place

Brug 132

Brug in Amsterdam-West
Brug132 MAY2017 2a
Brug132 MAY2017 2a

Brug 132 is een vaste brug in Amsterdam Oud-West. De brug ligt in het verlengde van de noordelijke Jacob Catskade van de Kattensloot en het zuidelijk puntje van de zuidelijke De Wittenkade van de Kostverlorenvaart. Ze overspant diezelfde Kostverlorenvaart en landt op de noordelijke De Wittenkade/Van der Palmkade. Er kon hier een vaste brug komen, omdat dit noordelijke deel van de Kostverlorenkade geen deel uitmaakt van de Staande Mastroute, die voert hier namelijk via de Kattensloot. In het eind van de 19e eeuw lag hier al een de oeververbinding, deze was in 1897 twee dagen buiten gebruik in verband met herstelwerkzaamheden. In 1900 was zij opnieuw even buiten dienst. De latere voetbrug dateert uit 1935/1936 en is afkomstig van de burelen van de Publieke Werken. Destijds was Piet Kramer verantwoordelijk voor de architectuur van de bruggen, maar zijn naam ontbrak op de tekeningen etc. In weerwil van het onderbreken van die handtekening, draagt de brug de signatuur van Kramer. De brug is gebouwd in de Amsterdamse Schoolstijl, er is de voor hem gebruikelijk afwisseling bak- en natuursteen. Hoewel Kramer doorgaans smeedijzeren balustrades toepaste, gebruikte hij hier balustrades van hout. Zoals hij dat overigens ook al had gedaan bij bijvoorbeeld de bruggen in het Amsterdamse Bos en de Zorgvliedbrug. Er was destijds een budget van 25.000 voor deze brug, die werd aangelegd met steun van het Werkfonds. De aanloop naar de brug is in terrasvorm (gegevens 2017).

Fragment uit het Wikipedia-artikel Brug 132 (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Brug 132
Jacob Catskade, Amsterdam West

Geografische coördinaten (GPS) Adres Externe links Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: Brug 132Lees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.380980555556 ° E 4.8737444444444 °
placeToon op kaart

Adres

Jacob Catskade
1052 DD Amsterdam, West
Noord-Holland, Nederland
mapOpenen op Google Maps

linkWikiData (Q29966250)
linkOpenStreetMap (1044733774)

Brug132 MAY2017 2a
Brug132 MAY2017 2a
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Brug 171
Brug 171

Brug 171 is een basculebrug in Amsterdam-West. Ze vormt de verbinding tussen de Van Hallstraat en Kostverlorenstraat en overspant daarbij de Kostverlorenvaart. De Kostverlorenvaart maakt onderdeel uit van de Staande Mastroute, vandaar dat een vaste brug hier niet mogelijk is. In eerste instantie was het niet de bedoeling hier een brug neer te leggen, alhoewel de gemeente al in 1902 dacht dat hier een brug noodzakelijk zou worden. Ondernemers zagen meer mogelijkheden voor een brug in het verlengde van de Amaliastraat. In 1906 leverde overleg met de gemeente op dat wellicht een veer een betere oplossing bood. De walkanten en straten waren nog in aanbouw. De gemeente kwam met een alternatief van een overhaal, dat ook in de ogen van de ondernemers goedkeuring kreeg. Of die er daadwerkelijk gekomen is, is onbekend. In 1928 besloot de gemeente dat de Van Hallstraat een van de belangrijkste toevoerwegen werd van de stad onder de Haarlemmerweg. Daartoe moest er een straat en brug aangelegd worden om de Van Hallstraat rechtstreeks te verbinden met het Frederik Hendrikplantsoen. Er werd een onteigening voorbereid, want in dat project moest ook de Van Hallstraat verbreed worden. Pas anderhalf jaar later kon de gemeente beginnen, ze had toestemming van het rijk gekregen. Daarna werd er gesteggeld over van alles en nog wat, de hoogte van de brug, de doorvaartbreedte etc. Aan de Publieke Werkenarchitect Piet Kramer werd gevraagd om een ontwerp te maken voor een nieuwe brug. Hij kwam met een enkelvoudige basculebrug met een aanzienlijke verbreding. Kramers bouwstijl van de Amsterdam School is ook hier terug te vinden in de bakstenen walkanten en de afwisseling van bak- en natuursteen. Er werd bij deze brug slechts één beeldhouwwerk meegeleverd, een wind/kompasroos nabij de trap naar de bascule. Ook twee andere kenmerken van Kramers ontwerpen zijn hier terug te vinden. Ten eerste zijn daar de rondstalen (normaal gebruikte Kramer siersmeedijzer) balustrades, ten tweede staan op de landhoofden een brugwachtershuisje en een abri (bushokje), beide in de Amsterdamse-Schoolstijl. Het was de derde brug met huisjes van Kramer, na de Zeilbrug in 1924 en Willemsbrug in 1928. De bouwsels zijn typisch voor Kramer, hij voorzag ze van daken in de vorm van een pet. Waar deze op andere bruggen in de stad symmetrisch werden geplaatst en ontworpen, is dat hier niet het geval. Aan het ene eind staat een brugwachterhuisje direct aan het water (tol werd vaak door de schipper per klomp aan een hengel voldaan); het abri staat verder van de brug af. Die plaatsing zorgt voor een "vreemde" asymmetrische aanblik vanaf het water. Met de aanleg van de brug, alhoewel dus gepland in 1928, werd pas op 17 augustus 1931 begonnen, op 13 augustus 1932 kon de brug worden geopend door Monne de Miranda. De totale kosten waren 230.000 gulden. De brug heeft twee officieuze benamingen gekend: Van Hallbrug en Kostverlorenbrug. De eerste was een vernoeming naar de straat en indirect dus naar Amsterdamse advocaat en latere minister van Financiën Floris Adriaan van Hall. De tweede naar de vaart waarover zij gespannen is. In 2016 wilde de gemeente Amsterdam af van alle officieuze benamingen, voor zover die niet paste binnen de richtlijnen van Basisadministratie Adressen en Gebouwen. Vanaf april 2017 gaat de brug naamloos (dat wil zeggen alleen met nummer) door het leven.

Blauwe poort (Amsterdam)
Blauwe poort (Amsterdam)

De Blauwe poort is een artistiek kunstwerk in Amsterdam-West. Na een grondige sanering in de buurt rondom de Van Beuningenstraat in de Staatsliedenbuurt, werd een deel van de straten autoluw gemaakt. Dit hield onder andere in dat een kruising tussen de Van Beuningenstraat, de Van Boetzelaerstraat en de Fannius Scholtenstraat deels haar functie verloor. Het punt waarop de Van Beuningestraat en Van Boetzelaerstraat samenkwamen was ooit een driehoekig plein waar twee stratenpatronen elkaar ontmoetten. Het noordelijke deel loopt daarbij enigszins parallel aan de Haarlemmertrekvaart; het zuidelijke aan de Kostverlorenvaart. In de loop der jaren werden delen van het plein afgesnoept ter faveure van de hier opgroeiende jeugd. Door Aldo van Eyck werd het pleintje bebouwd met onder andere duikelrekken, een iglo/klimkoepel en een tweetal stellingen van betonnen heipalen. Tijdens genoemde renovatie verdween ook de verbinding met de Fannius Scholtenstraat en de gemeente Amsterdam verzocht kunstenares Dicky Brand de plek op te fleuren middels een markant kunstwerk. Zij kwam met een reusachtige blauwe poort, die zijzelf Mariaboog noemde en de gemeente Staatsliedenpoort. Echter bij buurtbewoners werd het de Blauwe poort. Plaatsing van de boog stuitte op verzet van de Dienst Water en Riolering omdat er een rioleringsbuis op de beoogde plek lag, die altijd bereikbaar moest zijn. De boog kreeg daarom een gespleten fundering onder elke staander een. Het object is van gelakt verzinkt staal en beton. Bij die herindeling ging een deel van de speelobjecten van Van Eyck verloren, maar de iglo/klimkoepel bleef staan. In 2004 moest de ruimte opnieuw ingedeeld worden. Aan de noordzijde van de punt was nieuwbouw gepleegd; de ruimte rondom de blauwe poort werd daarbij krapper.

De stam
De stam

De stam is een vijfdelig artistiek kunstwerk dan wel een beeldengroep in Amsterdam-West. Het is (deels) toegepaste kunst. De titel verwijst naar twee betekenissen, de boomstam en de volksstammen die hier gewerkt hebben voor de volksstammen in het groeiende Amsterdam. Kunstenaar Joep van Lieshout en zijn atelier ontwierpen en maakten deze beelden specifiek voor het Frederik Hendrikplantsoen. In de jaren tien van de 21e eeuw vond er een herinrichting van het plantsoen plaats onder beheer van Buro Sant en Co. Het park werd gemoderniseerd; een oude speelplaats werd vervangen etc. Aan Van Lieshout werd gevraagd om met een kunstwerk te komen. Hij greep daarbij terug op de geschiedenis van de buurt voordat er sprake was van plantsoen en bewoning. Tot diep in de 19e eeuw lagen hier alleen weilanden; de stadsgrenzen werden nog gevormd door eerst de Lijnbaansgracht en later de Singelgracht. De bevolking bleef groeien en zorgde ervoor dat de industrie als eerste buiten die stadsgrenzen hun heil moest zoeken. De buurt aan het eind van de Anjeliersgracht (na demping Westerstraat) bleek uitermate geschikt voor de houtindustrie. Vanaf het agrarisch land had men constante aanvoer van wind en in de Jordaan waren voldoende (goedkope) arbeidskrachten. Aan die industrie kwam in de 19e eeuw een eind, want de stadsbebouwing stak de Singelgracht over en de inrichting van de Frederik Hendrikbuurt begon. Molens en houtbewerking verdwenen om plaats te maken voor woningen en een plantsoen. Die houtbewerking is weinig meer te vinden, op drie zaken na. Aan de Kostverlorenvaart draait nog altijd molen De Otter, ook al kwamen er af en toe voorstellen op die toch af te breken vanwege gebrek aan windkracht. De in de buurt liggende Zaagmolenstraat en de Zaagpoortbrug verwijzen ook naar de geschiedenis. Van Lieshout was binnen zijn werk(en) in die jaren wel vaker bezig met het verwerken van de industriële revolutie. Van Lieshout kwam met polyester (vaak gebruikt materiaal van de kunstenaar) en glasvezel met vijf beelden waarin hout de voornaamste rol speelt. Geslachtloze figuren slepen en werken met hout, waarbij de menselijke figuren overgaan in de verbeelding van hout en andersom. Twee beelden uit de groep vallen extra op; één is een vier meter hoge paal, die vooral op een herkenningspunt in het plantsoen lijkt en één die een citaat lijkt van De Denker van Auguste Rodin, een peinzend (of juist uitrustend) figuur op een bankje. De beelden worden door de bezoekers zelf gebruikt als zit- en rustbankjes; kinderen klimmen en klauteren erop. De beeldengroep werd aangevuld met een veel groter object: de speelslinger van Carve. Op een afstand lijkt het Droombeeld van Cephas Stauthamer er niets van te moeten hebben. Dat kijkt al sinds de plaatsing in 1965 naar de Jordaan.