place

De Vogelstruijs

Bouwwerk in HaarlemRijksmonument in HaarlemVoormalige Nederlandse brouwerij
Haarlem Donkere Spaarne 50
Haarlem Donkere Spaarne 50

De Vogelstruijs of De Vogelstruys was een Haarlemse brouwerij aan het Donkere Spaarne in Haarlem. De brouwerij behoorde in de eerste helft van de 17e eeuw tot de belangrijkste brouwerijen van de stad en was eigendom van de brouwer, regent en burgemeester Pieter Jacobsz Olycan (1572–1658). Olycan maakte deel uit van een vooraanstaande Haarlemse brouwers- en regentenfamilie. en bezat tevens de brouwerij Het Hoefijzer. Via familiebanden was hij verbonden met verschillende andere Haarlemse brouwersgeslachten. Vanuit De Vogelstruys werd bier verhandeld via een bierstekerij aan de Bierkade in Purmerend, die eveneens de naam De Vogelstruys droeg. De brouwerij was gevestigd aan het Donkere Spaarne naast brouwerij De Vos, die was gevestigd in de panden Donkere Spaarne 54 en 56. Het voormalige brouwerijpand op nummer 50 is bewaard gebleven en heeft de status van rijksmonument. De gevel dateert van omstreeks 1610 en is uitgevoerd als een trapgevel van het Haarlemse type, met bakstenen gevelvlakken, natuurstenen blokken in de bogen en gevelranden. De oorspronkelijke topgevel werd in de eerste helft van de 17e eeuw vervangen door een gemetselde boogvorm.

Fragment uit het Wikipedia-artikel De Vogelstruijs (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

De Vogelstruijs
Donkere Spaarne, Haarlem

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: De VogelstruijsLees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.380644444444 ° E 4.6419055555556 °
placeToon op kaart

Adres

Donkere Spaarne 50
2011 JH Haarlem (Haarlem)
Noord-Holland, Nederland
mapOpenen op Google Maps

Haarlem Donkere Spaarne 50
Haarlem Donkere Spaarne 50
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Teylers Hofje
Teylers Hofje

Teylers Hofje is een van de twintig hofjes die Haarlem kent. Het Teylers Hofje is te vinden aan de Koudenhorn 64a, aan het Spaarne aan de rand het centrum van Haarlem. De achteringang (niet open voor publiek) is gelegen aan de Teylershofjestraat. Het Teylers Hofje is van 1787 en is gesticht uit de nalatenschap van Pieter Teyler van der Hulst net als het op steenworp afstand gelegen Teylers Museum aan het Spaarne. Naast het museum ligt het Teylers Fundatiehuis in de Damstraat 21. Pieter Teyler van der Hulst vestigde al een hofje in 1752, na de dood van zijn vrouw. Hij vestigde dit hofje op het terrein van het huidige Vrouwe- en Antonie Gasthuys. In zijn testament bepaalde hij dat er een nieuw hofje gebouwd moest worden aan het Spaarne. In 1787 werd het Teylershofje verplaatst naar de Koudenhorn. Pieter Teyler bestemde zijn hof voor eerzame dames van boven de 70. Thans wonen er ook alleen vrouwen, maar die zijn algemeen wel wat jonger. Het hofje telt 24 huisjes gelegen rond een binnentuin. Deze huisjes hebben de status rijksmonument en zijn ingeschreven onder nummer 19507 in het monumentenregister. In het hoofd- of voorgebouw is een beheerderswoning en een regentenkamer te vinden. Op de binnenplaats bevindt zich een hardstenen pomp. Het ontwerp is van architect Leendert Viervant die ook het ontwerp van de Ovale Zaal in het Teylers Museum heeft gemaakt. Het hofje heeft aan de kant van de Koudenhorn een neoclassicistische façade, de entree wordt geflankeerd door dorische zuilen. Eind 2020 is het Teylers Hofje aangekocht door Vereniging Hendrick de Keyser met steun van de BankGiro Loterij. Het hofje is overdag vrij toegankelijk, alleen niet op zondag.

Waag (Haarlem)
Waag (Haarlem)

De Waag in Haarlem ligt op een markante plek in de stad, op de hoek van het Spaarne met de Damstraat. Het gebouw werd tussen 1594 en 1598 naar ontwerp en onder leiding van de toenmalige Haarlemse stadsarchitect Lieven de Key in renaissancestijl gebouwd. Bouwtypologisch gezien gaat het hierbij om het oudste monofunctionele waaggebouw in Holland. De ligging aan het Spaarne was gunstig in verband met aan- en afvoer van de te wegen goederen. Het gebouw staat weliswaar op een relatief klein, onregelmatig grondstuk, maar maakt desalniettemin een harmonieuze indruk, doordat beide gevels aan de straatkant identiek zijn vormgegeven en uit het destijds kostbare en duurzame natuursteen, arduin, afkomstig uit Namen, waren opgetrokken. Bovendien waren beide façaden plastisch versierd en telde het bouwwerk drie bouwlagen, waardoor het met zijn steile schilddak toentertijd ten opzichte van de omringende bebouwing duidelijk in het oog sprong. Binnen de typologie van het waaggebouw hoort de Haarlemse waag tot het type 'toren' en kan als zodanig als prototype hiervan gelden. Tegelijkertijd is deze als oudste exemplaar van het monofunctionele bouwtype 'waag' in Holland op te vatten. Aangezien het bij dit torentype onmiskenbaar in eerste instantie erom ging een baken in het stadsbeeld te vormen, waarbij de functie als waag op de achtergrond werd gedrongen, kreeg deze bouwvorm geen verdere navolging, behalve in het geval van de Waag in Makkum. Tegenover de waag stond direct aan de kademuur een kraan en een wiphout om de goederen, die over het Spaarne werden vervoerd, in en uit te laden. In beide poortopeningen van de waag zelf bevond zich een balkweegschaal om deze te wegen. De tekening van Romeyn de Hooghe (1690) en het schilderij van Gerrit Adriaenszoon Berckheyde (1638–1698) geven hiervan een goed beeld. Het laatstgenoemde stadsgezicht geldt tevens als een van de fraaiste van Holland. De waag speelt ook architectuurhistorisch gezien een interessante rol. Wetenschappelijke experts waren het namelijk gedurende honderd jaar oneens of het ontwerp wel van de toenmalige stadbouwmeester Lieven de Key stamde, destijds verantwoordelijk voor de architectonische planning in Haarlem, of dat het ontwerp van twee schilders afkomstig was, die ooit voor de vervaardiging van een aantal ontwerptekeningen werden betaald. Onderzoek van Karl Kiem met betrekking tot de Haarlemse waag leverde in 1996 echter het eenduidige bewijs, dat de uitgevoerde façade baseerde op een verandering van het oorspronkelijke ontwerp. Daarmee werd aangetoond, dat het werk van de beide schilders zich duidelijk tot het kopiëren van architectuurtekeningen had beperkt en dat Lieven de Key zonder enige twijfel als architect van de Waag van Haarlem mag gelden. Sinds de reconstructie 1988 van de balustrade, die begin 19de eeuw verwijderd werd, heeft de waag grotendeels weer haar oorspronkelijke verschijningsvorm aangenomen. De Haarlemse waag vervulde haar oorspronkelijke functie tot 1915. Vervolgens werden er gemeentelijke brandspuiten opgeslagen. Sinds 1821 was op de bovenverdieping de kunstenaarsvereniging KZOD 'Kunst zij ons doel' gevestigd. In de jaren zestig vormde het gebouw het onderkomen voor de troubadours en de folkclub van Cobi Schreijer. Grootheden als Pete Seeger, Joan Baez en Simon en Garfunkel traden er op, alsook Boudewijn de Groot en Elly en Rikkert. Tegenwoordig is er in het pand een bar/café gevestigd.

Begijnebrug (Haarlem)
Begijnebrug (Haarlem)

De Begijnebrug, oorspronkelijk de Kwakelbrug geheten, is een vaste brug in de Noord-Hollandse stad Haarlem. De brug overspant de Bakenessergracht en is gelegen in de buurt de Bakenes in de wijk Oude Stad. De brug ligt halverwege de gracht en ligt in het verlengde van van de Korte Begijnestraat. Aan de oostelijke zijde van de brug ligt er geen straat direct in het verlengde van de brug. De dischtbijzijnde in oostelijke richting lopende straat is de iets zuidelijker gelegen Vrouwestraat, die naar de Bakenesserkerk leidt. De brug is de middelste overspanning van de drie overspanningen van de Bakenessergracht. De andere twee overspanningen zijn: de noordelijk gelegen Korte Jansbrug en de zuidelijk gelegen Wildemansbrug. De oorspronkelijke benaming Kwakelbrug zou te herleiden zijn naar de Haarlemse familie Quakel, naar wie ook de Quakelslaan, thans de Baljuwslaan is genoemd. In de 17e eeuw kwam ook de Quakelspoort dichtbij het woonhuis De Bloempot, het huis van Philips Wouwerman (Bakenessergracht 55) uit op de gracht. De naam Quakelbrug komt als voor in verpondingen uit ca. 1475 en 1543. Het zou daardoor heel goed kunnen dat er ooit sprake is geweest van een kwakel. De naam Begijnebrug is per raadsbesluit van 12 juli 1905 officieel vastgelegd. Mogelijk was de naam voor de vastlegging in dit besluit al reeds in gebruik als benaming van deze brug. De benaming van deze brug is te herleiden naar de Begijnen die in het plaatselijke Begijnhof woonden. Ook de de Korte- en de Lange Begijnestraat zijn qua naam van dezelfde oorsprong. De Begijnebrug is omstreeks 1962 net zoals de andere bruggen over de gracht in de jaren 60 in zijn geheel vervangen.