place

Wielingen (kraakpand)

Bouwwerk in Amsterdam-ZuidKraakpand in NederlandVoormalig bouwwerk in Amsterdam
OVERZICHT GEVELS VOLKERAKSTRAAT Amsterdam 20266728 RCE
OVERZICHT GEVELS VOLKERAKSTRAAT Amsterdam 20266728 RCE

De Wielingen was de naam van een kraakpand in Amsterdam-Zuid. De naam was ontleend aan de Wielingenstraat waaraan het gebouw lag en die vernoemd is naar de Wielingen, een hoofdgeul in de Westerschelde.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Wielingen (kraakpand) (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Wielingen (kraakpand)
Wielingenstraat, Amsterdam Zuid

Geografische coördinaten (GPS) Adres Website Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: Wielingen (kraakpand)Lees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.344666666667 ° E 4.8881611111111 °
placeToon op kaart

Adres

Happy Bodies

Wielingenstraat 28
1078 KL Amsterdam, Zuid
Noord-Holland, Nederland
mapOpenen op Google Maps

Website
happybodies.nl

linkWebsite bezoeken

OVERZICHT GEVELS VOLKERAKSTRAAT Amsterdam 20266728 RCE
OVERZICHT GEVELS VOLKERAKSTRAAT Amsterdam 20266728 RCE
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Zuiderpark (Amsterdam)
Zuiderpark (Amsterdam)

Het Zuiderpark is een voormalig park in Amsterdam-Zuid. Amsterdam kent in de 21e eeuw nog steeds een Westerpark, Noorderpark en Oosterpark. De parken kwamen steeds in de jaren van stadsuitbreidingen. Datzelfde gold voor het Zuiderpark. Het verschijnt als zodanig voor het eerst op de stadskaarten van rond 1936, wanneer de stadsbebouwing eindigt bij het Scheldeplein/Westerscheldeplein en de naar het westen lopende Wielingenstraat. Ten zuiden daarvan begint een uitgestrekt agrarisch gebied. Op die voormalige landbouw- en veeteeltgronden werd een driehoekig park aangelegd met een centraal gelegen vijver en zandbak, afgeschermd door een pergola. Zij werd begrensd door de rechthoek van Wielingenstraat (noord) en het zuidelijk deel van de Haringvlietstraat (west). De oostkant werd diagonaal geplaatst vanaf Scheldeplein zuidwestwaarts tot ongeveer waar de Rijksweg 10 de Boerenwetering oversteekt. Aan de andere zijde van de Boerenwetering werd eveneens een park geprojecteerd, het Diepenbrockpark, dat in 1938 de naam Beatrixpark kreeg. De naam Zuiderpark verdween langzaam, het werd gezien als onderdeel van het Beatrixpark. Eind jaren vijftig verdween het park onder het bouwterrein voor RAI Amsterdam. In het landschap is er niets meer van terug te vinden, net zoals de weg die langs de diagonaal liep en de zuidelijke helft van de Haringvlietstraat. Alles verdween ten faveure van het evenementengebouw. Een overblijfsel van het park is het beeld De lente van Fred Carasso in opdracht van Gemeente Amsterdam speciaal voor het park gemaakt.

Feestelijke beeldenreeks
Feestelijke beeldenreeks

De Feestelijke beeldenreeks is een kunstwerk in Amsterdam-Zuid. De zes beelden zijn ontworpen door de Belgische kunstenaar Guillaume Bijl op verzoek van Zuidas Amsterdam; de kunstenaar liet de uitvoering over zijn atelierassistenten. Het kunstwerk is bedoeld om de lange grijze voorgevel van de RAI Amsterdam een kleuriger voorportaal te geven. De beelden lijken zo weggelopen uit een stripverhaal of lijken de realiteit weer te geven. Ze zijn van beschilderd aluminium en 4,5 tot 7,5 meter hoog. Die hoogte krijgt nog echte nadruk door de beelden op hoge sokkels te plaatsen. De gezichtsuitdrukking van de personen lijken zich daarbij aan te passen aan de stemming van de kijker. Op verschillende momenten lijken de lachende gezichten zich naar het droeve te bewegen en andersom. De figuren staan over de volle lengte van de gevel aan het Europaplein. De beelden zijn twee aan twee opgesteld als een soort poortwachters van het voorterrein van de RAI. Er staan twee illusionisten, twee theaterpoppen en twee meisjes op de schouders van steltlopers. De Kunstwacht Amsterdam (beheerder van kunst in de openbare ruimte in Amsterdam) voegde nog toe dat Bijl een portret lijkt te hebben gemaakt van reuzen uit de plaatselijke feestoptochten, met name aan de Vlaamse kust. Door deze figuren in een stedelijke omgeving in Nederland te plaatsen zou vervreemding optreden. De betonnen sokkels op zich staan op een lange terreinafscheiding in een combinatie van baksteen en natuursteen. Het uiterlijk van die afscheiding in gemodelleerd naar de Amsterdamse Schoolstijl, een bouwstijl die veel werd toegepast in Amsterdam-Zuid. Die terreinafscheiding buigt mee met het voorterrein tot in de Wielingenstraat naar de Brug 422, ontworpen door Piet Kramer in de Amsterdamse Schoolstijl. Kramer zelf liet een flink aantal van door hem ontworpen bruggen opfleuren met beelden of andere versierselen.

Scheldeplein 1-5
Scheldeplein 1-5

Scheldeplein 1-5 te Amsterdam is een complex aan het Scheldeplein in Amsterdam-Zuid. Het gebouw heeft vleugels aan de Geleenstraat en Geulstraat. Hier lagen eeuwenlang landerijen met een agrarische bestemming. De almaar uitbreidende bebouwing voor de groeiende bevolking van Gemeente Amsterdam maakte daar een eind aan. Directeur Wichert Arend de Graaf van de Dienst der Publieke Werken had het in 1930 over de "Trek over het Kanaal", dat laatste was het Noorder Amstelkanaal met Plan Zuid. Bij de bebouwing van dit perceel ging het niet om woningbouw, maar om de vestiging van garagebedrijf van Henri Sieberg. Deze had al een aantal panden in gebruik (gehad) voor zijn bedrijf. Hij maakte gebruik van een gebouw aan de Prinsengracht, Stadhouderskade 142-144 en Valckenierstraat. Het Algemeen Handelsblad van 26 februari 1931 zag daarin de gevolgen van een groeiend wagenpark. Garages als deze kwamen in deze periode, bijvoorbeeld aan de Amstelveenseweg, en Daniel Willinkplein. Het Scheldeplein lag toen nog aan de rand van de stad zodat aan- en afvoer geen probleem zou worden en schakelde hij architect Nicolaas Charles Dekker in voor een nieuw op te leveren gebouw, waarin Willys-Overland kon verhandelen dan wel repareren. Datzelfde Algemeen Handelsblad ging een kijkje nemen in dit nieuwe gebouw opgetrokken uit gewapend beton, ijzer en veel glas. Het constateerde een voor die tijd doelmatig ingericht gebouw met aparte inritten voor de afdeling waarvan men gebruik wenste te maken met de grote reparatie- en wasinrichting op de begane grond. In de stalling konden 300 auto’s worden ondergebracht. Alhoewel het een relatief groot gebouw was, werd aan de ingebruikname in 1931 nauwelijks aandacht besteed. Dat was anders toen het complex op 30 januari 1932 geheel in gebruik werd genomen, al ging het toen voornamelijk over de hellingbaan (verbinding tussen de stallingsverdiepingen). Kranten spraken over een (te laat) opgeleverd glaspaleis. Vlak na de opening van het gebouw werd de garage getroffen door een meer dan tien weken durende staking; Sieberg wilde een korting doorvoeren van 10 procent op de salarissen. Het originele gebouw werd achteraf ingedeeld bij de bouwstijlen Amsterdamse School (combinatie natuursteen en baksteen) en modernisme, waarvan het invloeden tentoonstelde. Nadat Sieberg was vertrokken vestigde zich de familie Knijn in het gebouw, eerst ook als garage- en schadeherstelbedrijf, maar omstreeks 1970 kwamen er de bowlingbanen (Knijn Bowling). In al die jaren werd er druk verbouwd aan het gebouw waardoor de status gemeentelijk of rijksmonument uit beeld raakte. Het gebouw kwam in 2012-2013 in handen van de Caransa Groep die begon met Dok Architecten aan een herontwikkeling. Delen van voorgaande verbouwingen werden daarbij weer weggehaald, met name de vervanging van de grote stroken glas werd ongedaan gemaakt, zodat er weer kleine ruitjes zichtbaar waren. De toren kreeg een ophoging en de glazen lantaarn op de toren kwam terug. Alles werd deels bekostigd door op het gebouw een nieuwe woonverdieping te plaatsen. Door deze enigszins terug van de gevellijn te projecteren, wist men de invloed van het nieuwe deel beperkt te houden. De verbouwing werd in 2022 afgerond.

De onbevangenheid der mensen tegenover het leven
De onbevangenheid der mensen tegenover het leven

De onbevangenheid der mensen tegenover het leven is een artistiek kunstwerk in Amsterdam-Zuid. Het beeld uit 1932 is een schepping van Hildo Krop en staat op/naast het westelijk landhoofd van de Kinderbrug tussen Muzenplein en de Churchill-laan. Het maakt al dan niet deel uit van een verzameling beeldhouwwerken die hier in een parkje staan. Omdat Krop als stadsbeeldhouwer een groot overwicht kreeg binnen de beelden in de stad, begonnen collegakunstenaars te morren. De verzameling beeldhouwwerkjes werd dan ook door diverse kunstenaars gemaakt, maar De onbevangenheid is zonder meer de grootste en opvallendste. De meeste beelden staan namelijk achteraf in een parkje terwijl De onbevangenheid op een tien meter hoog voetstuk staat, hoog boven het maaiveld. Overigens zijn op de brug nog twee beelden van Krop te zien, een jongen met konijnen en een meisje met eekhoorns zijn verwerkt in dekstenen van de brug. De drie beelden zijn geïntegreerd in de brug ontworpen door Piet Kramer van de Dienst der Publieke Werken, die veelvuldig heeft samengewerkt om Krop (en andersom). Het beeld maakt deel uit van het rijksmonument, dat de brug is. Het voetstuk draagt een steigerend paard met tussen de van de grond gelichte voorpoten een staand kind. Dat kind was Hedda van Gennep (1929-2017), later documentairemaakster, waarvan de ouders bevriend waren met Krop. Zij moest altijd glimlachen als ze er langs fietste of liep. Het voetstuk loopt naar beneden via het landhoofd door tot (of tot onder) het wateroppervlak. Net boven het watervlak is een tweede beeldje te zien; een weergave van een roepende drenkeling. Het beeld inspireerde de dichter Eric Menkveld tot het gedicht Meisje en paard uit 1932. Fotograaf Karel Kleijn legde het beeld in de jaren na oplevering (geschat 1935-1937) vast. Rond die tijd legde ook Carel Blazer het beeld vast. Beide foto’s bevinden zich in de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam.

Kogelbron (RAI Amsterdam)
Kogelbron (RAI Amsterdam)

De Kogelbron is een kunstwerk in Amsterdam-Zuid. Het werk is een schepping van de Duitse kunstenaar Christian Tobin. Christian Tobin, die toen nog Christian Mayer heette, schiep dit soort stenen (Duits: Kugelbrunnen; Engels: Floating spheres) vanaf 1983. De eerste, getiteld Oblio, ligt in München. Daarna was er een te zien tijdens het kunstproject Phänomena dat in 1984 gehouden werd in Zürich. Even later was een soortgelijke steen te zien in Het Park in Rotterdam in de tentoonstelling Het Fenomeen. De gemeente Amsterdam bestelde vervolgens deze steen, die vermoedelijk in 1993 werd geplaatst op de binnenterreinen van RAI Amsterdam aan het Europaplein. De Kogelbron bestaat uit vier onderdelen. Het onderste (1) is een waterbassin. Daarop ligt een bewerkte steen (2) met daarin een uitsparing van een leiding naar de fontein (3) en een komvormige uitsparing. In die kom ligt een rood granieten bolvormige steen (4). Door de fontein met de juiste waterkracht te laten spuiten (in Zwitserland geldt een druk van 0,3 bar bij 5 liter water per seconde) blijft de ronde steen als het ware op de fontein drijven. Met de hand kan vervolgens de steen aan het draaien gebracht worden. Op de bewerkte steen bij de RAI is een subtitel uitgebeiteld: Tauf Stein (doopsteen). Amsterdam heeft een tweede Kogelbron in het Oostenburgerpark. Volgens opgave van de kunstenaar zijn er ook kogelbronnen in (Aken) Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Finland, Japan en Verenigde Staten.