn architectenloopbaan. Het kwam "te liggen" nabij het toen net geplaatste metershoge werk Spiegel van de hemel van André Volten. Sinds de (voor)zomer van 2020 is het opgesteld op de terreinen rondom het Van Eesteren Museum (waarvan de coördinaten); het is daar geplaatst naast zijn voorbeeld: een klimrek van Aldo van Eyck.

Tineke Guilonardbrug
Tineke Guilonardbrug

De Tineke Guilonardbrug is een vaste brug in Slotermeer in Amsterdam Nieuw-West. Ten noordoosten van de brug ligt het Gerbrandypark. De liggerbrug is gelegen in de Burgemeester Eliasstraat en overspant de Burgemeester van Tienhovengracht. De brug is aangelegd ter ontsluiting van Slotermeer-Noord. De brug komt al voor op de plattegrond uit 1939 van Cornelis van Eesteren voor het uitbreidingsplan Slotermeer. Uitvoering van dit plan werd in verband met de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog met tien jaar vertraagd. Het ontwerp stamt uit de jaren 1955/1956 toen de Dienst der Publieke Werken nog de bruggen voor de stad ontwierp. Het Piet Kramertijdperk was toen net achter de rug, maar zijn opvolgers lieten zich nog vaak door Kramers werk inspireren bij hun ontwerpen. Het ontwerp voor deze brug is toegewezen aan Dick Slebos, die meerdere bruggen voor deze wijk heeft ontworpen. De brug vertoont een hoge graad van gelijkenis met Kramers bruggen, waarvan brug 609 in de buurt ligt. Slebos nam enigszins de Amsterdamse Schoolstijl van Kramer over. Deze is hier niet in de gehele brug doorgevoerd, maar zeker te herkennen in de landhoofden van baksteen; de afwisseling van horizontaal en verticaal geplaatst metselwerk en de afwisseling tussen baksteen en graniet. Wat dat betreft lijken ook de brugpijlers van Kramers hand. Als extraatje zijn nabij de brug ook zitjes te vinden, die uitkijken over de brug en het water. De modernisering van de bouwmaterialen is voornamelijk terug te vinden in het betonnen brugdek. De smeedijzeren balustrades zijn hier eenvoudig gehouden. Het geheel wordt gedragen voor 126 betonnen heipalen. De brug was vanaf haar bouw aangeduid met een nummer 611. De gemeente Amsterdam vroeg in 2016 aan de Amsterdamse bevolking om mogelijke namen voor dergelijke bruggen. Veel inzendingen (onder andere J.C. Bloembrug) werden niet gehonoreerd, maar deze brug kreeg de naam Tineke Guilonardbrug. Het is een vernoeming naar verzetsheld Tineke Guilonard (1922-1996), lid van verzetsgroep CS-6, werd opgepakt en overleefde diverse concentratiekampen. Meerdere bruggen en straten in deze buurt werden naar verzetshelden vernoemd.

De kleine kameleon
De kleine kameleon

De kleine kameleon is een kunstwerk in Amsterdam Nieuw-West. Het is eigenlijk een verzameling kunstwerken uit 2008 en 2009, die door de Koerdische kunstenaar Hoshyar Rasheed werd vervaardigd ter gelegenheid vande afronding van een opknapbeurt van het Gerbrandypark. Het Stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer had er om gevraagd. De groep kunstvoorwerpen staat rondom het pierenbad, dat ontworpen is door Aldo van Eyck waarin zijn karakteristieke schijven in het water te zien zijn. Naast dit pierenbad zelf is voor wat betreft grootte de toegangspoort het meest in het oog springend. Om het gedeelte van het park waarin het pierenbad ligt te betreden heeft Rasheed een kameleonkop als toegangspoort gemaakt. Die toegang begint al op het nabijgelegen voetpad. Daarin is een lange tong van keramische tegeltjes gelegd die de kinderen als het ware naar het pierenbad lokt. Dat tegelpad/Die tong loopt door tot in de kop van het reptiel, dat van polyester is gemaakt. Kleine kinderen kunnen "via de mond" zonder enig obstakel het pierenbad bereiken. Grotere kinderen en volwassen moeten bukken, een buiging voor het kind zijn, aldus de kunstenaar. De mond van de kameleon is daarbij ook betegeld. Andere objecten binnen het kunstwerk zijn plastieken die verspreid staan op het tegelveld rondom het badje. Deze in felle kleuren uitgevoerde objecten kunnen tevens dienen tot zitje. In het kunstwerk was ook nog een fontein opgenomen in dezelfde stijl; deze moest het al snel afleggen tegen vandalisme. Verder is er nog een betegelde kunstzuil te zien en een zitbank, die laatste wederom in dezelfde kleuren als de plastieken. Ten slotte is er nog een tegelpad aangelegd, de tegel dragen ontwerpen van kinderen uit de buurt. Alle tegeltjes op het terrein dragen tekeningen van leerlingen van de in de buurt staande scholen. Alle objecten kregen in de loop der jaren met vandalisme en vernieling te maken. Een deel is gefinancierd door het Amsterdamse Fonds voor de Kunsten.

Ferdinand Bordewijkbrug
Ferdinand Bordewijkbrug

De Ferdinand Bordewijkbrug (brug 616) is een vaste brug in de wijk Slotermeer in het stadsdeel Amsterdam Nieuw-West. De brug over een duiker vormt de verbinding tussen de Louis Couperusstraat en de Henriëtte Roland Holststraat. Aan de westzijde staat het gebouw en gemeentelijk monument Louis Couperusstraat 133, Amsterdam. De brug en gracht maakten nog geen deel uit van het ontwerp dat Cornelis van Eesteren in 1939 voor de woonwijk maakte; hij had hier geen water ingetekend, maar een groenstrook. De brug dateert van 1954/1955 toen de woonwijk ten noorden van de Sloterplas verrees. Het uiterlijk van deze brug doet enigszins aan de Amsterdamse Schoolstijl denken. De walkanten en landhoofden zijn uitgevoerd in baksteen en de brug heeft hier een dito overspanning met ontspanningsboog. De brug heeft aan de zijkanten boven de uiteinden van de duiker een natuurstenen rand met natuurstenen balusters, waarin een metalen balustrade hangt. De brug, die veel overeenkomsten vertoont met de Dirk de Waterduikerbrug, is ontworpen door Dick Slebos van de Dienst der Publieke Werken. Het vele baksteen lijkt daarbij wel van de hand te zijn van Piet Kramer, die in 1952 bij de dienst vertrok. Van zijn directe opvolgers, waaronder Slebos, is bekend, dat zij zich soms door Kramers werk lieten inspireren. De brug werd samen aanbesteed met brug 614 en de Dirk de Waterduikerbrug. De brug ging vanaf haar oplevering naamloos door het leven als brug 616. De gemeente Amsterdam vroeg in 2016 aan de Amsterdamse bevolking om mogelijke namen voor dergelijke bruggen. Een voorstel deze brug te vernoemen naar schrijver Ferdinand Bordewijk werd in maart 2018 goedgekeurd en opgenomen in de Basisadministratie Basisregistraties adressen en gebouwen. De straten die de brug met elkaar verbindt zijn eveneens vernoemd naar schrijvers (Henriëtte Roland Holst en Louis Couperus).

Burgemeester Van Tienhovengracht

De Burgemeester Van Tienhovengracht in Amsterdam Nieuw-West werd aangelegd in de jaren vijftig als onderdeel van de Westelijke Tuinsteden. De gracht ligt in Slotermeer en is het verlengde van de Erasmusgracht. De gracht eindigt in een zwaaikom bij het Plein '40-'45. De gracht kreeg zijn naam in 1952 en werd genoemd naar Gijsbert van Tienhoven (1841-1914), burgemeester van Amsterdam van 1880 tot 1891. De gracht is de enige in de Westelijke Tuinsteden die geheel op stadspeil (NAP -0,40 m) ligt. De later gegraven grachten zijn gelegd op het lager gelegen polderpeil (NAP -2,10 m) Evenwijdig aan de Burgemeester Van Tienhovengracht ligt het Gerbrandypark. Over de gracht ligt in de Burgemeester Fockstraat een brug (brug 609) van Piet Kramer uit 1953. Ook de Burgemeester Eliasstraat heeft een brug (Tineke Guilonardbrug, brug 611) over deze gracht. In het uit 1935 daterende Algemeen Uitbreidingsplan zou het kanaal in westelijke richting verlengd worden naar Geuzenveld, onder de Slotermeerlaan door, zodat een rechtstreekse verbinding zou ontstaan tussen Slotermeer, Geuzenveld en Osdorp. Deze verbinding is echter nooit gerealiseerd, omdat de wateren ten westen en ten zuiden van de Burgemeester Van Tienhovengracht op het lagere polderpeil werden aangelegd. Aan het einde van de gracht staat sinds 1962 het Tuinstadhuis (voorheen hoofdkantoor van de NVV). Sinds de instelling van de stadsdelen in 1990 lag de gracht in Geuzenveld-Slotermeer, sinds 2010 in Nieuw-West.