place

Rehberge (metrostation)

Metrostation in BerlijnMitte (district van Berlijn)
Rehberge ubahn
Rehberge ubahn

Rehberge is een station van de metro van Berlijn, gelegen onder de Müllerstraße in het Berlijnse stadsdeel Wedding. Het metrostation werd geopend op 3 mei 1956 als onderdeel van het eerste naoorlogse uitbreidingsproject van de Berlijnse metro en wordt tegenwoordig bediend door lijn U6. Station Rehberge dankt zijn naam aan het nabijgelegen Volkspark Rehberge. Rehberge kreeg net als de overige stations op het noordelijke deel van de U6 een standaardontwerp van architect Bruno Grimmek. Terugkerende elementen zijn het licht welvende dak en zeshoekige zuilen op het perron. Station Rehberge onderscheidt zich vooral door zijn kleurstelling: lichtgroene tegels op de wanden, gele zuilen. Aan beide uiteinden van het eilandperron leiden trappen via een tussenverdieping naar de Müllerstraße, ter hoogte van de kruising met Liverpooler Straße en die met de Schöningstraße. Uiteindelijk moeten alle Berlijnse metrostations voorzien zijn van een lift. Station Rehberge heeft hierbij echter geen hoge prioriteit; volgens het tijdschema van de Berlijnse Senaat zal de inbouw van een lift pas na 2010 plaatsvinden.

Fragment uit het Wikipedia-artikel Rehberge (metrostation) (Licentie: CC BY-SA 3.0, Auteurs, Beeldmateriaal).

Rehberge (metrostation)
Müllerstraße, Berlijn Wedding

Geografische coördinaten (GPS) Adres Nabijgelegen plaatsen
placeToon op kaart

Wikipedia: Rehberge (metrostation)Lees verder op Wikipedia

Geografische coördinaten (GPS)

Breedte Lengte
N 52.556666666667 ° E 13.341111111111 °
placeToon op kaart

Adres

Bikers Accessoires Shop

Müllerstraße 69
13349 Berlijn, Wedding
Duitsland
mapOpenen op Google Maps

Rehberge ubahn
Rehberge ubahn
Ervaringen delen

Nabijgelegen plaatsen

Siedlung Schillerpark
Siedlung Schillerpark

De Siedlung Schillerpark is een woonwijk en Großsiedlung uit de jaren 1920 en 1930 in het Englisches Viertel in het Berlijnse stadsdeel Wedding. De wijk ligt in het district Mitte. Het werd gebouwd in de jaren 1920 volgens plannen van architect Bruno Taut en wordt beschouwd als het eerste stedelijke woonproject buiten het gebied van particuliere ondernemers in Berlijn tijdens de Weimarrepubliek. Het was ook een van de vroege coöperatieve woonwijken van de Berlijnse Spaar- en Bouwvereniging, die de nederzetting sinds 1924 liet bouwen. In het vakbonds-coöperatieve netwerkmodel nam GEHAG het bouwtoezicht over, terwijl Bauhütte Berlin het bouwwerk overnam. De nederzetting had als doel een herdefiniëring van woningbouw op het gebied van esthetiek, bouwtechnologie en inhoud. Op 7 juli 2008 werd de woonwijk toegevoegd aan de UNESCO Werelderfgoedlijst, samen met vijf andere Berlijnse modernistische woonwijken. De eerste plannen voor de bouw van een woonwijk aan de noordoostkant van Schillerpark in Wedding werden al in 1914 ontwikkeld na de voltooiing van het park, maar werden niet uitgevoerd na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Pas in 1924, na de invoering van de rentebelasting op huizen in het Duitse Rijk, waren er voldoende financiële middelen beschikbaar om nieuwe woonwijken te bouwen als onderdeel van sociale woningbouw. De woningcoöperatie Berliner Spar- und Bauverein gaf de architect Bruno Taut, die al voor de oorlog verantwoordelijk was voor de bouw van de tuinstad Falkenberg, de opdracht een woonwijk te ontwerpen in het Schillerpark aan de Bristolstraße. Taut koos voor een open bouwmethode van twee tot vier verdiepingen tellende huizen. De gebouwen, ontworpen in de stijl van het Neues Bauens, waren gebaseerd op het werk van de Nederlandse architect J.J.P. Oud, en het gebruik van donkerrode bakstenen voor het gevelontwerp deed denken aan de Amsterdamse School. Witte en blauwe pleisteroppervlakken zetten slechts enkele kleuraccenten aan de buitenkant. De platte daken van de wooncomplexen behoorden tot de eerste in Berlijn. De bouw van de wijk moest worden doorgevoerd ondanks aanzienlijke bezwaren tegen het moderne ontwerp van het districtskantoor van Wedding en de bouwautoriteit, maar werd gesteund door de stadsplanningsfunctionaris van de stad Berlijn, Martin Wagner. De platte daken stuitten vooral op weerstand tegen meer traditionele architectuuropvattingen. In drie bouwfasen tussen 1924 en 1930 werden in totaal 303 appartementen gebouwd. In de eerste bouwfase van 1924 tot 1925 werden er gebouwen met drie vleugels gebouwd, die gegroepeerd waren rond een woonplaats. In de latere bouwfasen waren er slechts twee appartementen per verdieping en ingang, waardoor de buitenkant van de gebouwen uniformer en rustiger werd. Alle gebouwen waren uitgerust met badkamers en balkons of loggia's, en er werd een gemeenschappelijke wasruimte gebouwd voor het wassen van kleding. De appartementen van 1 1⁄2 tot 4 1⁄2 kamer waren royaal verdeeld, zelfs de 1 1⁄2 kamer appartementen waren ongeveer 40 m² groot. Het binnenplein was – vermoedelijk volgens plannen van Taut – volledig vergroend en uitgerust met speeltuinen voor kinderen. De nederzetting Schillerpark omvatte ook een kleuterschool (nu: Schillerpark Kita).

Afrikanische Straße (metrostation)
Afrikanische Straße (metrostation)

Afrikanische Straße is een station van de metro van Berlijn, gelegen onder de Müllerstraße, nabij de kruising met de Afrikanische Straße, in het Berlijnse stadsdeel Wedding. Het metrostation werd geopend op 3 mei 1956 als onderdeel van het eerste naoorlogse uitbreidingsproject van de Berlijnse metro en wordt tegenwoordig bediend door lijn U6. De volledige naam van het station luidt Afrikanische Straße (Friedrich-Ebert-Siedlung); de toevoeging verwijst naar de tussen de Müllerstraße en het Volkspark Rehberge gelegen wijk.Reeds tijdens de bouw van de Nord-Süd-U-Bahn, de huidige U6, in de jaren 1920 bestonden er plannen de lijn in het noorden door te trekken richting Tegel. In 1929 begon men ten noorden van het toenmalige eindpunt Seestraße met de bouw van een tunnel ter voorbereiding op deze verlenging, maar vanwege de economische crisis kwamen de werkzaamheden al snel stil te liggen. Na de Tweede Wereldoorlog werden de plannen weer actueel. In West-Berlijn voorzag men een grootschalige uitbreiding van het metronet en men besloot de noordelijke verlenging van lijn C (U6) als eerste te realiseren. Een station bij de Afrikanische Straße ontbrak in de vooroorlogse plannen, maar werd vanwege de toegenomen bebouwing in de omgeving aan het project toegevoegd. De bouw van het 6,9 kilometer lange traject naar het centrum van Tegel begon in oktober 1953. De eerste etappe, tot Kurt-Schumacher-Platz, kwam in gebruik op 3 mei 1956; twee jaar later volgde het traject tot het huidige eindpunt Alt-Tegel. Station Afrikanische Straße werd net als de overige stations op het noordelijke deel van de U6 ontworpen door architect Bruno Grimmek. Het station is met zijn geknikte, licht welvende dak, zeshoekige zuilen en met lichtblauwe tegels beklede wanden een typisch voorbeeld van Grimmeks stijl, die ook op het oudste deel van de U9 goed vertegenwoordigd is. Aan beide uiteinden van het eilandperron leiden trappen naar een tussenverdieping met uitgangen aan weerszijden van de Müllerstraße. Uiteindelijk moeten alle Berlijnse metrostations voorzien zijn van een lift. Station Afrikanische Straße heeft hierbij echter geen hoge prioriteit; volgens het tijdschema van de Berlijnse Senaat zal de inbouw van een lift pas na 2010 plaatsvinden.

Kurt-Schumacher-Platz (metrostation)
Kurt-Schumacher-Platz (metrostation)

Kurt-Schumacher-Platz is een station van de metro van Berlijn, gelegen nabij het gelijknamige plein in het Berlijnse stadsdeel Reinickendorf. Het metrostation werd geopend op 3 mei 1956 als onderdeel van het eerste naoorlogse uitbreidingsproject van de Berlijnse metro en wordt bediend door lijn U6. Station Kurt-Schumacher-Platz is een van de overstappunten tussen de metro en bussen naar de luchthaven Tegel, die geen rechtstreekse metroaansluiting heeft. Reeds tijdens de bouw van de Nord-Süd-U-Bahn, de huidige U6, in de jaren 1920 bestonden er plannen de lijn in het noorden door te trekken richting Tegel. In 1929 begon men ten noorden van het toenmalige eindpunt Seestraße met de bouw van een tunnel ter voorbereiding op deze verlenging, maar vanwege de economische crisis kwamen de werkzaamheden al snel stil te liggen. Na de Tweede Wereldoorlog werden de plannen weer actueel. In West-Berlijn voorzag men een grootschalige uitbreiding van het metronet en men besloot de noordelijke verlenging van lijn C (U6) als eerste te realiseren. De bouw van het 6,9 kilometer lange traject naar het centrum van Tegel begon in oktober 1953. Op 3 mei 1956 kwam de eerste etappe van de verlenging in gebruik tot station Kurt-Schumacher-Platz. Het station zou echter niet lang het eindpunt blijven: op 31 mei 1958 werd lijn C doorgetrokken naar het huidige eindstation Alt-Tegel. Om de kosten te drukken werd het noordelijke deel van de lijn grotendeels op een spoordijk aangelegd. Meteen ten westen van station Kurt-Schumacher-Platz beginnen de sporen dan ook te stijgen, om na ongeveer 200 meter boven de grond te komen. De keersporen van het station, aangelegd voor de periode dat Kurt-Schumacher-Platz eindstation was, lopen door tot voorbij het tunnelportaal en liggen in een glazen tunnel tussen de zich reeds in de open lucht bevindende doorgaande sporen richting Tegel.Station Kurt-Schumacher-Platz werd net als de overige stations op het noordelijke deel van de U6 ontworpen door architect Bruno Grimmek. Het station is met zijn geknikte, licht welvende dak, en met ivoorkleurige tegels beklede wanden een typisch voorbeeld van Grimmeks stijl, die ook op het oudste deel van de U9 goed vertegenwoordigd is. Afwijkend van het standaardontwerp zijn de zuilen, die niet zeshoekig, maar ovaal zijn en in plaats van glasmozaïek een bekleding van groene natuursteen hebben. In het midden van het eilandperron leiden trappen naar een tussenverdieping met uitgangen aan weerszijden van de Kurt-Schumacher-Damm. Uiteindelijk moeten alle Berlijnse metrostations voorzien zijn van een lift. In station Kurt-Schumacher-Platz zal de inbouw van een lift volgens de prioriteitenlijst van de Berlijnse Senaat nog voor 2010 plaatsvinden.

Weiße Stadt
Weiße Stadt

De Weiße Stadt (de witte satd) is een grote woonwijk en Großsiedlung met 1268 appartementen uit de jaren 1920 en 1930 in het Berlijnse stadsdeel Reinickendorf. De wijk ligt in het gelijknamig district. Op 7 juli 2008 werd de woonwijk toegevoegd aan de UNESCO Werelderfgoedlijst, samen met vijf andere Berlijnse modernistische woonwijken. Het is het jongste wooncomplex van het klassieke modernisme dat in de Weimarrepubliek werd gebouwd. De Weiße Stadt werd tussen 1928 en 1931 gebouwd door de non-profitorganisatie Heimstättengesellschaft 'Primus' mbH door de architecten Otto Rudolf Salvisberg, Bruno Ahrends en Wilhelm Büning, volgens het stedenbouwontwerp van Otto Rudolf Salvisberg. De landschapsplanner was Ludwig Lesser. Om de bouwkosten te minimaliseren, werd het werk toegewezen aan kleine ambachtsbedrijven. Na voltooiing werden in totaal 1600 appartementen gebouwd tegen een prijs van 14 mark per vierkante meter. Voor het eerst zou een groot gebouwcomplex centraal worden verwarmd. In het begin werd ook een kleuterschool gebouwd op een van de woonplaatsen. Winkelfaciliteiten werden verzorgd door 20 winkels die daar gevestigd waren. De Weiße Stadt is een grote woonwijk met een open interne structuur van randgebouwen, rijgebouwen en groene ruimtes die in elkaar overlopen. Het wit van de huizen wordt versterkt door kleurrijke accenten zoals gekleurde regenpijpen, dakoverhangen, deuren en raamkozijnen. Het architectonische vlaggenschip van de nederzetting is het Brückenhaus aan de Aroser Allee. De centrale verwarming werd in 2012 vernieuwd door een warmtekrachtcentrale aan de Aroser Allee.

Amrumer Straße
Amrumer Straße

Amrumer Straße is een station van de metro van Berlijn, gelegen onder de kruising van de Luxemburger Straße, de Amrumer Straße en de Torfstraße in het Berlijnse stadsdeel Wedding. Het metrostation werd geopend op 28 augustus 1961 en wordt bediend door lijn U9. De volledige naam van het station luidde oorspronkelijk Amrumer Straße (Rudolf-Virchow-Krankenhaus); toen dit ziekenhuis in 1988 werd hernoemd tot Virchow-Klinikum schrapte men de toevoeging uit de stationsnaam. De bouw van lijn G, de huidige U9, was een direct gevolg van de deling van de Berlijn na de Tweede Wereldoorlog. De historische binnenstad was in Oost-Berlijn komen te ligen en in het westen van de stad ontstond een nieuw centrum rond Bahnhof Zoo en de Kurfürstendamm. Om het nieuwe centrum met de dichtbevolkte buitenwijken te verbinden besloot men een nieuwe noord-zuidlijn te bouwen die de oude binnenstad ontweek. Deze lijn zou tevens de tot het West-Berlijnse net behorende, maar deels over Oost-Berlijns grondgebied verlopende U6 en U8 versterken. Eind augustus 1961, slechts twee weken nadat de Muur de stad fysiek spleet, kwam het eerste deel van lijn G, waarvan ook station Amrumer Straße deel uitmaakt, in gebruik. Station Amrumer Straße heeft een eilandperron met aan beide uiteinden uitgangen die via een tussenverdieping leiden naar de Luxemburger Straße. Zoals alle metrostations uit deze periode werd Amrumer Straße ontworpen door Bruno Grimmek. Het geknikte, licht welvende dak en de met glasmozaïek beklede zeshoekige zuilen zijn kenmerkende elementen voor Grimmeks stijl. Afwijkend is echter dat het dak in het zuidelijke deel van het station lager en vlak is. Hierboven bevindt zich een tunnel in ruwbouw, die tegelijk met het station werd aangelegd en bestemd was voor een nieuwe snelweg, de zogenaamde Westtangente. Vanwege de kruisende tunnel zijn de zuilen op dit deel van het perron ook aanzienlijk dikker. De snelweg zou echter nooit gebouwd worden. De wanden langs de sporen waren oorspronkelijk bekleed met witte tegels, een verwijzing naar het nabijgelegen ziekenhuis. Nadat deze tegels al enkele jaren loslieten, werden ze in 2000 echter verwijderd. Vervolgens bepaalden kale betonnen muren enkele jaren het aangezicht van het station. In 2004 knapte men het metrostation op; de wanden werden donkerblauw geschilderd en grotendeels bekleed met rechthoekige panelen van turquoisekleurig, ondoorzichtig glas. Tegelijkertijd werden er twee liften geïnstalleerd.

Lindauer Allee (metrostation)
Lindauer Allee (metrostation)

Lindauer Allee is een station van de metro van Berlijn, gelegen onder de gelijknamige straat in het Berlijnse stadsdeel Reinickendorf. Het metrostation werd geopend op 24 september 1994 en is onderdeel van lijn U8. Al sinds de bouw het Märkisches Viertel in de jaren 1960 wilde men deze grootschalige nieuwbouwwijk aansluiten op het metronet. In de tachtiger jaren besloot men hiertoe de U8 te verlengen naar het noorden. In 1987 bereikte de lijn Parcacelsus-Bad, zeven jaar later volgde de verlenging naar het huidige eindpunt Wittenau, via de stations Lindauer Allee, Karl-Bonhoeffer-Nervenklinik en Rathaus Reinickendorf. De stations op het noordelijke deel van de U8, alle van de hand van architect Rainer Rümmler, onderscheiden zich door een monumentaal en kleurrijk ontwerp, waarin verwijzingen naar de naam of omgeving van het station een belangrijke rol spelen. In het door groene tinten gedomineerde station Lindauer Allee is de lindeboom uit het wapen van de Zuid-Duitse stad Lindau terug te vinden in decoraties op de wanden. Ook het timpaan boven de sporen wordt gesierd door een linde, waarvan de stam doorloopt in een pilaar. Dit soort "totaalontwerp", waarbij een maximaal aantal bouwkundige elementen bij de kunstzinnige aankleding wordt betrokken, is kenmerkend voor Rümmlers late stijl. Atypisch zijn de zijperrons van het station; al sinds het begin van de 20e eeuw zijn eilandperrons namelijk de standaard in de Berlijnse metro. De tussenverdieping, aan de westzijde van het station, hangt als een balkon boven de sporen in de plaatselijk verhoogde hal. Vanaf de tussenverdieping leiden uitgangen naar beide zijden van de Lindauer Allee, ter hoogte van het Kienhorstpark. Zoals alle in de jaren 1990 gebouwde metrostations in Berlijn is station Lindauer Allee uitgerust met liften.

Paracelsus-Bad (metrostation)
Paracelsus-Bad (metrostation)

Paracelsus-Bad is een station van de metro van Berlijn, gelegen onder de Lindauer Allee in het Berlijnse stadsdeel Reinickendorf. Het station opende op 27 april 1987 en wordt bediend door lijn U8. Station Paracelsus-Bad dankt zijn naam aan een nabijgelegen zwembad, dat op zijn beurt genoemd is naar de Zwitserse arts, alchemist en mysticus Philippus Aureolus Theophrastus Bombastus von Hohenheim, beter bekend als Paracelsus. In 1978 werd lijn 8 verlengd naar de Osloer Straße, waar een nieuwe overstapmogelijkheid op de U9 ontstond. Men wilde de lijn echter nog verder naar het noorden doortrekken, zodat hij uiteindelijk het grootschalige nieuwbouwgebied Märkisches Viertel zou bereiken. In september 1980 begon de aanleg van de eerste etappe van deze verlenging. Na een bouwtijd van zeven jaar kwam het 2,7 kilometer lange traject met de stations Franz-Neumann-Platz (Am Schäfersee), Residenzstraße en het nieuwe eindpunt Paracelsus-Bad in gebruik. Het tracé verloopt aanvankelijk in een min of meer rechte lijn richting het noorden, maar maakt tussen de stations Residenzstraße en Paracelsus-Bad een scherpe bocht naar links, om zijn weg via de Lindauer Allee te vervolgen in westelijke richting. Station Paracelsus-Bad zou ruim zeven jaar het noordelijke eindpunt zijn van lijn U8, die in september 1994 werd doorgetrokken naar Wittenau. De stations op het noordelijke deel van de U8, alle van de hand van architect Rainer Rümmler, onderscheiden zich door een monumentaal en kleurrijk ontwerp, dat deels teruggrijpt op eerdere stijlperioden. In station Paracelsus-Bad, gedomineerd door de kleuren zwart en wit, vallen onder andere de zuilen en plafondlampen in art-decostijl op. Rümmler maakte bij zijn ontwerpen veelvuldig gebruikt van verwijzingen naar de naam of omgeving van het station. Vanwege het nabijgelegen zwembad nam hij dan ook de badhuiscultuur als thema van de inrichting van station Paracelsus-Bad. De witbetegelde wanden, waarin een zuilenmotief is aangebracht, worden gesierd door afbeeldingen van diverse badhuisscènes en van Paracelsus, de naamgever van het station. De vloeren zijn in een motief geplaveid met witte en zwarte tegels. Een dergelijke bekleding van de vloeren, in plaats van het eerder gebruikelijke asfalt, is in alle in de jaren tachtig en negentig gebouwde stations van de U8 te vinden en paste Rümmler voor het eerst toe in de stations van lijn U7 in Spandau, geopend in 1984. Ook de overkappingen van de bovengrondse ingangen zijn kenmerkend voor Rümmlers stijl in deze periode. Station Paracelsus-Bad beschikt aan beide uiteinden over uitgangen, die via een tussenverdieping naar de Lindauer Allee leiden. Paracelsus-Bad werd als enige van de in 1987 geopende metrostations aan de U8 van een lift voorzien. Sinds de jaren negentig worden alle nieuwe stations uitgerust met een lift en bouwt men ook in steeds meer oudere stations liften in. Op den duur moeten alle Berlijnse metrostations volledig toegankelijk zijn voor mindervaliden.

Westhafen (metrostation)
Westhafen (metrostation)

Westhafen is een metrostation in de Duitse hoofdstad Berlijn dat in 1961 werd geopend bij het gelijknamige S-Bahnstation. Het metrostation Westhafen, voorheen Putlitzstraße, ligt iets ten noorden van de S-Bahnring en ten westen van de Putlitzbrücke, in een hoofdzakelijk industrieel gebied. Het station heeft een eilandperron met uitgangen aan beide uiteinden; de noordelijke uitgang leidt naar de Westhafenstraße, de zuidelijke geeft toegang tot het S-Bahnstation en is tevens voorzien van een lift. Zijn huidige naam kreeg station Westhafen in mei 1992. De bouw van lijn G, de huidige U9, was een direct gevolg van de deling van de Berlijn na de Tweede Wereldoorlog. De historische binnenstad was in Oost-Berlijn komen te ligen en in het westen van de stad ontstond een nieuw centrum rond Bahnhof Zoo en de Kurfürstendamm. Om het nieuwe centrum met de dichtbevolkte buitenwijken te verbinden besloot men een nieuwe noord-zuidlijn te bouwen die de oude binnenstad ontweek. Deze lijn zou tevens de tot het West-Berlijnse net behorende, maar deels over Oost-Berlijns grondgebied verlopende U6 en U8 versterken. Eind augustus 1961, slechts twee weken nadat de Muur de stad fysiek spleet, kwam het eerste deel van lijn G in gebruik. Putlitzstraße was een van de negen eerste stations van deze lijn. Ondanks de nabijheid van het gelijknamige S-Bahnstation moesten overstappende reizigers aanvankelijk een flinke omweg via de straat maken. Pas in 1975 werd een voetgangerstunnel tussen metro en S-Bahn aangelegd. Zoals alle Berlijnse metrostations uit deze periode werd station Westhafen ontworpen door Bruno Grimmek. Typerend voor Grimmeks stijl zijn met name de zeshoekige zuilen op het perron. In tegenstelling tot de andere stations op het oudste deel van de U9, ontworpen door dezelfde architect, heeft het station geen geknikt, maar een vlak dak. Oorspronkelijk waren de wanden bekleed met beige tegels, terwijl de zuilen in een lichtgroene kleur waren uitgevoerd. Tijdens een renovatie in 2000 werd het uiterlijk van het station echter volledig veranderd. Station Westhafen werd naar een ontwerp van Françoise Schein en Barbara Reiter in samenwerking met de Europese mensenrechtenorganisatie Inscrire ingericht als station van de mensenrechten. De wanden worden sindsdien gesierd door diverse citaten uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Duitse dichter Heinrich Heine. De letters van de citaten nemen steeds een hele tegel in beslag en vormen zowel rechthoekige als diagonale blokken, waardoor de werken niet alleen tekstueel, maar ook grafisch van aard zijn. De zuilen werden bekleed met citroengele tegels, waarop leestekens te herkennen zijn. Gelijkaardige projecten werden eerder gerealiseerd in de metro van Brussel (station Sint-Gillis Voorplein), Parijs (station Concorde), Lissabon en Stockholm. In Berlijn koos men voor station Westhafen vanwege de deportatietreinen die er tijdens de Tweede Wereldoorlog vertrokken.