place

De Laurierboom (café)

Café in AmsterdamSchaken in Amsterdam
Laurierstraat 74 76 Amsterdam
Laurierstraat 74 76 Amsterdam

De Laurierboom is een café in Amsterdam, gevestigd in de wijk Jordaan aan de Laurierstraat 76, op de hoek met de Eerste Laurierdwarsstraat. Het café geniet vooral bekendheid als schaakcafé, maar er worden ook andere spellen gespeeld zoals poker, klaverjassen, toepen en backgammon.

Fragment uit het Wikipedia-artikel De Laurierboom (café) (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

De Laurierboom (café)
Rozenstraat, Amsterdam Centrum

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: De Laurierboom (café)Lees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.372771619444 ° E 4.8807783388889 °
placeToon op kaart

Adres

Rozenstraat 84-1
1016 NX Amsterdam, Centrum
Noord-Holland, Nederland
mapOpenen op Google Maps

Laurierstraat 74 76 Amsterdam
Laurierstraat 74 76 Amsterdam
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Lauriergracht 37
Lauriergracht 37

Lauriergracht 37 is een gebouw aan de Lauriergracht in Amsterdam-Centrum. De gracht met omliggende bebouwing dateert uit het begin van de 17e eeuw, wanneer Amsterdam bezig is met zijn Derde Uitleg. De oorspronkelijke bebouwing zou in de eeuwen daarna deels verdwijnen en vervangen worden door nieuwbouw. Het adres kreeg in de 19e eeuw enige bekendheid toen Eduard Douwes Dekker onder zijn pseudoniem Multatuli het gebouw in Max Havelaar (eerste hoofdstuk, regel 1) noemde als adres van de vestiging van de makelaar in koffie Batavus Droogstoppel: Ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht no. 37 In de periode van schrijven in 1859 stonden op de hoek vier grachtenpanden, zoals die wel vaker aan deze gracht aangetroffen werden. De huisjes hadden alle verschillende geveltjes, breedtes en hoogtes. Maar de huisnummers bestonden nog niet; de adressen werden toen aangeduid als FF 271-274. Wanneer Amsterdam de buurtnummers vervangt door huisnummers krijgen ze de adressen 31-37. De reeks begon aan de Konijnenstraat en eindigde op gebouw nummer 39 van een Lutherse stichting. In 1890 kochten de "Arme Zusters van Het Goddelijk Kind" de gebouwen aan. Ze was onderdeel van "Zusters van de Voorzienigheid", die zorgden voor opvang van jeugdige vrouwelijke wezen en halfwezen. De gebouwtjes werden nog (deels) vastgelegd door fotograaf George Hendrik Breitner (jaren 1890) en tekenaar Herman Misset (1909). De gehele reeks tussen 31 en 37 werd in de periode 1928/1929 op verzoek van de toenmalige eigenaar "Stichting Sint Hieronymus Aemillianus" gesloopt om plaats te maken voor een meisjespensionaat: Oprichten van één perceel op het na slooping van bovengenoemde perceelen vrijgekomen terrein, met bestemming daarvan tot meisjespensionaat. Onder ontwerp van architect Jan Kuijt werd inderdaad een pensionaat annex kloosterschool neergezet, dat sterk afwijkt van de overige gebouwen in de omgeving. Het kent aan de kade een vrije platte en hoge gevel, en lijkt van geringe diepte. De raamrijen en –assen vormen een strak rooster in de voorgevel, slechts onderbroken door de toegang. In 1991 verkocht De Voorzienigheid het complex en het werd omgebouwd tot appartementencomplex. Naast de toegangsdeur evenwel werd ter herinnering aan de literaire geschiedenis een plaquette geplaatst. Over de Lauriergracht ligt bij huisnummers 69 en 71 de Batavus Droogstoppelbrug.

Lauriergracht 4-6
Lauriergracht 4-6

Lauriergracht 4-6 te Amsterdam is een gebouw aan de Lauriergracht in Amsterdam-Centrum. De gracht met omliggende bebouwing dateert uit het begin van de 17e eeuw, wanneer Amsterdam bezig is met haar Derde Uitleg. De oorspronkelijke bebouwing zou in de eeuwen daarna deels verdwijnen en vervangen worden door nieuwbouw. Voor deze plaats, vlak bij de Prinsengracht moesten drie gebouwen met adressen FF nrs. 252, 253 en 254 plaatsmaken voor een “openbare tusschenschool met lokaal voor de gymnastiek en woning voor den hoofdonderwijzer”. Het ontwerp van de school was afkomstig van de Dienst der Publieke Werken waarbij de bouwtekeningen te verkrijgen waren bij stadsarchitect Bastiaan de Greef. De aanbesteding werd in januari 1874 uitgeschreven door burgemeester Cornelis Jacob Arnold den Tex. Het was de tiende tussenschool; het kreeg daarom de letter K toebedeeld; het was een school niet bedoeld voor de allerarmsten of allerrijksten. Voorts werd bij de oplevering begin 1875 bepaald dat er geen verhuizing mocht plaatsvinden van leerlingen van andere tussenscholen naar deze, het zou leegloop van die scholen tot gevolg kunnen hebben. Al snel volgde de elfde tussenschool op de Weteringschans (L). Aan de gracht kwam de woning van het hoofd der school met een centraal geplaatste deur met op de begane grond twee woonkamers en een keuken; een trap naar de eerste verdieping leidde naar nog twee woonkamers en een kabinet. De woning kreeg twee bouwlagen onder een kap, maar het risalerende middenddeel (met toegang) wordt afgesloten met een topgevel, die dwars op die kap staat. Links en rechts van de woning waren poorten gemaakt waardoor leerlingen (jongens en meisjes gescheiden) via een speelplaats toegang konden krijgen tot de schoolgebouwen, waarbij het gymnastieklokaal tegen de achterliggende gebouwen aan de Laurierstraat werd gezet. Onder de speelplaats lag de riolering voor de toiletten die aan de speelplaats waren gebouwd. PW had een gebouw ontworpen in neorenaissancestijl waarbij de afwisseling baksteen met natuurstenen speklagen opvalt. Het gebouw zou tot ongeveer 1960 een onderwijsaangelegenheid blijven, onder andere een avondschool voor elektriciens. In dat jaar stelde de gemeente Amsterdam 26.000 gulden beschikbaar voor de herontwikkeling van het dan “voormalig schoolgebouw". De lokalen konden omgebouwd worden atelierruimten; er mocht niet gewoond worden. Het werd daarmee vermoedelijk de eerste broedplaats in Amsterdam. Aat Veldhoen zou er enige tijd werken. Op 16 januari 2007 werd het gebouwencomplex tot gemeentelijk monument verklaard. Ook in 2023 is het schoolgebouw nog in gebruik als ateliers en ambachtsplekken (broedplaats); een verkoop van het gebouw in 2022 kon middels een facebookactie voorkomen worden.

Lauriergracht 15-17
Lauriergracht 15-17

Lauriergracht 15-17 te Amsterdam is een gebouw aan de Lauriergracht in Amsterdam-Centrum. De gracht met omliggende bebouwing dateert uit het begin van de 17e eeuw, wanneer Amsterdam bezig is met haar Derde Uitleg. De oorspronkelijk bebouwing wordt deels in de navolgende eeuwen gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Die nieuwbouw haalde soms ook de 21e eeuw niet en dat geldt zeker voor Lauriergracht 15-17. Hier kwam in 1935 een fotograaf langs om foto’s te maken voor monumentenzorg. Op de foto’s staan twee nauwelijks op elkaar gelijkende gebouwen, waarvan nummer 17 scheuren in de gevel vertoont. Wanneer voor diezelfde monumentenzorg in 1936 opnieuw een fotograaf langskomt zijn beide gebouwen verdwenen en ze zijn vervangen door een nieuw gebouw, dat enigszins doet denken aan de bouwstijl Amsterdamse School. De NV Algemene Handelsmaatschappij Krupp Staal voorheen Robert Zapp had een nieuw gebouw laten bouwen ontworpen door het architectenduo Dirk Heineke (1878-1947) en Evert Johannes Kuipers (1877-1943), die dus niet lang van hun schepping konden genieten. De architecten ontwierpen de hoekgebouwen van de Vrijheidslaan aan de zijde van de Berlagebrug en aan het Cornelis Troostplein. Het door hun ontworpen gebouw wijkt sterk af van de aanpalende gebouwen, toch vooral Amsterdamse grachtenpanden zoals nummer 19 met klokgevel en opslagzolder. Op een natuurstenen plint kwamen twee verdiepingen in baksteen afgesloten door een kap. Opvallend zijn het wisselende metselverband tussen de eerste en tweede ramenrij, de versieringen van de hijsbalken, het glas-in-lood bij de toegangsdeur en de typografie van de huisnummers. Krupp/Zapp liet haar naam rond 1951 wijzigen in Edelstaalmaatschappij. Dat bedrijf was allang verdwenen toen het gebouw nop 13 maart 2007 tot gemeentelijk monument werd verklaard. Het gebouw wordt ontsierd door een Crawford-roldeur.

Caetsbaanbrug
Caetsbaanbrug

De Caetsbaanbrug (brug 112) is een vaste brug in Amsterdam-Centrum. Ze is gelegen in de zuidwestelijke kade van de Prinsengracht en is gelegen in de Lauriergracht. Het is naast de brug 110 en brug 111 een van de drie bruggen over die gracht. Er ligt hier al eeuwen een brug. Balthasar Florisz. van Berckenrode tekende de brug al in op zijn plattegrond uit 1625; ze lag toen in de Prince Graft over de Laurier Graft. De moderne geschiedenis begint al in 1704. Toen werd er een brug met drie bogen en doorvaarten gebouwd, zoals die ook elders in de kade van de Prinsengracht te vinden waren over de Looiersgracht (Looierssluis (brug 103)) en Elandsgracht (verdwenen brug 104). De brug is rond 1789 vastgelegd door Nicolaas Baur, waarbij een van de twee kleine bogen al diende tot opslagplaats. Er zullen ongetwijfeld de nodige reparaties aan de brug hebben plaatsgevonden, maar in 1891 is door Jacob Olie een foto geschoten van deze brug, toen zij nog drie bogen had. De huidige brug dateert van 1893; er was een jaar eerder een aanbesteding voor 36 ton balkijzer, 11 ton buckelplaten en 0,5 ton u-ijzer en 1 ton hoekijzer voor de vernieuwing van de Berensluis (brug 65,Prinsengracht, Berenstraat) en deze brug. In mei 1893 was alle boven de waterlijn gesloopt en kon de aannemer beginnen met de bouw van landhoofden en nieuwe brug. De brug kwam daarna alleen nog in het nieuws vanwege een verzakking van het wegdek in een van de taluds (1925). Daarna is vermoedelijk eigenlijk alleen het wegdek nog vernieuwd. Volgens de Stadsatlas Amsterdam uit 2006, lag hier voordat de Lauriergracht gegraven werd het Kaatsbaanpad (of Caetsbaanpad).

Rosa Overbeekbrug
Rosa Overbeekbrug

De Rosa Overbeekbrug (brug nr. 121) is een brug over de Bloemgracht in de Jordaan in Amsterdam. De brug verbindt de Eerste Bloemdwarsstraat met de Tweede Leliedwarsstraat. Er ligt hier al eeuwen een brug. Zowel Balthasar Florisz. van Berckenrode als Joan Blaeu tekende in hun plattegronden van 1625 en 1649 een brug in. Die laatste kon daadwerkelijk weten dat de brug er was, die lag namelijk voor de deur van het atelier waar de atlassen van hem en vader Willem Blaeu werden gemaakt, voordat het atelier verhuisde naar de volgende kruising van de Bloemgracht. De huidige brug dateert uit 1883 toen het verkeer hier voor enige tijd gestremd was in verband met het vernieuwen van de brug. De brug kreeg daarbij de “oude” hoogte mee, oorzaak van diverse ongelukken met dalende voertuigen op de helling die doorschoten. De brug is in later tijden diverse keren gerepareerd, zelfs tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar heeft haar uiterlijk altijd behouden. Opvallend aan de brug zijn de balusters midden op de brug, die de vorm hebben van afgeknotte lantaarns. Een andere bijzonderheid zijn de steunen die aangebracht zijn bij de hechting brugdek en landhoofd. De brug is in 2002 vernoemd naar Rosa Overbeek, het vriendinnetje van Kees de jongen (naar wie de volgende brug over de Bloemgracht genoemd is). Het verhaal speelt zich in deze buurt af en het huis van Theo Thijssen - tegenwoordig het Theo Thijssenmuseum - bevindt zich eveneens in de buurt.