place

RAI Amsterdam

Bouwwerk in Amsterdam-ZuidCongrescentrum in NederlandEvenementenhal in Nederland
Overzicht gedeelte voorgevel Amsterdam 20357000 RCE
Overzicht gedeelte voorgevel Amsterdam 20357000 RCE

RAI Amsterdam (Rijwiel- en Automobiel-Industrie) is een evenementen-, congres- en beurscomplex in Amsterdam-Zuid.

Fragment uit het Wikipedia-artikel RAI Amsterdam (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

RAI Amsterdam
Europaplein, Amsterdam Zuid

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: RAI AmsterdamLees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.342222222222 ° E 4.8883333333333 °
placeToon op kaart

Adres

Europaplein
1078 GZ Amsterdam, Zuid
Noord-Holland, Nederland
mapOpenen op Google Maps

Overzicht gedeelte voorgevel Amsterdam 20357000 RCE
Overzicht gedeelte voorgevel Amsterdam 20357000 RCE
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Kogelbron (RAI Amsterdam)
Kogelbron (RAI Amsterdam)

De Kogelbron is een kunstwerk in Amsterdam-Zuid. Het werk is een schepping van de Duitse kunstenaar Christian Tobin. Christian Tobin, die toen nog Christian Mayer heette, schiep dit soort stenen (Duits: Kugelbrunnen; Engels: Floating spheres) vanaf 1983. De eerste, getiteld Oblio, ligt in München. Daarna was er een te zien tijdens het kunstproject Phänomena dat in 1984 gehouden werd in Zürich. Even later was een soortgelijke steen te zien in Het Park in Rotterdam in de tentoonstelling Het Fenomeen. De gemeente Amsterdam bestelde vervolgens deze steen, die vermoedelijk in 1993 werd geplaatst op de binnenterreinen van RAI Amsterdam aan het Europaplein. De Kogelbron bestaat uit vier onderdelen. Het onderste (1) is een waterbassin. Daarop ligt een bewerkte steen (2) met daarin een uitsparing van een leiding naar de fontein (3) en een komvormige uitsparing. In die kom ligt een rood granieten bolvormige steen (4). Door de fontein met de juiste waterkracht te laten spuiten (in Zwitserland geldt een druk van 0,3 bar bij 5 liter water per seconde) blijft de ronde steen als het ware op de fontein drijven. Met de hand kan vervolgens de steen aan het draaien gebracht worden. Op de bewerkte steen bij de RAI is een subtitel uitgebeiteld: Tauf Stein (doopsteen). Amsterdam heeft een tweede Kogelbron in het Oostenburgerpark. Volgens opgave van de kunstenaar zijn er ook kogelbronnen in (Aken) Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Finland, Japan en Verenigde Staten.

Zuiderpark (Amsterdam)
Zuiderpark (Amsterdam)

Het Zuiderpark is een voormalig park in Amsterdam-Zuid. Amsterdam kent in de 21e eeuw nog steeds een Westerpark, Noorderpark en Oosterpark. De parken kwamen steeds in de jaren van stadsuitbreidingen. Datzelfde gold voor het Zuiderpark. Het verschijnt als zodanig voor het eerst op de stadskaarten van rond 1936, wanneer de stadsbebouwing eindigt bij het Scheldeplein/Westerscheldeplein en de naar het westen lopende Wielingenstraat. Ten zuiden daarvan begint een uitgestrekt agrarisch gebied. Op die voormalige landbouw- en veeteeltgronden werd een driehoekig park aangelegd met een centraal gelegen vijver en zandbak, afgeschermd door een pergola. Zij werd begrensd door de rechthoek van Wielingenstraat (noord) en het zuidelijk deel van de Haringvlietstraat (west). De oostkant werd diagonaal geplaatst vanaf Scheldeplein zuidwestwaarts tot ongeveer waar de Rijksweg 10 de Boerenwetering oversteekt. Aan de andere zijde van de Boerenwetering werd eveneens een park geprojecteerd, het Diepenbrockpark, dat in 1938 de naam Beatrixpark kreeg. De naam Zuiderpark verdween langzaam, het werd gezien als onderdeel van het Beatrixpark. Eind jaren vijftig verdween het park onder het bouwterrein voor RAI Amsterdam. In het landschap is er niets meer van terug te vinden, net zoals de weg die langs de diagonaal liep en de zuidelijke helft van de Haringvlietstraat. Alles verdween ten faveure van het evenementengebouw. Een overblijfsel van het park is het beeld De lente van Fred Carasso in opdracht van Gemeente Amsterdam speciaal voor het park gemaakt.

Feestelijke beeldenreeks
Feestelijke beeldenreeks

De Feestelijke beeldenreeks is een kunstwerk in Amsterdam-Zuid. De zes beelden zijn ontworpen door de Belgische kunstenaar Guillaume Bijl op verzoek van Zuidas Amsterdam; de kunstenaar liet de uitvoering over zijn atelierassistenten. Het kunstwerk is bedoeld om de lange grijze voorgevel van de RAI Amsterdam een kleuriger voorportaal te geven. De beelden lijken zo weggelopen uit een stripverhaal of lijken de realiteit weer te geven. Ze zijn van beschilderd aluminium en 4,5 tot 7,5 meter hoog. Die hoogte krijgt nog echte nadruk door de beelden op hoge sokkels te plaatsen. De gezichtsuitdrukking van de personen lijken zich daarbij aan te passen aan de stemming van de kijker. Op verschillende momenten lijken de lachende gezichten zich naar het droeve te bewegen en andersom. De figuren staan over de volle lengte van de gevel aan het Europaplein. De beelden zijn twee aan twee opgesteld als een soort poortwachters van het voorterrein van de RAI. Er staan twee illusionisten, twee theaterpoppen en twee meisjes op de schouders van steltlopers. De Kunstwacht Amsterdam (beheerder van kunst in de openbare ruimte in Amsterdam) voegde nog toe dat Bijl een portret lijkt te hebben gemaakt van reuzen uit de plaatselijke feestoptochten, met name aan de Vlaamse kust. Door deze figuren in een stedelijke omgeving in Nederland te plaatsen zou vervreemding optreden. De betonnen sokkels op zich staan op een lange terreinafscheiding in een combinatie van baksteen en natuursteen. Het uiterlijk van die afscheiding in gemodelleerd naar de Amsterdamse Schoolstijl, een bouwstijl die veel werd toegepast in Amsterdam-Zuid. Die terreinafscheiding buigt mee met het voorterrein tot in de Wielingenstraat naar de Brug 422, ontworpen door Piet Kramer in de Amsterdamse Schoolstijl. Kramer zelf liet een flink aantal van door hem ontworpen bruggen opfleuren met beelden of andere versierselen.

Mars naar de Vrijheid (Amsterdam)
Mars naar de Vrijheid (Amsterdam)

De Mars naar de Vrijheid was een protestmars voor Surinaamse onafhankelijkheid op 11 december 1971 in Amsterdam, Nederland. Vier dagen later vond voor hetzelfde doel ook een Mars naar de Vrijheid plaats in Paramaribo, Suriname. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden werd door de demonstranten verworpen. Hierin was zeventien jaar eerder de relatie tussen Suriname, Nederland en de Nederlandse Antillen vastgelegd. De mars verliep van de De Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein naar het Europaplein voor de RAI Amsterdam. Er werden spandoeken gedragen met teksten als "Geen gemenebest, maar totale soevereiniteit" en "Geen gecastreerde onafhankelijkheid". De eerste werd ook als kreet gebruikt, evenals "Weg met het Statuut, alle macht aan het volk". Ook waren er een aantal rode vlaggen te zien. Het Revolutionaire Volksfront was de initiatiefnemer. Daarnaast waren de volgende twaalf organisaties betrokken: Ons Suriname, Surino, Katibo, Fri Srenang, het Surinaams Actiecomité (Suracom), het Surinaamse Comité, Surinaamse Aktiegroep Rotterdam en de Surinaamse studentenverenigingen uit de steden Leiden, Wageningen, Utrecht, Groningen en Nijmegen. Er waren drie- tot vierhonderd betogers aanwezig, vooral jongeren. Een vertegenwoordiger van Suracom maakte zich schuldig aan de belediging van het koninklijk echtpaar, koningin Juliana en prins Bernhard. In die tijd was majesteitsschennis strafbaar in Nederland. Hij werd niet meteen aangehouden, maar de dag erna bij hem thuis in Nijmegen, waarmee de politie moeilijkheden met de demonstranten wilde voorkomen. Elf van de dertien organisaties protesteerden tegen zijn aanhouding. Hij werd echter meteen na zijn verhoor in Amsterdam weer vrijgelaten. In deze tijd was 53 procent van de Nederlanders voor de onafhankelijkheid van Suriname, een kwart antwoordde het niet te weten. Daarnaast wist 21 procent niet waar Suriname ligt en plaatste 16 procent Suriname in een ander werelddeel.

Europaplein (Amsterdam)
Europaplein (Amsterdam)

Het Europaplein is een plein in Amsterdam-Zuid. Het metrostation Europaplein is ernaar vernoemd. Het plein bestaat uit een verkeersweg en het terrein voor het RAI-complex. Ook de andere zijde van de weg heet het Europaplein en op de plek van de vroegere keerlus van de tram bevindt zich een klein plantsoen. Van 1935 tot 1958 heette het plein Westerscheldeplein. Het plein was in de jaren 1930 aangelegd aan de rand van de Rivierenbuurt als westelijk uiteinde van de Zuider Amstellaan, de huidige Rooseveltlaan. Aan de noordzijde gaat het plein over in het Scheldeplein en daarna Scheldestraat en aan de zuidzijde in de Europaboulevard waarvan het eerste gedeelte tot 1958 deel uitmaakte van het Westerscheldeplein. Op 16 juli 1958 werd het plein hernoemd naar het werelddeel Europa naar aanleiding van een resolutie van de Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa in 1957 waarbij iedere gemeente in Europa werd gevraagd een straat of plein hiernaar te vernoemen. Aan het Europaplein bevinden zich sinds 1961 het RAI-gebouw en het RAI-Congrescentrum. Tramlijn 4 had hier sinds 1948 zijn eindpunt (daarvoor lijn 8 van 1936 tot 1942). Lijn 4 werd in 1981 verlengd via de Europaboulevard naar het toen nieuw geopende Station RAI aan de Schiphollijn. Van 1960-1981 was het ook een buseindpunt voor GVB en Maarse & Kroon sinds 1973 Centraal Nederland. In 2005 startte bouwwerkzaamheden voor de Noord-Zuidlijn. De metrolijn heeft een tracé dat vanaf de A10 onder het plein door richting de Scheldestraat loopt. Het traject werd in een open bouwkuip gebouwd. In het midden van het plein werd het gelijknamige metrostation gebouwd. Direct daarnaast, onder het Scheldeplein, werden de tunnelboormachines ingehesen die richting de Binnenstad boorden. Nadat de werkzaamheden klaar waren werd het gehele plein opnieuw ingericht en voorzien van de Feestelijke beeldenreeks van beeldhouwer Guillaume Bijl. Op 15 mei 2011 werd het Europaplein officieel heropend. Op 22 juli 2018 werd het metrostation ingebruik genomen. In 2022 werd het beeld Virtual fountains van Femke Schaap onthuld.

Scheldeplein 1-5
Scheldeplein 1-5

Scheldeplein 1-5 te Amsterdam is een complex aan het Scheldeplein in Amsterdam-Zuid. Het gebouw heeft vleugels aan de Geleenstraat en Geulstraat. Hier lagen eeuwenlang landerijen met een agrarische bestemming. De almaar uitbreidende bebouwing voor de groeiende bevolking van Gemeente Amsterdam maakte daar een eind aan. Directeur Wichert Arend de Graaf van de Dienst der Publieke Werken had het in 1930 over de "Trek over het Kanaal", dat laatste was het Noorder Amstelkanaal met Plan Zuid. Bij de bebouwing van dit perceel ging het niet om woningbouw, maar om de vestiging van garagebedrijf van Henri Sieberg. Deze had al een aantal panden in gebruik (gehad) voor zijn bedrijf. Hij maakte gebruik van een gebouw aan de Prinsengracht, Stadhouderskade 142-144 en Valckenierstraat. Het Algemeen Handelsblad van 26 februari 1931 zag daarin de gevolgen van een groeiend wagenpark. Garages als deze kwamen in deze periode, bijvoorbeeld aan de Amstelveenseweg, en Daniel Willinkplein. Het Scheldeplein lag toen nog aan de rand van de stad zodat aan- en afvoer geen probleem zou worden en schakelde hij architect Nicolaas Charles Dekker in voor een nieuw op te leveren gebouw, waarin Willys-Overland kon verhandelen dan wel repareren. Datzelfde Algemeen Handelsblad ging een kijkje nemen in dit nieuwe gebouw opgetrokken uit gewapend beton, ijzer en veel glas. Het constateerde een voor die tijd doelmatig ingericht gebouw met aparte inritten voor de afdeling waarvan men gebruik wenste te maken met de grote reparatie- en wasinrichting op de begane grond. In de stalling konden 300 auto’s worden ondergebracht. Alhoewel het een relatief groot gebouw was, werd aan de ingebruikname in 1931 nauwelijks aandacht besteed. Dat was anders toen het complex op 30 januari 1932 geheel in gebruik werd genomen, al ging het toen voornamelijk over de hellingbaan (verbinding tussen de stallingsverdiepingen). Kranten spraken over een (te laat) opgeleverd glaspaleis. Vlak na de opening van het gebouw werd de garage getroffen door een meer dan tien weken durende staking; Sieberg wilde een korting doorvoeren van 10 procent op de salarissen. Het originele gebouw werd achteraf ingedeeld bij de bouwstijlen Amsterdamse School (combinatie natuursteen en baksteen) en modernisme, waarvan het invloeden tentoonstelde. Nadat Sieberg was vertrokken vestigde zich de familie Knijn in het gebouw, eerst ook als garage- en schadeherstelbedrijf, maar omstreeks 1970 kwamen er de bowlingbanen (Knijn Bowling). In al die jaren werd er druk verbouwd aan het gebouw waardoor de status gemeentelijk of rijksmonument uit beeld raakte. Het gebouw kwam in 2012-2013 in handen van de Caransa Groep die begon met Dok Architecten aan een herontwikkeling. Delen van voorgaande verbouwingen werden daarbij weer weggehaald, met name de vervanging van de grote stroken glas werd ongedaan gemaakt, zodat er weer kleine ruitjes zichtbaar waren. De toren kreeg een ophoging en de glazen lantaarn op de toren kwam terug. Alles werd deels bekostigd door op het gebouw een nieuwe woonverdieping te plaatsen. Door deze enigszins terug van de gevellijn te projecteren, wist men de invloed van het nieuwe deel beperkt te houden. De verbouwing werd in 2022 afgerond.